Neurologie

Neurologisch onderzoek
Bekijk het neurologisch onderzoek. Tijdens dit onderzoek wordt gefocust op lokalisatie van het probleem door middel van het testen van het evenwicht, reflexen, de sensibiliteit en de motoriek.
Het evenwicht wordt beoordeeld door middel van de proef van Romberg/Barré, een combinatie van 2 testen. Hierbij staat patiënt met 2 voeten op de grond, steekt de armen uit en doet de ogen dicht. Normaliter zou dit geen probleem zijn, immers heb je voor evenwicht 3 factoren waarvan 2 in tact moeten zijn: de ogen, het evenwicht en de proprioceptie vanuit de voeten. Wanneer de patiënt dreigt om te vallen, is dit een indicatie dat het evenwichtsorgaan of de proprioceptieve sensoring (funiculus posterior: achterstrengen)  is aangedaan. Dit is meer de test van Romberg en bij de test van Barré let je meer op wat de handen doen: blijven ze beide in de luchten of proneren en dalen ze? Als het tweede het geval is, is er mogelijk sprake van latente centrale parese, bijvoorbeeld een CVA.
De reflexen worden getest middels een reflexhamer, zoals de bicepspeesreflex en de achillespeesreflex. Je vergelijkt altijd links met rechts. Een verhoogd reflex (hyperreflexia) wordt geassocieerd met schade in de upper motor neurons (UMN). Een schade in de UMN zal ervoor zorgen dat de inhibirende effect wordt onderdrukt, hierdoor krijg je hyperreflexia. Een hyporeflexia, verlaagde reflexen, wordt geassocieerd met schade in de lower motor neurons (LMN).
De sensibiliteit wordt getest op gnostische en vitale sensibiliteit. Hierbij wordt gelet op de fijne tast, bewegingszin, positiezin, vibratiezin en stereognose (gnsostisch), terwijl bij vitaal je let op pijn, temperatuur en meer grove tastzin middels kop-punt discriminatie.
Het motorisch systeem wordt beoordeeld op de piramidebanen en de extrapyramidale banen. Een oorzaak in de extrapyramidale banen, zoals bij de ziekte van Parkinson, ontstaat er rigiditeit. Bij een oorzaak in de pyramidale banen, zoals bij epilepsie, ontstaat er spasticiteit.
Tot slot wordt het functionering van de kleine hersenen (het cerebellum) getest door middel van verschillende tests: looppatroon, top-neusproef, top-topproef, diadochokinese, vingervlugheid en knie-hielproef. Indicaties voor cerebellaire schade zijn intentietremor en een afwijkende gangspoor.

EMV-score
De Glasgow Coma Scale (GCS) wordt ook wel de EMV-score genoemd (figuur 1), wat staat voor eyes, motor and verbal responses. Het is een neurologisch onderzoek waarbij wordt gekeken naar de bewustzijn van de patiënt. De laagste score is een 3 (E1M1V1) en de hoogste 15 (E4M6V5); een score van 7 is indicatief voor intubatie.

Hersenzenuwen
De hersenzenuwen (tabel 1), of craniale zenuwen zijn 12 symmetrische zenuwen die direct ontspringen uit de (kleine) hersenen of hersenstam. De eerste 2, nervus olfactorius (CN I) en nervus opticus (CN II), ontspringen uit de kleine hersenen (het cerebellum); de andere 10 komen voort uit de hersenstam. Ze bezitten of een motorische, of een sensibele of een gemengde functie.
Bij uitval van de nervus facialis (CN VII) kan er onderscheid maken tussen centraal (motorcortex) en perifeer parese (lower motor neuron). Het bovenste gedeelte van het gelaat wordt bilateraal geïnnerveerd, maar het onderste gedeelte alleen unilateraal. Daarom leidt een centrale parese tot uitval van de onderste gezichtshelft, maar een perifere parese tot uitval van een gehele kant van het gezicht.

