Anatomie

Ademhalingsstelsel (figuur 1)
Longkwabben

  • Rechterlong: deze bestaat uit drie kwabben, namelijk de boven-, midden- en onderkwab 
  • Linkerlong: deze bestaat uit twee kwabben, namelijk de boven- en onderkwab 
  • De longkwabben worden van elkaar gescheiden door fissuren. 
    • Fissura obliqua is in beide longen aanwezig. 
    • Fissura horizontalis is alleen in de rechterlong aanwezig.

Pleura
De pleura is een doorlopend vlies dat de long en omliggende structuren bekleedt. Hierdoor is er minder frictie tijdens de ademhaling.

  • Pleura visceralis: deze laag bekleedt de long en bedekt elke kwab, inclusief de fissuren tussen de kwabben. 
  • Pleura parietalis: deze laag bekleedt de binnenkant van de borstwand en het thoracale oppervlak van het diafragma. Het gaat rond de randen van de hilus over in de pleura visceralis. 
  • Pleuraholte: een potentiële ruimte die geen lucht bevat. De twee pleuralagen worden gescheiden door een dun laagje sereuze vloeistof (pleurale) zodat ze over elkaar heen kunnen glijden en er geen wrijving ontstaat tijdens de ademhaling. 

Longhila
Dit zijn de twee openingen in de pleura (longvlies) waar de hoofdbronchus, a. pulmonalis en twee vv. pulmonales door het vlies heen gaan. 

  • Bronchiolus respiratorius, bronchiolus terminalis, bronchus segmentalis, bronchus principalis 

Luchtwegen

  • Vertakkingen van de luchtwegen
    • Trachea 
    • Bronchus principalis 
    • Bronchus lobaris 
    • Bronchus segmentalis 
    • Bronchiolus lobularis 
    • Bronchiolus terminalis 
    • Bronchiolus respiratorius 
    • Ductus alveolaris 
    • Alveolus 

Het bifurcatiepunt van de trachea naar de twee hoofdbronchiën ligt ter hoogte van Th4-Th5 (Carina). De rechterhoofdbronchus is breder en ligt het meest in het verlengde van de trachea (verticaler) waarbij er een groter risico op een corpus alienum in de luchtwegen is. De bronchi bevatten kraakbeen en slijmbekercellen.

 

Figuur 1: anatomie van de luchtwegen en longen.

Bron: Martini, F., Bartholomew, E., Ober, W., Garrison, C., Welch, K. and Hutchings, R., 2020. Anatomie en fysiologie. Amsterdam: Pearson.

 

Pneumocyten
De wand van de alveolus bevat pneumocyten. We hebben er 2 met elk een eigen functie.

  • Type 1: dunne pneumocyten, deze fungeert voor diffusie van O2 en CO2. 
  • Type 2: dikkere pneumocyten, deze produceert surfactant wat de oppervlaktespanning verlaagt. Dit maakt het gemakkelijker de alveoli bij een inademing te expanderen. In de foetus begint rond de 32 weken de surfactant uitscheiding.

Type 2 zijn groter in omvang, echter heb je kwantitatief meer type 1 pneumocyten.

Vascularisatie en shunt

  • De vascularisatie van de longen kan op 2 manieren 
    • Door de truncus pulmonalis met de twee aa. Pulmonales welke de respiratoire delen van de longen vasculiseren. 
    • Door de aa. Bronchiales (aftakking aorta thoracica) welke het longweefsel en pleura visceralis vasculariseren. 
  • Shunt: de flow van bronchiaal veneuze systeem naar pulmonaal veneuze systeem. 

Ademhaling 

  • Het diafragma wordt geïnnerveerd door de n. phrenicus (C3-5)
    • ‘C3, 4 and 5 keep the diaphragm alive’
  • Ademhalingshulpspieren bij inspiratie: m. intercostalis externus, m. scalenes en m. sternocleidomastoideus. 

De expirtaie verloopt passief en kan worden ondersteund door de m. intercostalis internus.
Bij o.a. de Valsalva manoeuvre kan zeer sterke expiratie worden bevorderd door de buikpers welke wordt ondersteund door de m. rectus abdominis.

