Neurologisch onderzoek

Algemeen lichamelijk onderzoek

  • Pols
  • Bloeddruk

Cognitieve stoornissen
Let op eventuele geheugenklachten of taalproblemen (dysartrie of afasie).

Hersenzenuwen

  • I (n. olfactorius)
    Test de neusdoorgankelijkheid om een somatische klacht uit te sluiten. Vervolgens test je de reuk door middel van het ruiken van iets met een heftige geur, zoals koffiebonen.
  • II (n. opticus)
    Test de visus met behulp van een visuskaart. Daarnaast test je de centrale en perifere gezichtsvelden met behulp van de Amsler gridkaart en de methode van Donders. Tot slot test je de directe pupilreacties met behulp van een lampje.
  • III (n. oculomotorius), IV (n. trochlearis) en VI (n. abducens)
    Deze 3 hersenzenuwen hebben gezamenlijk gemeen dat ze de beweeglijkheid van het oog besturen: n. oculomotorius zorgt voor constrictie van de pupil door middel van de m. constrictor pupillae, accommodatie van de lens en het optrekken van het bovenste ooglid door middel van m. levator palpebrae, de n. trochlearis innerveert de m. obliquus superior en de n. abducens m. rectus lateralis. Inspecteer eerst de ogen en oogleden op afwijkingen en stand (Hirschberg). Dan test je de beweeglijkheid door middel van oogvolgbewegingen en convergentiereactie. 
  • V (n. trigeminus)
    Heeft 3 takken en verzorgt daarmee de sensibiliteit van het gelaat en de kracht in de kauwspieren. Ook gaat de corneareflex via deze zenuw.
  • VII (n. facialis)
    Een bijzondere hersenzenuw met een dubbele innervatie: perifeer vanuit een unilaterale motor neuron en centraal vanuit een bilaterale motor neuron. Getest door middel van observeren van het mimiek en testen van aangezichtsmotoriek, door bijvoorbeeld ogen dicht te knijpen en te lachen. Daarnaast als functie om de smaak van de voorste 2/3 van de tong te proeven en speeksel en traanvocht te produceren.
  • VIII (n. vestibulocochlearis; n. acusticus en n. vestibularis)
    Het gehoor wordt getest door achter patiënt te staan en je vingers op elkaar te tikken. Ook worden de stemvorkproeven Weber en Rinne uitgevoerd.
  • IX (n. glossopharyngeus) en X (n. vagus)
    De n. glossopharyngeus verzorgt de 
    keelmotoriek, de sensibiliteit van het palatum en farynx en de smaak van het achterste 1/3 van de tong. De n. vagus verzorgt additioneel de keelmotoriek, autonome functies door lichaam heen, stembandenbewegingen en de sensibiliteit van de farynx. Je test dit door te letten op heesheid en inspectie van de mondholte, farynxreflex en te laten slikken.
  • XI (n. accessorius)
    Zorgt voor de 
    bewegingen in nek- en schouderspieren. Je test dit met behulp van de kracht in m. trapezius (schouders optrekken, eventueel tegen weerstand) en m. sternocleidomastoiŐądeus (hoofd draaien, eventueel tegen weerstand).
  • XII (n. hypoglossus)
    Verzorgt bewegingen van de tong tijdens spreken en slikken. Let op tongatrofie, fasciculaties en tongmotoriek (steek tong in de wangen)

Motoriek, coördinatie, balans en sensibiliteit
Bovenste extremiteiten
Test eerst de kracht en tonus van de spieren in de bovenste extremiteiten.

  • Proef van Trendelenburg
  • Proef van Barre
  • Top-neus proeven met open ogen en met gesloten ogen
  • Top-top proef
  • Fijne tast over armen en handen
  • Vibratiezin op MCP1, styloiŐądeus radii en het olecranon
  • Positiezin duim
  • Bewegingszin duim
  • Stereognose in handen
  • Kop-punt discriminatie

Onderste extremiteiten
Test eerst de kracht en tonus van de spieren in de onderste extremiteiten.

  • Op hakken lopen en op tenen lopen
  • Op één been staan
  • Op één been kortdurende op de tenen staan
  • Proef van Romberg
  • Koorddansersgang
  • Fijne tast over benen en voeten
  • Vibratiezin op MTP1, laterale malleolus en tuberositas tibia
  • Positiezin grote teen
  • Bewegingszin grote teen
  • Stereognose onder de voeten
  • Kop-punt discriminatie
  • Test van Mingazinni

Reflexen
Let op hypo- of hyperreflexie in additie tot de kracht en tonus van de spieren.

  • Bovenste extremiteiten: tricepspeesreflex en bicepspeesreflex
  • Onderste extremiteiten: kniepeesreflex, achillespeesreflex
  • Voetzoolreflexen (Babinski-reflex)

 

Tot slot: wees je ten alle tijden bewust van de dermatomen waarin je aan het testen bent (figuur 1).

Figuur 1: dermatomen in het menselijk lichaam.

Bron: Gordelroos / Herpes Zoster [Internet]. Huidarts.com. 2014 [cited 2021 Jan 3]. Available from: https://www.huidarts.com/huidaandoeningen/gordelroos-herpes-zoster/ 

 

Bronnenlijst

  1. Kuks, J. and Snoek, J., 2018. Textbook Of Clinical Neurology. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.