Home » Kennis » Vaardigheden » Enkel-armindex

Enkel-armindex

De enkel/arm-index (E/A-index) is een onderzoek waarbi je de doorbloeding van de benen bepaalt middels een dopplerapparaat. Bij de dopplereffect verandert de frequentie van geluid dat door stromende erytrocyten teruggekaatst wordt. Dit is met een dopplerapparaat dan te meten. Het voordeel van een meting met een dopplerapparaat is dat het een niet-invasieve methode is. Bij de berekening van de enkel-armindex, wordt de bloeddruk aan de enkel (enkel-arm) gedeeld door die van het arm (enkel-arm). Dit hoeft niet aan dezelfde zijde te zijn, je neemt namelijk de hoogste bloeddruk van 1 van beide armen.

 

Indicaties

  • Objectiveren van de doorbloeding van de benen bij patiënten met een verdenking op een perifere arteriële doorbloedingsstoornis.
  • Kwantificeren van de mate van een perifere doorbloedingsstoornis om daarmee te bepalen hoe urgent een behandeling is.
  • Objectiveren van het resultaat van percutane of open interventie ter verbetering van de bloeddoorstroming.
  • Aantonen van een goede perifere doorbloeding bij een patiënt met klachten van de benen met arteriële insufficiëntie in de differentiaaldiagnose. 

Alternatieve onderzoeksmethoden

  • Dynamische subtractieangiografie (DSA). 
  • Intraveneuze onderzoeken, zoals CT- of MR-angiografie. 

Nadelen bij beide onderzoeken zijn de stralingsbelasting en is het meer invasief.

 

Benodigheden

  • Handdopplerapparaat (figuur 1)
  • Bloeddrukmeter met manchet en stethoscoop
  • Gel

Figuur 1: doppler-apparaat

Bron: DOPPLER - MegaPoint. [online] Available at: https://megapoint.nl/


Bij kinderen kunnen andere dopplerapparaten gebruikt worden. Daarnaast kan er b
ij geen betrouwbaar signaal van de enkelarteriën, een teendruk bepaald worden.

 

Uitvoering

  1. Patiënt identificeren.
  2. Handhygiëne toepassen.
  3. Materialen klaarleggen.
  4. Patiënt op de onderzoeksbank positioneren.
  5. Systolische bloeddruk meten aan beide armen met de stethoscoop en het dopplerapparaat. De hoogste systolische bloeddruk dient hierbij genoteerd te worden. 
  6. Gel spuiten ter hoogte van de arteria dorsalis pedis.
    Te vinden: lateraal van de strekpees van de grote teen (figuur 2). 
  7. Bloeddrukmanchet aanbrengen craniaal van de malleoli. 
  8. Probe in een hoek tussen 45 en 60 graden naar de bloedstroom toe plaatsen op de arteria dorsalis pedis. Eventueel kan de voet ondersteunt worden met de onderarm om de positie te fixeren.
  9. Zoeken tot het dopplersignaal hoorbaar is.
    Belangrijk hierbij:
    • Probe op dezelfde plek houden.
    • Niet te hard drukken: anders wordt de arterie dichtgedrukt.
    • Manchet oppompen tot 30 mm boven de te verwachten systolische druk. 
  10. Manchet leeglaten en de druk noteren op het moment dat het dopplersignaal weer hoorbaar is. 
  11. Herhaal stap 7 tot en met 9 bij de arteria tibialis posterior.
    Te vinden: dorsaal van de malleolus medialis (figuur 2). 
  12. Noteer de hoogste druk gemeten aan het been.
  13. Herhaal stap 6 tot en met 11 bij het andere been.
  14. Gel van de patiënt afhalen en materialen opruimen.
  15. Handhygiëne toepassen.

Figuur 2: metingen aan arteria tibialis posterior (links) en arteria dorsalis pedis (rechts).

Bron: Enkel-armindex bepalen met dopplerapparaat. Dungen, Dr. J.J.A.M. van den. Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum.

 

Problemen bij uitvoering

  • Bij te hard duwen, wordt het vat dichtgeduwd. Hierdoor is geen bloedstroom meetbaar. 
  • Als een arterie ernstig verkalkt is, kan het zijn dat het vat niet te comprimeren is. Daardoor kan een foutieve, te hoge druk gemeten worden.
  • Bij eenzijdige of dubbelzijde obstructie van de arteria subclavia kan een te lage druk aan de armen gemeten worden. Hierdoor kan de enkel-armindex te hoog worden.
  • Bij milde arteriële obstructies kan bij een liggende patiënt een normale bloeddruk aan de enkels gemeten worden. De meting moet dan direct na inspanning herhaald worden als op basis van de anamnese een arteriële obstructie verdacht wordt. 

 

Interpretatie

E/A-index PAV
>1.2 Verdenking niet te comprimeren ernstig verkalkte onderbeenarteriƫn
0.9-1.2 Normaal
0.5-0.9 Klachtenvrij (PAV-stadium 1) of claudicatio intermittens (PAV-stadium 2)
<0.4 Rustpijn (PAV-stadium 3)
<0.15 Bedreigd been (PAV-stadium 4)

Tabel 1: overzicht van interpretatie bij de enkel-armindex.

 

Een E/A-index, die gemiddeld kleiner is dan 0.9, na drie keer meten, maakt perifeer arterieel vaatlijden bijna zeker. Bij een gemiddelde van >1.0 is het bijna uitgesloten (sensitiviteit van 90% en specificiteit van 98% voor een op angiografie zichtbare stenose van meer dan 50% in een van de grotere beenarteriën).

  • Waarden lager dan 75 mmHg wijzen op een ernstig beperkte circulatie. 
  • Bij een waarde lager dan 50 mmHg moet een angiografisch onderzoek gedaan worden ter voorbereiding op een behandeling.
  • Kwalitatieve analyse: distaal van een stenose of occlusie geeft het dopplersignaal een afwijkend, gedempt beeld. Voor kwalitatieve analyzer is een spectraal analyzer nodig. Het heeft een beperkte waarde. 

 

Bronnenlijst

  1. Enkel-armindex bepalen met dopplerapparaat. Dungen, Dr. J.J.A.M. van den. Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum.