Reanimatie (BLS)

Per jaar krijgen ongeveer 17.000 mensen een hartstilstand buiten het ziekenhuis (OHCA). De meest voorkomende oorzaken voor een hartstilstand zijn cardiale ischemie, hartkleplijden, cardiomyopathie en myocarditis. Het is bij een circulatiestilstand essentieel om zo snel mogelijk te starten met een reanimatie om de circulatie weer op gang te krijgen. De overleving van een circulatiestilstand is afhankelijk van verschillende factoren zoals de tijd tussen circulatiestilstand en de start van een reanimatie, het initiële ritme, de leeftijd van de patiënt en eventuele co-morbiditeit.

 

Protocol (figuur 1)
Wanneer men start met een reanimatie is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de basic life support (BLS) en advanced trauma and life support (ATLS). Het BLS protocol wordt met name gebruikt voor reanimaties buiten het ziekenhuis en de ATLS door gespecialiseerd zorgpersoneel bij reanimaties in het ziekenhuis.

Figuur 1: de protocols volgens BLS en ATLS.

Bron: Richtlijnen Reanimatie in Nederland [Internet]. Reanimatieraad.nl. 2015 [cited 10 November 2020]. Available from: https://reanimatieraad.nl/app/uploads/2020/03/NRR-Richtlijnen-2015.pdf


Basic Life Support
Aanspreken

  • Zorg ervoor dat uzelf, omstanders en het slachtoffer veilig zijn. 
  • Spreek het slachtoffer aan en kijk of het slachtoffer reageert:
    • Als het slachtoffer WEL reageert
      Laat het slachtoffer in de houding waarin u hem aantreft, mits er verder geen gevaar dreigt. Controleer het slachtoffer regelmatig volgens de ABCDE.
    • Als het slachtoffer NIET reageert
      Vraag een omstander een ambulance te bellen via 112 en vraag om een AED te brengen, als die beschikbaar is. Als u alleen bent, belt u zelf 112. Zet de telefoon bij voorkeur op de luidspreker, zodat u de aanwijzingen van de centralist kunt horen, terwijl u uw handen vrij heeft.

Controleren van de ademhaling
Houd de luchtweg open en kijk, luister en voel maximaal 10 seconden naar normale ademhaling met de head-tilt-chin-lift:

  • Kijk of de borstkas omhoog komt.
  • Luister ter hoogte van mond en neus of u ademhaling hoort.
  • Voel met uw wang of er luchtstroom is.
  • Als het slachtoffer WEL normaal ademt
    Leg hem in de stabiele zijligging. Controleer elke minuut of de ademhaling normaal blijft.
  • Als het slachtoffer NIET ademt of niet normaal ademt, of als u twijfelt:
    • Laat door een van de omstanders een AED halen en vraag de omstander om zo snel mogelijk terug te komen.
    • Zeg tegen de centralist dat het gaat om een reanimatie.
    • Start borstcompressies en beademingen 30:2

Het aansluiten van een automatische externe defibrillator (AED)

  • Zet de AED aan; sommige AED’s starten automatisch na het openen van het deksel.
  • Bevestig de elektroden op de ontblote borstkas. Als er een tweede hulpverlener aanwezig is, gaat deze tegelijkertijd door met borstcompressies.
  • Zorg ervoor dat niemand het slachtoffer aanraakt als de AED het hartritme analyseert.

Het toedienen van een schok met de AED

  • De AED geeft WEL een schokopdracht:
    • Zorg dat niemand het slachtoffer aanraakt.
    • Druk op de schokknop zodra de AED dit aangeeft. Een volautomatische AED geeft de schok zelf.
    • Volg de gesproken/visuele opdrachten van de AED direct op. Start dus direct met borstcompressies.
  • De AED geeft GEEN schokopdracht:
    • Volg de gesproken/visuele opdrachten van de AED direct op. Start dus direct weer met borstcompressies.

Ga door met reanimatie totdat

  • Professionele zorgverleners zeggen dat u mag stoppen
  • Het slachtoffer bij bewustzijn komt: zich beweegt, zijn ogen opent en normaal begint te ademen
  • U uitgeput bent
  • U een niet-reanimerenverklaring vindt, die bij het slachtoffer hoort.