 

Hart en circulatie
Hart en grote vaten 
Het hart bestaat uit atriums (instroomdeel) en ventrikels (uitstroomdeel). Deze ruimtes worden gescheiden door middel van kleppen en het interatriale en ventriculaire septum (figuur 2). De hartwand bestaat uit 3 lagen 

  • Pericard: dit is de buitenste laag die bestaat uit twee zakjes. Namelijk het buitenste zakje (pericardium fibrosum) welke bestaat uit een stevige bindweefsellaag en het binnenste zakje (pericardium serosum) welke bestaat uit een dubbelbladig sereuze laag. 
  • Myocard: deze laag bestaat uit gespecialiseerd dwarsgestreept hartspierweefsel dat alleen in het hart voorkomt. 
  • Endocard: dit dunne, gladde membraan (hartvlies) dient als binnenbekleding welke direct contact maakt met het bloed in de ventrikels en atria. Het bekleedt ook de hartkleppen.  
  • De arcus aorta met de volgende aftakkingen: 
    • A. branchiocephalica (hieruit vertakken de a. carotis communis dextra en de a. subclavia dextra)
    • A. carotis communis sinistra 
    • A. subclavia sinistra

 

Figuur 2: anatomie van het hart

Bron: Martini, F., Bartholomew, E., Ober, W., Garrison, C., Welch, K. and Hutchings, R., 2020. Anatomie en fysiologie. Amsterdam: Pearson.

 

Hartkleppen
De kleppen hangen vast aan bindweefselstrengen (chordea tendineae) die her doorslaan beletten 

  • Atrioventriculaire kleppen: tussen atria en ventrikels 
    • Tricuspidalisklep: heeft 3 klepbladen en zit tussen rechteratrium en rechterventrikel. 
    • Mitralisklep: heeft 2 klepbladen en zit tussen linkeratrium en linkerventrikel. 
  • Halvemaanvormige kleppen/slagaderkleppen: tussen ventrikels en slagaders
    • Pulmonalisklep: tussen rechterventrikel en a. pulmonalis. 
    • Aortaklep: tussen linkerventrikel en aorta. 

Coronaire circulatie (figuur 3)

  • A. coronaria sinistra (linkerkransslagader) (LCA)
    • LAD: left anterior descending. Deze loopt aan de voorwand (anterior) van het hart naar beneden.  
      • Bij een stenose ontstaat voorwandinfarct 
    • RCX: ramus circumflexus 
      • Bij een stenose ontstaat lateraalinfarct. Kan eventueel ook een onderwandinfarct of achterwandinfarct (20%).
  • A. coronaria dextra (rechterkransslagader) (RCA)
    • Bij een RCA stenose ontstaat rechterventrikelinfarct, achterwandinfarct of onderwandinfarct. 
    • RDP: ramus descendens posterior 

Er is een coronaire dominantie waarbij het achterste derde deel van het interventriculaire septum suppleert. In 80% is dat rechtsdominant en in 20% linksdominant. Bij de linksdominante wordt de RDP door de RCX gevoerd.

 

Figuur 3: de coronairvaten.

Bron: Surgicaltraining.nl. 2021. Coronaire anastomose / Cardiovasculaire chirurgie / Gidsen | SurgicalTraining. [online]. https://www.surgicaltraining.nl/   [Accessed 6 April 2021].

 

Wand van de bloedvaten
De wanden bestaan uit 3 delen, die onderling tussen veneuze en arteriële vaten kunne verschillen.

  • Tunica adventitia: buitenste laag die voornamelijk is opgebouwd uit bindweefsel. 
  • Tunica media: middelste laag die bestaat uit gladde spiercellen en elastisch weefsel. 
  • Tunica intima: binnenste laag die bestaat uit een laag endotheelcellen. 

Zenuwgeleiding en knopen 

  • Sinusknoop (sino-atriale (SA) knoop)
    Dit is een pacemaker cel die direct verbonden is met de omliggende atriale spiercellen. De SA knoop ligt in het rechteratrium ter hoogte van de inmonding van de vena cava superior. 
  • AV knoop (atrioventriculaire (AV) knoop)
    Deze AV knoop ligt aan de rechterzijde van het atriumseptum, tussen de atria en ventrikels. 
  • Bundel van His
    De bundel van His bevindt zich na de AV knoop en vertakt zich in een linker en rechter bundeltak. De takken splitsen zich in fijne vezels (Purkinje vezels) welke naar de apex gaan. 

 

Bloedstelsel 
Aftakkingen aorta abdominalis
In craniocaudale volgorde zijn de aftakkingen van de aorta abdominalis; 

  • Truncus coeliacus: voorziet o.a. pancreas, maag, lever en duodenum 
    • A. hepatica communis: lever, galblaas, delen van maag, duodenum en pancreas
    • A. gastrica sinistra: maag 
    • A. splenica / lienalis:pancreas en milt 
  • A. mesenterica superior: jejunum, ileum en colon t/m halverwege colon transversum 
  • A. renalis
  • A. overica/testicularis
  • a. mesenterica inferior: vanaf halverwege colon transversum t/m rectum. 
  • Aa. Iliacae communis 

Abdominale veneuze drainage
Het portaal veneuze systeem (de vena portae) draineert naar de lever vanuit de milt, maag, pancreas en darmen t/m 2/3de deel van het rectum. Bij portaal veneuze stuwing, ontstaat:

  • Splenomegalie; door stuwing van de vena lienalis. 
  • Oesofagusvarices: door stuwing op de gastrische venen.

 

Figuur 4: het vaatstelsel.

Bron: InfoNu. 2021. Het principe van de bloedsomloop (hart en vaatstelsel). [online] Available at: <https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/diversen/118570-het-principe-van-de-bloedsomloop-hart-en-vaatstelsel.html> [Accessed 10 April 2021].

 

Spijsverteringsstelsel 

Peritoneum (tabel 1)
Het peritoneum is een dubbellaags sereus dat de abdominale holte aflijnt en de meeste intra-abdominale organen bedekt. 

  • Pariëtale peritoneum: bekleed de buik- en rugwand 
  • Viscerale peritoneum: bedekt de organen in de buik- en bekkenholte 
  • Mesenterium: de ophangband waar de intraperitoneale organen aan zijn opgehangen. 

De organen kunnen intra- of retroperitoneaal liggen. Intraperitoneale organen zijnvolledig bekleed zijn met peritoneum. Hierbij hebben de organen een eigen mesenterium en kan er het voorvoegsel ‘’meso-‘’ gebruikt worden. Retroperitoneale organen zijn niet of slechts gedeeltelijk bedekt zijn met peritoneum:

  • Primair: embryonale retroperitoneale ligging.
  • Secundair: tijdens de embryonale ontwikkeling naar retroperitoneaal verschoven.

Intraperitoneaal  Primair retroperitoneaal  Secundair retroperitoneaal 
Maag Nieren  Aorta
Lever  Bijnieren   Duodenum (partes descendens, horizontalis en ascendes) 
Milt Ureters  Pancreas 
Duodenum (pars superior), jejunum en ileum Colon ascendens 
Galblaas Colon descendens 
Caecum met appendix vermiformis  Rectum tot flexura sacralis
Colon transversum 
Colon sigmoideum 

Tabel 1: overzicht van de organen in het peritoneum.

 

Omentum 
Omentum is een vlakke buikvliesplooi die vastzit aan de randen van de maag. 

  • Omentum majus: hangt van de maag af naar beneden als een schort voor de buikorganen. 
  • Omentum minus: gelegen tussen de leverpoort en maag en aanvangsgebied van het duodenum. Deze bestaat uit twee onderdelen 
    • Lig. Hepatogastricum welke is gelegen tussen de lever en maag 
    • Lig. Hepatoduodenale welke is gelegen tussen de lever en duodenum. 

