Home » Kennis » Urineonderzoek

Urineonderzoek

Het urineonderzoek verschaft belangrijk informatie voor de diagnostiek van de nieren, blaas en lever, maar tevens in endocriene, metabole en intoxicatie stoornissen. Het urine kan worden verzameld in (eenmalige) porties of over een periode van 24 uur. Er wordt gebruik gemaakt van containers, bekertjes of buisjes. Bij een zuigeling kan gebruikt worden gemaakt van een plaszakje. Urine uit een luier is ongeschikt door de menging van cellen.

 

Uitvoering

Geef de patiënt de juiste materialen mee en instructies. Dit kan schriftelijk, maar ook mondeling. Let op het volgende:

  • Was de handen voor verzameling en raak niet de binnenkant van het verzamelmateriaal aan.
  • Voordat de patiënt begint met verzamelen, dient het periurethrale gebied te worden gereinigd, het is namelijk altijd gecontamineerd. Hiermee voorkomt men dat vaginale uitscheiding, pubis haar, smegma of flora mee gaat.
    • Bij vrouwen is het belangrijk om de labia te spreiden en rondom de urethra schoon te maken.
    • Bij mannen is het belangrijk de voorhuid terug te trekken en de glans penis en diens opening schoon te maken.
  • Klaar? Sluit het bekertje en lever het in.

Daarnaast zijn er dus verschillende opties voor het verzamelen van urine. Het kan middels een eenmalige portie of gedurende een periode van 24 uur. Bij een eenmalige opname zijn er verschillende mogelijkheden:

  • Willekeurig
  • Ochtendurine (hogere concentratie): handig voor urinekweek voor urineweginfectie
  • Gepland: bijvoorbeeld na een behandeling of maaltijd
  • Midstream

Bij een 24-uursopname kan elk moment van de dag gestart worden, echter dient de tijd bijgehouden te worden. Dit kan handig zijn voor bijvoorbeeld de meting van cortisol.

Verder kan urine verkregen worden uit bijvoorbeeld een katheter of middels een aspiratie. Een aspiratie vindt transdermaal en suprapubicaal plaats middels een steriele naald. Dit wordt gedaan op een (poliklinische) OK.

De urine dient nadien te worden bewaard bij kamertempratuur (maximaal een aantal dagen) of in een koelkast/vriezer voor langere periodes. Daarnaast kan er bewaarvloeistof worden toegevoegd ter bescherming, zoals zoutzuur (HCl) of boorzuur. Tot slot dient men te waken voor blootstelling aan licht.

 

Het onderzoek

Het onderzoek kan worden onderverdeeld in 3 delen:

  1. Systemisch onderzoek
    • Kleur
    • Helderheid en troebelheid
    • Dichtheid (soortelijk gewicht)
  2. Chemisch onderzoek
    • pH
    • Eiwitten
    • Glucose
    • Ketonen
    • Urobilinogeen
    • Bilirubine
    • Bloed
    • Leukocyten
    • Nitriet
  3. Sedimentonderzoek
    • Cellen
    • Bacteriën
    • Afgietsels
    • Kristallen

 

Interpretatie

Systemisch onderzoek
De kleur is vaak licht gelig. De urine is vaak niet tot heel licht troebel. Het kan troebeler worden door kristallen, leukocyten, erytrocyten, bacteriën, slijm, afgietsels, lipiden of mogelijk sperma. De dichtheid (soortelijk gewicht) is een reflectie van de concentratie (osmolaliteit), en dit kan verhoogd (hypersthenuria) of verlaagd (hyposthenuria) zijn. Oorzaken van hypersthenuria zijn:

Oorzaken van hyposthenuria zijn:

Chemisch onderzoek
pH
Urine-pH is een maat voor de waterstofionenconcentratie (H+) en bicarbonaatconcentratie (HCO3-) in de urine. Het wordt bepaald door het vermogen van de nier om de waterstofionen- en bicarbonaatconcentraties vanuit het bloed uit te scheiden. Normaal is het pH tussen de 4,5 en 8. Oorzaken van zure urine:

Oorzaken van basisch urine:

Leukocyten
De reactie detecteert de aanwezigheid van esterasen die voorkomen in granulocyten. Deze enzymen splitsen een indoxylester en de indoxyl reageert met een diazoniumzout om een violette kleurstof te produceren. Zowel intacte als gelyseerde leukocyten worden gedetecteerd. De reactie wordt niet beïnvloed door bacteriën, trichomonaden of erytrocyten die in de urine aanwezig zijn. Formaldehyde (stabilisator) en medicatie met antibiotica die imipenem, meropenem of clavulaanzuur bevatten, kunnen vals-positieve reacties veroorzaken. Als het urinemonster sterk gekleurd is (bijvoorbeeld door de aanwezigheid van bilirubine of nitrofurantoïne), kan de reactiekleur worden gemaskeerd. Een eiwituitscheiding via de urine van meer dan 500 mg/dl en een uitscheiding van glucose via de urine van meer dan 2 g/dl kan de intensiteit van de reactiekleur verminderen, evenals medicatie met antibiotica die cefalexine of gentamicine bevatten indien toegediend in hoge dagelijkse doses.