CN Type Latijnse naam Nederlandse naam Functie en omschrijving
I sensorisch nervus olfactorius reukzenuw De zenuw die de reuk doet waarnemen.
II sensorisch nervus opticus gezichtszenuw, oogzenuw De 'oogzenuw' die de verbinding is tussen de hersenen en het oog en neemt beeld waar.
III motorisch/ gemengd nervus oculomotorius oogbewegingszenuw Deze hoofdzakelijk motorische zenuw stuurt de m. levator palpebrae superioris om de oogleden omhoog te trekken. Daarnaast ook vier van de zes (per oog) uitwendige oogspieren, die het oog bewegen: 1 de m. rectus superior (omhoog kijken), 2 de m. rectus inferior (omlaag kijken), 3 de m. rectus medialis (naar binnen kijken) en 4 de m. obliquus inferior (omhoog kijken en rotatie van het oog). Daarnaast geleidt deze zenuw de proprioceptie van dezelfde intrinsieke oogspieren (dit is het sensorische deel van deze zenuw). Met deze zenuw lopen ook zenuwvezels uit de zogenaamde kern van Edinger-Westphal mee die de inwendige oogspieren van de pupil (m. sphincter pupillae) en de ooglens (m. ciliaris) aansturen.
IV motorisch nervus trochlearis katrolzenuw De zenuw die de m. obliquus superior verzorgt. Dit is samen met de m. obliquus inferior een van de twee schuine oogspieren die de meest complexe invloed hebben op de bewegingen van het oog. Voornaamste functies zijn bij het naar beneden kijken en het laten roteren van het oog om de lengte-as..
V gemengd nervus trigeminus drielingzenuw Verzorgt de sensibiliteit van het gelaat en de kauwspieren. Deze splitst zich in drie takken: 1 de n. ophthalmicus (V1), 2 de n. maxillaris (V2) en 3 de n. mandibularis (V3).
VI motorisch nervus abducens zesde hersenzenuw De zenuw om het oog naar buiten te draaien. De zenuw die de m. rectus lateralis innerveert, dit is de oogspier die het oog naar lateraal (naar buiten) laat bewegen oftewel abduceert. De zenuw is voor een deel sensibel omdat hij tevens de propriosensoriek van de laterale extrinsieke oogspier verzorgt.
VII gemengd nervus facialis aangezichtszenuw Verzorgt de gelaatsspieren (mimiek), regelt de functie van de onderkaakspeekselklier en de smaakgewaarwording van het voorste 2/3 deel van de tong. De laatste twee via de chorda tympani, die zich al vroeg van de n. VII afsplitst, door het middenoor loopt en zich uiteindelijk bij de n. mandibularis, de derde tak van n. V voegt.
VIII sensorisch nervus vestibulocochlearis gehoor- en evenwichts-zenuw Bestaat uit twee delen: 1. vestibulair deel (innerveert evenwichtsorgaan) 2. cochleair deel (verantwoordelijk voor het horen). Beide verlaten de schedel door de gehoorgang (meatus acusticus internus)
IX gemengd nervus glossopharyngeus tong-keelzenuw Verzorgt de smaaksensatie van het achterste 1/3 deel van de tong en stuurt spieren in de keel aan.
X gemengd nervus vagus zwervende zenuw Heeft vele functies in het hele lichaam: Bestuurt o.a. de stembanden en een deel van de keelspieren, de sensibiliteit in keel en gehoorgang, en is de grote zenuw van het parasympathisch zenuwstelsel en als zodanig belangrijk voor het vertragen van de hartslag, het verlagen van de bloeddruk (flauwvallen of de vagale reactie) en het bevorderen van de activiteit van het spijsverteringsstelsel. De nervus vagus is tevens een belangrijke sensorische zenuw van hart, longen en buikorganen. De nervus vagus geeft beiderzijds onder andere takken naar de hersenvliezen en de gehoorgang af, loopt in de hals beiderzijds langs de halsslagaders, geeft takken naar de bloeddrukregelaar in de halsslagader, de longen en het hart af en daarna de stembandzenuw (de nervus recurrens laryngicus) af, die om de grote slagaders heen buigt en langs de luchtpijp terug loopt naar het strottenhoofd, en vormt een plexus op de slokdarm, waarvandaan de takken onder andere naar de maag lopen.
XI motorisch nervus accessorius bijkomstige zenuw Stuurt enkele halsspieren aan, namelijk de m. sternocleidomastoideus en m. trapezius. Ontspringt als enige hersenzenuw uit het ruggenmerg.
XII motorisch nervus hypoglossus ondertong-zenuw Verzorgt de tongspieren en enkele halsspieren.

Tabel 1: de hersenzenuwen


Pathologiën
Hoofdpijn
Ongeveer 5-10% van de patiënten bij de huisartsenpraktijk komt voor hoofdpijn; vaker vrouwen dan mannen. De onderliggende oorzaak van hoofdpijn is niet geheel duidelijk; gedacht wordt dat vooral de vaten (vasodilatatie) een rol spelen. Hoewel er vele verschillende vormen hoofdpijn zijn, ligt de focus vaak op de volgende:

  • Spanningshoofdpijn: bilaterale hoofdpijn dat voelt alsof er een band om het hoofd zit. Het kan enkele minuten tot dagen duren. De pijn is matig intens en knellend/drukkend van aard. Hoewel het niet gepaard gaat met misselijkheid, kan fono- en fotofobie optreden.
  • Migraine: recidiverende hoofdpijn die 4 á 72 uur duurt. De pijn is pulserend en wordt erger bij inspanning. Misselijkheid is vaak aanwezig, evenals fono- en/of fotofobie. Circa 25% ervaart een aura: een pre-migraine van een uur met visusstoornissen, tintelingen en doof gevoel.
    De behandeling bestaat uit (1) pijnstilling en anti-misselijkheid, (2) aanvalsgewijs behandeling met triptanen en (3) bij 2 of meer aanvallen per jaar kan onderhoudstherapie starten met bijvoorbeeld propranolol.
  • Clusterhoofdpijn: dit is de ergste hoofdpijn, ook wel suicide-headache genoemd. Het is een zeer intense pijn in het gezicht of op het hoofd van 15 minuten tot 3 uur, van tot wel 8 keer per dag. Ipsilateraal kan er roodheid in het oog optreden, met tranen. Ook is het mogelijk dat de neus verstopt raakt, Horner's syndroom optreedt, hyperhidrosis en bewegingsdrang er is.
  • Trigeminus neuralgie: spontaan heftige hoofdpijn van enkele seconden tot minuten in de CN V. Het wordt vooral beïnvloed door uitlokkende factoren.
  • Medicatie-hoofdpijn: hoewel triptanen, paracetamol en NSAID's gebruikt worden bij hoofdpijn, kan het een paradoxaal effect hebben en hoofdpijn veroorzaken bij chronisch gebruik. Dit wordt gezien bij meer dan 15 dagen per maand gebruik van paracetamol/NSAID en meer dan 10 dagen per maand bij triptanen. Dit wordt minimaal 3 maanden aangehouden.

Andere vormen van hoofdpijn zijn bijvoorbeeld temporale arteriitischronische aangezichtspijn, retinale migraine, vestibulaire migraine, glossopharyngeus pijn en trigeminal neuropathie. 'Warning symptoms' zijn acuut opkomen, koorts, neurologische afwijkingen, diplopia, verminderde bewustzijn, meningism en verergering door druk (hoesten of orgasme).

Beroerte
Ook bekend als een cerebrovasculair accident (CVA) is een spontane verstoring in de doorbloeding van de hersenen. Wanneer dit korter duurt dan 24 uur, spreekt men van een TIA: transient ischemic attack. In 20% van de gevallen is dit het gevolg van een hersenbloeding en in 80% door een herseninfarct. Op basis van de aangedane cerebrale arterie, ontstaat een klinisch beeld (tabel 2).

Arterie Klinische beeld
arteria cerebri anterior Verzorgt het voorste gedeelte van de hersenen. Uitval leidt tot gedragdsstoornissen en contralaterale hemiparese
arteria cerebri media Het middelste gedeelte van de hersenen leidt tot hemiparese, waarbij armen en het gezicht ernstiger en langer zijn aangedaan dan het been.
arteria cerebri posterior Infarctie in dit vat leidt voornamelijk tot hemianopsie en mogelijk gedrags- en geheugenstoornis.

Tabel 2: beroerte en daarbij het klinische beeld.