Oesofagus 
De oesofagus heeft 3 gedeelten die conform zijn aan de ligging aan de gebieden in het lichaam 

  • Pars cervicalis (C6 – Th1) 
  • Pars thoracica (Th1 – Th11) 
  • Pars abdominalis (tot cardia van de maag) 

De hoek van His is de geleidelijke overgang van oesofagus in maagmusculatuur waarbij de oesofagus naar links afbuigt onder de doorgang door het diafragma. Nadat voedsel via de slokdarm in de maag terecht is gekomen trekt het diafragma samen en wordt ook de hoek van His scherper. 

Maag
De maag (figuur 5) bestaat uit drie delen namelijk de corpus, fundus en het antrum. Het mucosa verschilt per deel van de maag: in de corpus (en fundus) bevinden zich slijmcellen, HCL- en intrinsic factor-producerende pariëtale cellen en pepsinogeen secernerende hoofdcellen. De maag heeft twee krommingen :

  • Curvatura major: caudale zijde
  • Curvatura minor: craniale zijde

 

Figuur 5: de maag

Bron: Encyclopedia Britannica. 2021. stomach | Definition, Function, Structure, Diagram, & Facts. [online] Available at: <https://www.britannica.com/science/stomach> [Accessed 10 April 2021].

 

Lever en galwegen (figuur 6)
De lever wordt opgedeeld in 4 lobben 

  • Lobus caudatus 
  • Lobus quadratus 
  • Lobus sinister (rechts)
  • Lobus dextra (links)

Het lig. Falcifome verdeelt de lever in een rechter en linker kwab aan de voorkant. Aan de achterkant zijn de andere twee kwabben zichtbaar. Ligamentum hepatoduodenale (onderdeel omentum minus) bevat de ductus choledochus, de arteria hepatica propria en de vena portae.
De galblaas bevat gal dat gereguleerd in de duodenum terechtkomt. De ductus choledochus (common bile duct) wordt gevormd door het samengaan van de ductus en ductus cysticus uit de galblaas. Later komt er de ductus pancreaticus nog bij om de ampulla van Vater te vormen.

 

Figuur 6: anatomie van de lever en galwegen

Bron: Encyclopedia Britannica. 2021. Liver | anatomy. [online] Available at: <https://www.britannica.com/science/liver> [Accessed 10 April 2021].

 

Pancreas (figuur 7)
De pancreas heeft een exocriene en een endocriene functie. De processus uncinatus is de gevormde verlenging van de pancreas kop die haakt rondt de a. mesenterica superior en de v. mesenterica superior. De pancreasstaart ligt tegen de milt aan. Een carcinoom bevindt zich vaak in de kop.

 

Figuur 7: de anatomie van de pancreas

Bron: Schuurman, C. Pancreatitis. nurs 25, 53–59 (2019). https://doi.org/10.1007/s41193-019-0128-7

 

De darmen (figuur 8)
Duodenum
Eerste stuk van de dunne darm, waarin de ampulla van Vater uitmondt. Hieruit komt de gal bij het voedsel.

Jejunum en ileum
De jejunum is de nuchtere darm en het ileum de kronkeldarm, deze sluit aan op het caecum (blinde darm). De wandopbouw is middels plicae circulares (Plooien van Kerckring), dit zijn vouwen in het mucusmembraan van de dunne darm. In het jejunum liggen deze dichter op elkaar dan in het ileum.

 

Figuur 8: de opbouw van de dunne darm.

Bron: Encyclopedia Britannica. 2021. Small intestine | anatomy. [online] Available at: <https://www.britannica.com/science/small-intestine> [Accessed 10 April 2021].

 

Colon 
Het colon, of de dikke darm, bestaat uit de volgende delen: 

  • Caecum met appendix vermiformis 
  • Colon ascendens 
  • Colon transversum 
  • Colon descendens 
  • Colon sigmoideum 

De wanden zijn als volgt opgebouwd:

  • Taenia coli: stratum longitudinale van de tunica muscularis. 
  • Plicae semilunares coli: halvemaanvormige flapjes die ter hoogte van elke haustratie drie plicae vormen. 
  • Haustra coli: boogvormige uitpuilingen van de dikke darm tussen de dwarsplooien.