 

Verder goed om te weten..
Schokbare ritmen
Niet alle ritmes zijn schokbaar. Tot de schokbare ritmes behoren ventriculair fibrilleren en ventriculaire tachycardie.

  • Vlak voor het moment van de ritmebeoordeling moet de defibrillator zo snel mogelijk worden opgeladen (150 tot 200 Joule), terwijl een andere hulpverlener de thoraxcompressies voortzet.
  • Zodra de defibrillator is opgeladen, onderbreek dan kort de thoraxcompressies. Als een schokbaar ritme wordt vastgesteld, controleer kort op veiligheid en geef de eerste defibrillatieschok.
  • Hervat onmiddellijk de BLS 30:2, zonder eerst het ritme opnieuw te beoordelen of pulsaties te controleren.
  • Onderbreek na 2 minuten de BLS (met defibrillator opgeladen tot maximale energie) om het ritme te beoordelen. Pauzeer zo kort mogelijk.

Als VF/VT blijft bestaan

  • Geef een tweede schok en hervat de basale reanimatie onmiddellijk gedurende 2 minuten, zonder voorafgaande controles van ritme en pulsaties.
  • Pauzeer na 2 minuten zo kort mogelijk met reeds opgeladen defibrillator om het ritme te beoordelen.
  • Als VF/VT blijft bestaan: geef een derde schok met maximale energie, en hervat BLS onmiddellijk gedurende 2 minuten, zonder voorafgaande controles van ritme en pulsaties.
  • Geef 1 mg adrenaline intraveneus/intraossaal (IV/IO) en herhaal dit om de 3-5 minuten (dit is elke tweede defibrillatie).
  • Geef amiodaron 300 mg IV/IO in bolus. Geef de volgende dosis van 150 mg amiodaron na de vijfde schok als nog steeds VF/VT recidiveert. Bij recidief VF/VT wordt er opnieuw gedefibrilleerd, gevolgd door amiodaron 150 mg als de totale dosis van 450 mg nog niet bereikt is.
  • Denk aan reversibele oorzaken (4 H’s en 4 T’s).

Niet schokbaar ritme
Dit zijn bijvoorbeeld de polsloze elektrische activiteiten (PEA) en asystolie.

  • Start de BLS met 30:2, ook hier ritmebeoordeling met opgeladen defibrillator (150 tot 200 Joules).
  • Bij asystolie, controleer de elektroden en monitorinstellingen, ‘dump’ intern de lading van de defibrillator en hervat onmiddellijk de BLS.
  • Geef 1 mg adrenaline IV/IO zo snel mogelijk.
  • Denk aan reversibele oorzaken (4 H’s en 4 T’s). l Controleer ritme en pulsaties na 2 minuten.

'Ik zie geen verandering..'

  • Ga direct door met thoraxcompressies en ventilaties.
  • Controleer na elke 2 minuten het ritme met opgeladen defibrillator en minimale onderbreking van de thoraxcompressies.
  • Geef elke 3-5 minuten 1 mg adrenaline IV/IO.
  • Als het ritme verandert en georganiseerde elektrische activiteit toont, controleer dan pulsaties

Bij het herstel van spontane circulatie (ROSC) wordt de post-reanimatie opvang gestart volgens de ABCDE methode (ATLS). Tot slot is het essentieel om de onderliggende oorzaak van de circulatiestilstand te achterhalen en te behandelen.

 

Bronnenlijst

  1. Factsheet Reanimatie [Internet]. Hartstichting.nl. 2016 [cited 10 November 2020]. Available from: https://www.hartstichting.nl/getmedia/60b28e87-4d06-40ec-bc26-591faa909a46/boek-hartstichting-reanimatie-cijferboek-2016.pdf

  2. Richtlijnen Reanimatie in Nederland [Internet]. Reanimatieraad.nl. 2015 [cited 10 November 2020]. Available from: https://reanimatieraad.nl/app/uploads/2020/03/NRR-Richtlijnen-2015.pdf

  3. Reanimatie - Het Acute Boekje [Internet]. Hetacuteboekje.nl. 2017 [cited 10 November 2020]. Available from: https://www.hetacuteboekje.nl/hoofdstuk/reanimatie/reanimatie.html