Daarnaast kan er infarcts optreden in de a. vertebrobasilaris (hersenstam), a. carotis (mogelijk zonder symptomen), a. opthalmicus (blindheid) of lacunair infarcts (minibloedingen). Bij verdenking wordt er meteen een CT-cerebrum gemaakt om het te bevestigen en te differentiëren tussen infarct (na 12 uur zichtbaar als donkere verkleuring) of bloeding (direct zichtbaar met lichte verkleuring). De behandeling bestaat uit intraveneus trombolyse binnen 4,5 uur na ontstaat van de symptomen en arteriële trombolyse binnen 6 uur indien te laat of ineffectief. Om een recidief te voorkomen worden antitromboticas, antihypertensivas en statines (cholesterolverlagers) voorgeschreven.

Trauma
Een klap op het hoofd kan resulteren in een bloeding in het hoofd (tussen schedel en cerebri cortex) of een letsel aan de hersenen zelf. Bij een bloeding moeten we onderscheid maken in de hersenvliezen, oftewel de meninges: dura mater, arachnoides en pia mater (ezelsbruggetje: DAP).

  • Epidurale hematoom: een bloeding boven (epi-) de dura mater, dat wil zeggen tussen de dura mater en schedel. Dit is vaak een arteriële bloeding met een typerend kenmerk op CT: een convexe (bol) hematoom dat grenst aan de schedel en hyperdens is. Ongeveer 1 op de 3 patiënten ervaart hierbij een lucide interval, een periode van normale bewustzijn tussen trauma waarbij patiënt bewusteloos is geraakt en later weer bewusteloos is (bewusteloos - bewustzijn (lucide) - bewusteloos). Er wordt een neurochirurgische evacuatie van de hematoom verricht.
  • Subduraal hematoom: een bloeding onder (sub-) de dura mater, dat wil zeggen tussen het arachnoides en dura mater. Dit is vaak een veneuze bloeding met een typerend kenmerk op de CT: een concave (hol) hematoom dat hyperdens is. 
  • Subarachnoïdaal hematooom: een bloeding onder (sub-) de pia mater en het arachnoides. Dit is ook vaak een arteriële bloeding met een voorkeur voor in het de cirkel van Willis. Een veel voorkomend klacht is dat de patiënt aangeeft 'nog nooit zo'n erg hoofdpijn' gehad te hebben. Dit is dan ook een alarmsymptoom als een patiënt komt met hoofdpijn-klachten. Daarbij komen migraine- en meningitis-achtige klachten, zoals fotofobie en nekstijfheid. Behandeling schiedt middels endovasculaire coiling van de hematoom.

Letsel aan de hersenen zelf worden onderverdeeld in commotio cerebri (hersenschudding) of contusio cerebri (hersenkneuzing). Een kneuzing is veelal ernstiger met langere bewusteloosheid (>15 minuten) en post-traumatisch amnesie van meer dan een uur.

Perifere neuropathie
Monopathie
Dit zijn, zoals de naam suggereert, aandoening van één enkele zenuw. Theoretisch kan ieder zenuw apart aangedaan zijn in je lichaam, maar er zijn er een aantal belangrijk om te kennen:

  • Carpaal tunnel syndroom  (CTS) is compressie van een zenuw in de pols: nervus medianus. De zenuw loopt tot in de vingers (duim, wijsvinger, middelvinger en ringvinger) met een karakteristiek punt: palmair innerveert de nervus ulnaris de mediale zijde van de ringvinger (de pinkzijde) en de nervus medianus de laterale zijde (de middelvingerzijde). Deze zenuw loopt door een 'brug van een ligament', de ligamentum carpi transversum. Door de nauwe doorgang, kan een relatief geringe vernauwing voor klachten zorgen, maar vaker door repetitieve bewegingen of een constante trilling door de pols, bijvoorbeeld bij boren. Het wordt relatief vaker gezien bij vrouwen, zwangeren en mensen die lijden aan diabetes mellitus. Ongeveer 25% van de patiënten herstelt binnen een jaar zonder verdere interventie. Soms wordt gekozen om initieel te behandelen met een steroïdinjectie of het gebruiken van een spalk. Wanneer klachten aanhouden, verergeren of er atrofie opspeelt, kan de vernauwing middels een chirurgische behandeling opgeheven worden. Hierbij wordt een snee gemaakt in het ligament.
  • Cubitaal tunnel syndroom is compressie van de hiervoor genoemde nervus ulnaris. Deze innerveert dus de pink en de mediale zijde van de ringvinger. De nervus ulnaris loopt dorsaal langs de elleboog via de mediale epicondyl van de humerus. Dit is ook hetgeen wat bekend staat als het telefoonbotje. Bij compressie van de zenuw, wat leidt tot klachten van doofheid en verminderde kracht in de vingers, kan de zenuw van dorsaal naar ventraal gelegd worden.
  • Meralgia paresthetica is compressie van een bovenbeenszenuw: de nervus cutaneus femoris lateralis. Dit ontstaat vaak door langdurige druk op de lies of bovenbeen. Daarnaast komt het vaker voor bij mensen met overgewicht, tijdens de zwangerschap, mensen met diabetes mellitus, ouderen of na een oepratie in dat gebied. Men voelt vaak een brandend gevoel in de inferieur laterale kwadrant van het bovenbeen/dij (bovenzijde aan de buitenkant) met sensibiliteitsstoornissen. Vaak herstelt men zonder behandeling en is conservatief afwachten voldoende.
  • Peroneopathie, beter bekend als de vrouwenbenen als gevolg van compressie van de nervus peroneus. Deze zenuw loopt lateraal van de fibula over het fibulakopje. Compressie van deze zenuw komt vaak door het zitten met de benen over elkaar, een houding die veel vrouwen aannemen als ze zitten. Hierdoor ontstaat verlamming van de m. tibialis anterior, leidend tot een klapvoet alsmede sensibiliteitsklachten van de onderbeen en de grote teen. De behandeling verloopt vooral conservatief en zonder ingrepen, welke wel mogelijk zijn indien de klachten toenemen, er een compartimentsyndroom ontstaat of er een ruimte-innemend proces aanwezig is.

Radiculopathie
Een radiculopathie is een beknelling van zenuwwortels in de wervelkolom. Dit wordt vaak veroorzaakt door een uitstulping van de nuclei pulposi, beter bekend als hernia nuclei pulposi (HNP). Andere oorzaken zijn ontstekingen, degeneratie, tumoren etc. De prognose is vaak positief: meer dan 90% herstelt zonder restverschijnselen binnen 2 tot 4 maanden. Een aantal alarmsymptomen waarop gelet dient te worden zijn:

  • Caudaal syndroom: compressie van het meest distale deel van de wervelkolom, wat leidt tot klachten in het 'rijbroekgebied'. Hierbij ontstaan defecatie- en mictieklachten, zoals retentie.
  • Aanwijzingen voor maligniteit als oorzaak:
    • Gewichtsverlies
    • Koorts
    • Nachtzweten en -pijn
  • Leeftijd jonger dan 20 jaar en ouder dan 70 jaar.
  • Myelopathie: ruggenmerg beschadiging wat leidt tot ongecontroleerde hyperreflexie en hypertonie.

Het wervelkolom bestaat van proximaal naar distaal uit de cervicale, thoracale, lumbale en sacrale wervels. De meestvoorkomende radiculopathieën zijn vaak in het cervicale gedeelte of in het lumbaal sacrale gedeelte (tabel 3; figuur 2). Wees je ervan bewust dat het cervical wervelkolom 7 wervels en 8 wortels heeft, hierom ontpringt een wortel boven een wervel: de C6 wortel komt voort tussen de wervels C5-C6 en niet tussen de wervels C6-C7. Bij wortel C8 ligt het keerpunt: C8 ontspringt tussen C7-Th1 en hierom ontspringen de hierna komende wortels tussen de gelijknamige wervel erboven: L4 ontspringt uit L4-L5.

Wortel Wervel Uitstraling Reflex (hyporeflexie)
Cervicaal 6 (C6) C5-C6 Ventrale bovenarm Bicepspeesreflex
Cervicaal 7 (C7) C6-C7 Dorsaal laterale bovenarm Tricepspeesreflex
Cervicaal 8 (C8) C7-Th1 Dorsaal mediale bovenarm Tricepspeesreflex
Lumbaal 4 (L4) L4-L5 Mediale onderbeen Kniepeesreflex
Lumbaal 5 (L5) L5-S1 Mediale voetrand Reflexen niet aangedaan
Sacraal 1 (S1) S1-S2 Laterale voetrand Achillespeesreflex

Tabel 3: overzicht van de veelvoorkomende radiculopathieën.