 

Figuur 9: de opbouw van de colon.

Bron: Encyclopedia Britannica. 2021. large intestine | Definition, Location, Anatomy, Length, Function, & Facts. [online] Available at: <https://www.britannica.com/science/large-intestine> [Accessed 10 April 2021].

 

Rectum (figuur 10)
Alleen sagittaal is het rectum recht. In zijaanzicht vertoont het rectum twee bochten 

  • Flexura sacralis (retroperitoneaal) 
  • Flexura perinealis (extraperitoneaal) 

Er zijn verder vier zones te onderscheiden in het anale kanaal 

  • Zona colorectalis: tussen de junctio anorectalis en linae supratransitionalis. Deze zone bevat uniform, colorectaal slijmvlies met crypten. 
  • Zona transitionalis: tussen de linea supratransitionalis en linae denata. 
  • Zona squamosa (zona alba): tussen de linea dentata en linea anocutanea. Uniform bedekt met meerlagig, niet-verhoornd plaveiselepitheel dat verbonden is met de daaronder gelegen m. sphincter ani internus en daarom een wittige kleur heeft (alba)
  • Perianale huid: onder de linea anocutanea

 

Figuur 10: de rectum.

Bron: Carmichael J.C., Mills S. (2016) Anatomy and Embryology of the Colon, Rectum, and Anus. In: Steele S., Hull T., Read T., Saclarides T., Senagore A., Whitlow C. (eds) The ASCRS Textbook of Colon and Rectal Surgery. Springer, Cham. https://doi.org/10.1007/978-3-319-25970-3_1

 

Zenuwstelsel
Hersenvliezen (meningen)
Van buiten naar binnen zijn er drie hersenvliezen (figuur 11): 

  • Dura mater: dit is het dikste membraan waar zich de venen bevinden die het bloed van het brein draineren. Het is een grof vlies van stug collageenbindweefsel dat bestaat uit twee lagen. 
    • Periostale laag (stratum periostale) 
    • Meningeale laag (stratum meningeale) 
      Onder dit vlies bevindt zich de subdurale ruimte welke normaal leeg is waarbij de dura en arachnoïd mater tegen elkaar aanliggen. 
  • Arachnoidea (spinnenwebvlies): door dit tere vlies schemeren de hersenen en de vaten die door de subarachnoïdale ruimte lopen. In deze ruimte stroomt het cerebrospinale vocht (CSF) en lopen de cerebrale arteriën.
  • Pia mater: vlies dat direct op de hersenen ligt en de contouren van de gyri en sulci van de hersenen volgt. Hierin bevinden zich ook de arteriën.

Het is te onthouden aan het ezelsbruggetjes DAP.

Figuur 11: de hersenvliezen.

Bron: Apsubiology.org. 2021. CH 12 The Meninges. [online] Available at: <http://www.apsubiology.org/anatomy/2010/2010_Exam_Reviews/Exam_4_Review/CH_12_The_Meninges.htm> [Accessed 10 April 2021].

 

Cerebrale/intracraniële bloedvoorziening 
De hersenen worden door 4 vaten voorzien van zuurstofrijk bloed (figuur 12) : 2 halsslagaders (a. Carotis) en 2 wervelslagaders /vertebrale slagaders (a. Vertebrobasilar). De cirkel van Willis is intracranieël een soort back-up plan voor wanneer een van de toevoerende arteriën verstops raakt, omdat het een cirkel is, zal de bloedtoevoer gecontinueerd worden.

  • Anterieur circulatie door de a. carotis. 
    • a. carotis communis > a. carotis interna > a. carebri media (MCA) en a. cerebri anterior (ACA)
  • Posterieur circulatie door a. vertebrobasilair 
    • a. vertebralis > a. basilaris > a. cerebri posterior (PCA)

De cirkel wordt verder afgemaakt door de a. communicans posterior en de a. communicans anterior.