Aanwezigheid van leukocyten is indicatief voor een infectie in de urineweg (normaliter is het 0). Toch kan het verhoogd zijn zonder infectie indien de urine bij lange blootstelling aan kamertemperatuur leidt tot leukocytolyse en het vrijkomen van de esterasen. Oorzaken van de aanwezigheid van leukocyten zijn:

Daarnaast kan worden gekeken naar:

  • Tekenen van urineweginfectie
    • Dysurie, pollakisurie, stinkende urine, hematurie
  • Tekenen van pyelonefritis
    • Koorts, depressie, anorexia, polydipsie, polyurie
  • WBC casten
    • WBC-afgietsels zijn bijna pathognomonisch voor pyelonefritis

Eiwitten
Sporen van eiwit (50 mg/dL of minder) kunnen normaal gesproken in de urine worden gevonden. Oorzaken van een verhoogde hoeveelheid eiwitten (proteinurie) zijn:

  • Ontsteking
    • Betrokkenheid van de bovenste of onderste urinewegen
    • Weerspiegeld in een actief urinesediment (leukocyten, mogelijk bacteriën)
  • Bloeding
    • Positief voor urine occult bloed en kans op sediment met erytrocyten
  • Nierglomerulaire ziekte
    • Glomerulonefritis
    • Amyloïdose
  • Prerenaal
    • Incidentele milde proteïnurie kan secundair zijn aan verhoogde glomerulaire permeabiliteit (shock, hartziekte, koorts, CZS-ziekte, verhoogde lichaamsbeweging).
    • Overloopproteïnurie [hoge concentraties van laagmoleculaire eiwitten (myoglobine, Bence Jones-eiwit)] in het perifere bloed dat kan worden gefilterd en niet volledig door de tubuli wordt geresorbeerd.

Urine-eiwit:urine-creatinineverhouding wordt gebruikt om te bepalen of proteïnurie significant is. Tevens kan de urine-eiwit:urine-creatinine-verhouding kan de 24-uurs urineverzameling vervangen.

Glucose
De glucose die aanwezig is in het glomerulaire filtraat wordt bijna volledig opnieuw geabsorbeerd in de proximale tubuli. Hierom is glucose normaliter niet aanwezig in de urine. Aanwezigheid van glucose is het gevolg van:

  • Glucosurie treedt op wanneer de bloedglucose de nierdrempel overschrijdt:
    • Diabetes mellitus
    • Stress of opwinding
    • Infusie van vloeistof rijk aan dextrose
    • Af en toe bij hyperadrenocorticisme, feochromocytoom
  • Glucosurie treedt ook op wanneer er een abnormale proximale tubulaire functie is:
    • Acuut nierfalen
    • Fanconi-syndroom
    • Primaire glucosurie
    • Secundair aan aminoglycoside-toxiciteit
    • Zelden bij familiale nierziekte

Ketonen
Ketonen, zoals bèta-hydroxybutyraat, acetoacetaat en aceton, worden geproduceerd door lipolyse en worden gefilterd door de glomerulus. Normaal gesproken worden ketonen volledig geresorbeerd door de proximale tubuli. Het is normaliter dus niet aanwezig in het bloed. Oorzaken van ketonurie zijn:

  • Diabetische ketoacidose
  • Langdurig vasten
  • Hongersnood
  • Koolhydraatarm dieet
  • Glycogeenstapelingsziekte
  • Aanhoudende koorts
  • Aanhoudende hypoglykemie

Urobilinogeen
Darmbacteriën zetten geconjugeerd bilirubine om in urobilinogeen. Het meeste wordt uitgescheiden in de ontlasting. Een kleine hoeveelheid wordt teruggeleverd aan de lever via het portaalsysteem waar de urobilinogeen wordt vervolgens verwijderd door de lever of uitgescheiden in de urine. Hele kleine hoeveelheden kunnen worden gevonden, wanneer er geen urobilinogeen is, kan dit wijzen op galwegobstructie. Wanneer het veelvuldig aanwezig is kan dit wijzen op hemolytische anemie of leverstoornissen.

Bilirubine
Geconjugeerd bilirubine zal gemakkelijk door de glomerulus in het filtraat reizen. Het wordt niet geabsorbeerd door de tubuli en komt daarom in de urine terecht. Ongeconjugeerd bilirubine is gebonden aan albumine en gaat niet door de glomerulus. Oorzaken van verhoogde hoeveelheid bilirubine (hyperbilirubinemie) zijn:

  • Geconcentreerde urine
  • Intrahepatische of extrahepatische galwegobstructie met daaropvolgende regurgitatie van geconjugeerd bilirubine in het bloed
  • Hemolyse en hemoglobinurie
    • Geconjugeerd bilirubine is verhoogd en gaat gemakkelijk over in het glomerulaire filtraat.
    • Renale tubulaire cellen kunnen geconjugeerd bilirubine vormen uit geabsorbeerd hemoglobine.
  • Koorts of honger

Bloed
In zeer geringe mate aanwezig: ongeveer 4 bloedcellen per high power field (4 RBC/HPF). Verhoogde aanwezigheid kan duiden op schade in de urinewegen, heftig sporten of ziekte.

Nitriet
Nitriet ontstaat bij de omzetting van nitraat door infecties. Het hoort niet in de urine aanwezig te zijn. Is het wel aanwezig? Dan kan dit wijzen op een urineweginfectie
.

Sedimentonderzoek
Dit is een microscopisch onderzoek waarbij de urine wordt gecentrifugeerd en de vaste delen in het bloed naar beneden zakken (het sediment). Vervolgens wordt er gekeken wat hierin zit, zoals micro-organismen of kristallen.

 

Bronnenlijst

  1. Urineonderzoek: urinetest en waarden van urineonderzoek [Internet]. InfoNu. 2021 [cited 17 October 2021]. Available from: https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/diversen/175827-urineonderzoek-urinetest-en-waarden-van-urineonderzoek.html#rode-en-witte-bloedcellen
  2. Praktische vaardigheden. Groningen: Wolters-Noordhoff; 1997.
  3. Urinalysis: Reference Range, Interpretation, Collection and Panels [Internet]. Emedicine.medscape.com. 2021 [cited 17 October 2021]. Available from: https://emedicine.medscape.com/article/2074001-overview