Figuur 2: de dermatomen in het menselijk lichaam.

Bron: Hierhebikpijn.nl. 2021. Dermatomen | Anatomie | Hier Heb Ik Pijn. [online] Available at: <https://www.hierhebikpijn.nl/anatomie/dermatoom> [Accessed 21 January 2021]. 


Oncologische aandoeningen in de hersenen

Een veelvoorkomend kwaadaardige tumor is een glioom. Deze tumor gaat uit van de gliacellen, die vele verschillende functies hebben zoals het handhaven van de bloed-brein barrière, het voorzien van voedingsstoffen en verzorgen van een goed elektrolytenbalans.
In 90% van de gevallen hebben we te maken met een schwannoom. Dit zijn tumoren die uitgaan van de de Schwann-cellen, die zorgen voor myelinsatie van de zenuwen en verzorging ervan. Het is een goedaardige tumor.
Bij kinderen is het meestvoorkomende een neuroblastoom. De incidentie is wel laag: 1 in 100.000 bewoners. Het is een solide tumor die buiten de hersenen en schedel ligt. Het gaat gepaard met aspecifieke symptomen, zoals misselijkheid en vermoeidheid.

Dyskinesieën
Dyskinesie zijn bewegingsstoornissen. Het komt bij veel verschillende aandoeningen voor en de oorzaak is dan ook leidend hierin.

Multiple sclerose (MS)
Hier is de demylenisatie van het centraal zenuwstelsel. De oorzaak ligt in een auto-immuunaandoening waarbij ontstekingen ontstaan middels T-lymfocyten. Typerend zijn de witte stof laesies, als gevolg van de inflammatie. MS uit zich middels motorische (spastisch, hyperreflexia, hypotonie) en sensibele afwijkingen. Paroxysmale dyskinesie kan vaak als eerste symptoom worden geuit bij MS.

Tremor
Dit zijn ritmische maar onwillekeurige bewegingen met een bifasisch ritme: de beweging gebeurt beide (bi-) kanten op door activering van agonistisch, als ook antagonistische spieren. Er zijn 3 veel voorkomende:

  • Houdingstremor: hoogfrequente en fijne bewegingen als gevolg van seniele of familiare aandoeningen. Het wordt behandeld middels een bèta-blokker.
  • Rusttremor: een trage tremor dat alleen ontstaat in rust en verdwijnt bij een gespecificeerde beweging, zoals het oppakken van een mok. De oorzaak is extrapyramidaal en de behandeling geschiedt middels levodopa of dopamine D1- en D2-agonisten. Mocht dit niet helpen, is deep brain stimulation mogelijk.
  • Intentietremor: een cerebellaire oorzaak waardoor een tremor ontstaat bij intentionele bewegingen. De behandeling is middels een anti-epilepticum, bèta-blokker of toch deep brain stimulation.

Ziekte van Parkinson (of Parkinsonisme)
Hierbij is het extrapiramidale motorsysteem aangedaan: de basale kernen en substantia nigra. Dit is het gevolg van een tekort aan dopamine. Door de dopamine-deficiëntie ontstaat er een triade van symptomen: een rusttremor, rigiditeit met lodenpijp- of tandradfenomeen en bradykinesie. Daarnaast lijdt bijna 50% van de patiënten aan psychiatrische klachten, zoals depressie of dementie. Zo'n 80% overlijdt uiteindelijk binnen 10 à 15 jaar.
De behandeling bestaat uit het verhogen van de dopamine niveaus in de hersenen:

  • Levodopa (L-dopa) is een voorloper van dopamine dat in de hersenen wordt omgezet. Omdat dit perifeer in de lever ook gebeurt, wordt het samen met carbidopa gegeven om perifere omzetting te voorkomen.
  • Dopamine D1- en D2-agonisten stimuleren de receptoren in de basale kernen. De voorkeur voor dit medicijn gaat uit bij patiënten jonger dan 40 jaar door minder kans op fluctuaties gedurende de dag.

Tic
Plots, snelle, kort, niet-ritmische beweging of geluid dat repetitief van aard is. Een bekend voorbeeld is het syndroom van Gilles de la Tourette (Tourette's syndroom) waarbij er motorische tics (vaak 2 of meer) en vocale tic(s) aanwezig zijn. De behandeling is met een antipsychotica.

Cerebellair ataxie
Dit is een stoornis in de cerebellum (kleine hersenen) waardoor er coördinatie-problemen optreden. Dit uit zich in klachten in spraak, slikken, een intentietremor en moeite met lopen (dronkenmansspoor). Ook hebben patiënten moeite met hand-oog coördinatie middels een afwijkend top-neus- of top-top-proef en diadochokinese (vingervlugheid). De aandoening is altijd aan dezelfde kant als waar de oorzaak zit in de kleine hersenen (rechts is dus in de rechter hemisfeer). De oorzaken zijn veel: tumoren, familiaire aanleg, CVA, trauma etc.

Epilepsie
Bij deze aandoening hebben de hersenen de neiging om een insult (ictaal episode of epileptische-aanval) te creëren: een aanval van ongecontroleerde, herhaaldelijke en hoogfrequente ontladingen in de hersenen. We spreken dan ook pas van epilepsie wanneer iemand 2 of meer aanvallen heeft gehad.Dit kan een aanleg zijn, of het gevolg van bijvoorbeeld elektrolytenstoornissen, ontwenningsverschijnselen, intoxicatie, CVA. trauma, koorts, meningitis, hypoglykemie etc. Door de vele oorzaken is daarom een eerste insult niet te classificeren als een epilepsie. Risicogroepen zijn kinderen onder de leeftijd van 6 jaar, ouderen boven de 65 jaar en patiënten met hersenbeschadigingen in de voorgeschiedenis.
Patiënten kunnen aangeven bepaalde symptomen te voelen, of zelfs de insulten voelen aankomen. Dit wordt ook wel een aura genoemd. Een veelvoorkomende verschijnsel is een opstijgende gevoel vanuit het maag-gebied.
Een insult kan onderverdeeld worden in partiële (focale) of gegeneraliseerde insulten. Bij een partieel insult is een deel van de hersenen aangedaan, daarentegen zijn bij gegeneraliseerde insulten grote delen, dan wel de gehele hersenen aangedaan.
Een partieel insult kan verder simpel verlopen of complex van aard zijn. Het verschil bij de twee zit hem in het bewust (simpel), dan wel onbewust (complex) zijn van de patiënt. Bij een complex insult is vaak de temporaalkwab betrokken, de patiënten zijn zich heirom niet bewust van de aanval en weten zij er achteraf vaak niks meer van. Een partieel insult kan zich uitbreiden tot een gegeneraliseerd insult, waarbij we spreken van een secundair insult.
Een veelvoorkomend gegeneraliseerd insult is de grand mal seizure: een gegeneraliseerd tonisch-clonisch insult. Hierbij begint de patiënt met tonische contracties (alle lichaamsspieren), dat gevolgd wordt door clonische contracties (extremiteiten).
Tot slot is er een ernstige vorm van epilepsie, genaamd status epilepticus. Men spreekt van een status epilepticus wanneer de aanvallen snel achter elkaar plaats vinden (2 of meer binnen 5 minuten) of duren erg lang (>5 minuten).

Behandeling
Bij epilepsie is de medicamenteuze behandeling vaak erg complex en op basis van trial-and-error. Ongeveer 30% van de patiënten reageert niet op medicijnen, deze patiënten worden ook wel refractair genoemd. Hierbij kan buiten de medicamenten nog gekozen worden voor een ketogeen dieet, epilepsiechirurgie of neurostimulatie.
Bij de medicamenteuze behandeling begint vaak na de 2e consult of na een status epilepticus. De eerste keus valt op benzodiazepines, waarbij wordt gekozen voor midazolam of diazepam. Daarnaast kan ook beroep worden gedaan op barbituraten, valproïnezuur, lamotrigine etc. Een combinatietherapie is mogelijk, maar het streven is naar een monotherapie.