 

Figuur 12: de cirkel van Willis.

Bron: Biostasis. 2021. The Circle of Willes in Cryonics Perfusion - Biostasis. [online] Available at: <https://www.biostasis.com/the-circle-of-willes-in-cryonics-perfusion/> [Accessed 11 April 2021].

 

Hersengebieden
De hersenen kunnen ingedeeld worden in 4 kwabben met elk een functie (tabel 2). Ze zijn allemaal met elkaar verbonden.

Kwab Deel van kwab Beschrijving / functie
Frontaal kwab Prefrontal cortex Hogere cognitieve functies en plannen
(Pre)motor cortex Het initiëren en controleren van bewegingen
Broca’s gebied (Meestal links) Zorgt voor taalmotoriek, bij schade dan wordt de taal wel begrepen maar verstoord geproduceerd
Parietale kwab Somatosensorische cortex Ontvangt informatie van de lichaamszintuigen (somatosensorische stimulis). Detecteren gevoel
Occipitale kwab Primaire visuele cortex Ontvangt visuele informatie
Temporale kwab Primaire auditory cortex Ontvangt auditory informative van het lichaam
Wernicke’s gebied (meestal links) Zorgt voor taalbegrip, bij schade wordt de taal niet goed begrepen maar wel goed reproduceerd

Tabel 2: de hersenkwabben en diens functie.

 

Hersenzenuwen
Als ezelsbruggetje: ‘’Op Ons Oude Tuin Terras At Frank Verse/Smerige Groenten Van Albert Heijn’’. Ieder eerste letter staat voor de hersenzenuwen (Ttabel 3).

 

Nummer Naam Type Functie
I n. olfactorius Sensibel Waarnemen van geur
II n. opticus Sensibel Gezichtsvermogen
III n. oculomotorius Motorisch Oogbewegingen, accommodatie, vernauwen pupil en ooglidbewegingen
IV n. trochlearis Motorisch Oogbewegingen
V n. trigeminus Gemengd Sensibiliteit mond/gezicht/oog en kauwen
VI n. abducens Motorisch Oogbewegingen
VII n. facialis Gemengd Gelaatsuidrukking, smaak van voorste 2/3de van de tong, regulatie uitscheiding traanvocht en speeksel
VIII n. stato-acusticus / n. vestibulocochlearis Sensible Gehoor en evenwicht
IX n. glossopharyngeus Gemengd Motoriek slikbeweging, sensibiliteit palatum en farynx, smaak achterste 1/3de van tong
X n. vagus Gemengd Keelmotoriek, autonome functies door lichaam heen, stembandenbewegingen, sensibiliteit farynx
XI n. accessorius Motorisch Bewegingen nek en schouders
XII n. hypoglossus Motorisch Bewegingen van tong tijdens slikken en spreken

Tabel 3: de hersenzenuwen en dienst functie.

 

Urogenitaal en voortplantingsstelsel
Mannelijke geslachtsorgaan (figuur 13)
De testes wordt verdeeld in lobuli waarbij in elke lobulus tubuli seminiferi (zaadbuisjes) lopen die uitmonden in de rete testis en daarna naar de epididymis gaan. De funiculus spermaticus (zaadstreng) is de bundel waarmee de testis met de rest van het lichaam verbonden is. Deze bevat een aantal structuren, namelijk:

  • Ductus/vas deferens 
  • a. en v. ductus deferentis 
  • a. en vv. testicularis 
  • a. cremasterica 
  • plexus pampiniformis (deze vormt uiteindelijk de v. testicularis). 
  • N. genitofemoralis, n. ilioinguinalis 

Prostaat 
De prostaat (figuur 13) kan worden verdeeld in 3 zones 

  • Peri urethrale mantelzone: dit is de kleinste zone die de urethra omgeeft tot ter hoogte van de monding van de ductus ejaculatorius
  • Centrale zone: omgeeft de ductuli ejaculatorii 
  • Perifere zone

Verder is er sprake van een transitiezone, namelijk een overgangsgebied tussen het gebied zonder klieren naar een gebied met klieren.
Verder zijn er aantal structuren belangrijk om te kennen:

  • Glandulae vesiculosae (zaadblaasjes): gepaarde klieren die samen met de prostaat het spermavocht produceren. 
    • De ductus excretorius is de afvoergang van de gll. Vesiculosae 
  • Cowperse klieren/glandulae bulbourethrales: deze liggen ingebed in de m. transversus perinei profundus en secreet produceren dat glashelder is en de urethra voorbereidt op het transport van sperma (voorvocht). 
  • Ductus ejaculatorius: deze vormt zich doordat de ductus excretorius samenvoegt met de ductus deferens. 
  • De penis: heeft twee corpora cavernosa en een corpus spongiosum. De corpora cavernosa zwellen op tijdens een erectie terwijl het corpus spongiosum zacht blijft. 
  • Erectie/ejaculatie: de parasympathicus zorgt voor de erectie en de sympathicus voor de ejaculatie. 

 

Figuur 13: het mannelijk geslachtsorgaan en de prostaat.

Bron: Tharmalingam, H., Tsang, Y., Choudhury, A. and Hoskin, P., 2018. OC-0285: External beam (EBRT) and HDR brachytherapy (BT) in prostate cancer: impact of EBRT volume. Radiotherapy and Oncology, 127, pp.S146-S147.

 

Vrouwelijke geslachtsorgaan

  • Uterus: de wand is van binnen naar buiten opgebouwd uit het endometrium (tunica mucosa), het myometrium (tunica muscularis) en het perimetrium (tunica serosa). 
  • Ovaria: heeft 2 zones, een centrale zone vasculosa en een perifere zone parenchymatosa 
  • Zenuwinnervatie: de n. pudendus voorziet de bekkenbodem en geeft pijnsensaties door aan de externe genitalia.

 

Figuur 14: vrouwelijk geslachtsorgaan

Bron: Learning.hccs.edu. 2021. female-reproductive-system-labeling-female-reproductive-system-labeling-human-anatomy-library.jpg — HCC Learning Web. [online] Available at: <https://learning.hccs.edu/faculty/stephen.henry/biol2102/supplemental-videos/lab-quiz-5-review-materials/female-reproductive-system-labeling-female-reproductive-system-labeling-human-anatomy-library.jpg/view> [Accessed 11 April 2021].

 

Nieren 

De  rechternier ligt iets lager dan de linkernier. De nieren bestaan uit twee lagen: cortex en medulla. De nier bevat functionele eenheden genaamd nefronen. Hiervan reikt 15% tot diep in het merg (juxtamedullaire nefronen) terwijl de overige nefronen minder diep reiken (corticale nefronen). Een nefron bestaat uit een glomerulus en een tubulussysteem. 

  • Het lichaampje van Malpighi, die bestaat uit het kapsel van Bowman en de glomerulus. 
  • Tubulussysteem 
  • Proximale tubulus 
  • Lis van Henle 
  • Distale tubulus

 

Figuur 15: de nieren.

Bron: Börger, B., 2021. Niereenheid (Nefron). [online] Biologielessen.nl. Available at: <https://biologielessen.nl/index.php/a-9/1603-niereenheid-nefron> [Accessed 11 April 2021].

 

Blaas (vesicae)
Vanuit elke nier gaat een ureter naar de blaas. Vanuit de blaas komt een urethra. De blaas wordt omgeven door de m.detrusor vesicae. De urethra is bij de vrouwen korter dan bij mannen en bestaat uit verschillende delen:

  • Vrouwen 
    • Pars intramuralis 
    • Pars cavernosa 
  • Mannen 
    • Pars intramuralis: hier bevindt zich de m. sfincter urethra internus. 
    • Pars prostatica: hier monden beide ducti ejaculatorii uit in de urethra 
    • Pars membranacea: hier bevindt zich de m. sfincter urethra externus. 
    • Pars spongiosa 

De blaassfincter is dubbel geïnnerveerd. Extern is het somatisch geïnnerveerd en de interne is autonoom geïnnerveerd. Hierom is de buitenste onder het bewustzijn van de persoon en de interne niet.

 

Endocriene organen
Schildklier (glandula thyroidea) 
De schildklier (figuur 16) plooit zich om de trachea en bestaat uit twee kwabben. De lobus sinister en lobus dexter. In het midden van deze twee kwabben ligt een isthmus glandulae thyoidea die de lobuli verbinden. Elke kwab wordt voorzien door een a. thyreoïda superior (afkomstig uit de a. carotis externa) en een a. thyreoïda inferior (afkomstig uit de a. subclavia). De schildklier is omgeven door een bindweefselkapsel (capsula):

  • Capsula interna: zachte binnenste blad welke direct tegen de schildklier ligt. Vanuit de capsula interna lopen bindweefselstrengen waarin ook bloedvaten liggen door tot in de klier. 
  • Capsula externa: grove buitenste blad. Loopt over het capsula interna. 

De thyrocyten zijn verantwoordelijk voor de synthese van schildklierhormonen. Bij een thyreoïdectomie kunnen de n. laryngeus recurrens en/of n. vagus beschadigd raken, hetgaan kan leiden tot o.a. heesheid en slikstoornissen.

 

Figuur 16: de schildklier

 

Bijnieren 
De bijnieren bestaan uit een cortex (schors) en een medulla (merg). De cortex produceert steroÏdhormonen en de medulla produceert catecholaminen (adrenaline en noradrenaline). De opbouw van de cortex van buiten naar binnen is als volgt:

  • Glomerulosa: produceert aldosteron 
  • Fasciculata: produceert cortisol 
  • Reticularis: produceert geslachtshormonen (testosteron) 

Hypofyse 
De hypofyse bestaat uit een voor- en achterkwab die beide worden aangestuurd door de hypothalamus:

  • Voorkwab: adenohypofyse, hier worden hormonen geproduceerd die invloed hebben op andere endocriene klieren zoals groeihormoon (GH), TSH, gonadotrofe hormonen (FSH en LH) en prolactine. 
  • Achterkwab: neurohypofyse, hier worden het antidiuretisch hormoon (ADH) en oxytocine geproduceerd. 

Epifyse (pijnappelklier)
Deze ligt boven het derde ventrikel en reguleert het slaap-waakritme middels de productie van melatonine.

 

Embryologie en neonatologie
Foetale circulatie

  • Ductus venosus: dit is een shunt die dient als verbinding tussen de vena umbilicalis en de vena cava inferior. Na de geboortewordt dit de ligamentum venosum. 
  • Ductus arteriosus/ductus Botalli: de fysiologische rechts-links shunt dat de a. pulmonalis verbindt met de aorta. 
  • Navelstreng: deze bevat drie vaten, namelijk een vena umbilicalis en twee arteriae umbilicales.

 

Figuur 17: foetale circulatie.

Bron: Ncj.nl. 2021. NCJ | 1. Werking van het hart. [online] Available at: <https://www.ncj.nl/richtlijnen/alle-richtlijnen/richtlijn/?richtlijn=39&rlpag=1806> [Accessed 11 April 2021].

 

De schedel van de neonaat 

Is nog niet geheel gefuseerd waarbij er fontanellen zijn. Grofweg zijn er 2:

  • Frontale fontanel: dit is de grote, welke de vorm van een ruit heeft en vlak boven het voorhoofd ligt. Deze sluit bij +/- 1 – 1.5 jaar. 
  • Occipitale fontanel: dit is de kleine, welke de vorm van een driehoek heeft en ter hoogte van de kruin ligt. Deze sluit bij +/- 3 maanden. 

Congenitale malformatie/problemen 

  • Persisterende urachus: een verbinding tussen de blaas en navel 
  • Persisterende ductus arteriosus: een ductus Botalli die open blijft en een links-rechts shunt geeft. 
  • Omphalokèle: herniatie van de darminhoud die bedekt is door peritoneum 
  • Gastroschisis: herniatie van de darminhoud die niet bedekt is door peritoneum