Prostaatcarcinoom

Meest voorkomende kanker bij de man en tweede doodsoorzaak na longkanker. Het groeit langzaam en veroorzaakt problemen in latere stadia. Er sterven meer mannen ermee dan eraan.

  • Prostaatkanker: maligniteit van de prostaat, vaak adenocarcinoom. Differentiatie op basis van Gleason-score: 2 (goed gedifferentieerd) tot 10 (minst gedifferentieerd): een score tot 6 heeft een goede prognose, 7 een matige prognose en 8-10 een slechte prognose.
  • PSA: prostaatspecifiek antigeen geproduceerd door prostaat. Het neemt toe met de leeftijd en prostatitis / goedaardige prostaatvergroting / prostaatkanker.

Epidemiologie
Komt meer voor op latere leeftijd. De incidentie is 0,5 per 1000 mannen (50-55 jaar) en 7,5 per 1000 (75-80 jaar). Mortaliteit van 3.9%.

Etiologie
Etiologie is nog onduidelijk; de belangrijkste risicofactoren zijn leeftijd

  • >50 jaar
  • Afro-Amerikaanse etniciteit
  • Familiale aanleg (omdat meer mensen in een gezin dan geneigd zijn om erop te testen)
  • Erfelijke factoren spelen een rol, maar hebben geen invloed op het beloop.

Het groeit langzaam en ontwikkelt zich in de periferie van de prostaat. Symptomen verschijnen pas laat door botmetastasen en urethrale obstructie. Curatieve behandeling is middels chirurgie, interne radiotherapie (brachytherapie) of externe radiotherapie. Indien uitgezaaid, wordt er overgegaan op palliatieve zorg. Indien gevorderd, is chemotherapie een optie. Bij de behandeling kunnen erectiestoornissen en incontinentie optreden. Prognose hangt af van Gleason, grootte en verspreiding.
Een vroege diagnose leidt niet per se tot een betere kwaliteit van leven of een lagere mortaliteit. Sommigen kunnen hiervan profiteren, maar er zijn geen concrete criteria, waardoor veel individuen soms zinloos onderzoek en behandeling moeten ondergaan, met risico's op complicaties en verlies van kwaliteit van leven. Dus niet standaard aangeboden aan mensen zonder klinische symptomen. Eerstegraads familieleden kunnen worden getest als er sprake is van erfelijke prostaatkanker (HPC).

Anamnese en lichamelijk onderzoek
Een prostaatcarcinoom is vaak asymptomatisch, aspecifieke symptomen kunnen gefocust zijn op het urineren: frequentie, straalkracht, bloed etc. Het lichamelijke onderzoek is gericht op de prostaat middels een rectaal toucher. Hoewel hier veelal controversie over bestaat over de waarde in de diagnose. Er wordt gelet op asymmetrie, nodules en hardheid. Bij twijfel kan er een biopsie worden genomen of worden geprikt voor PSA-levels.

 

Aanvullend onderzoek
Gericht op het uitvoeren van een biopsie (met MRI) of bepalen van PSA-levels:

  • <1 ng/ml in iemand >60 jaar: de kans is laag op ontwikkeling en herhaalde tests is niet aanbevolen.
  • 1-3 ng/ml: normaal niveau en ontwikkeling is laag. Geen verder onderzoek. Voer de test de komende 2 jaar niet opnieuw uit.
  • > 3 ng/ml: risico op prostaatkanker, of mogelijk verhoogd door prostatitis, cystitis of goedaardige prostaathypertrofie.

Daarnaast kan ook bloedgeprikt worden voor prostate cancer antigen 3 (PCA3). Deze is verhoogd door prostaatcarcinoom weefsel en niet in hypertrofisch weefsel. Tot slot kan een genoom-onderzoek plaatsvinden in potentieel verhoogde families.

 

Beleid
Meestal wordt een verhoogde/toenemende PSA gezien na bestralingstherapie of prostatectomie. Metastasen zijn als osteoblastische laesies te zien in het axiale skelet. Prostaatkanker is voor de groei afhankelijk van androgeen (testosteron), dat voorkomt in de testikels (90-95%), gereguleerd door de hypothalamus-hypofyse-as, en in de bijnier (5-10%).

Androgeendeprivatie therapie (ADT)
Kan door verschillende manieren en is geïndiceerd voor prostaatkanker wanneer er aanwijzingen zijn voor een uitgezaaide ziekte. Gecombineerd met abirateron of docetaxel verhoogt de overlevingskansen.

Bilaterale orchidectomie (chirurgische castratie)
Eenvoudig en kosteneffectief door het verlagen van testosteron tot castratieniveaus. Handig wanneer onmiddellijke afname nodig is of wanneer therapietrouw een probleem is.

Medische orchidectomie
Verlaag de testiculaire productie van testosteron door GnRH-agonisten, onderdrukking van LH en dus testiculaire androgenen. Er is eerst een LH-piek voordat LH valt, wat eerst prostaatkanker kan verergeren (opflakkering); antiandrogenen kunnen daarom in eerste instantie nuttig zijn. GnRH-antagonisten degarelix bindt zich aan gonadotropine-producerende cellen en daarom is er geen afgifte in LH zonder het opflakkerende fenomeen.

Combinatietherapie
ADT en chemotherapie vertoont een significant verhoogde overlevingskansen. Er zijn echter enkele bijwerkingen van abirateron (hypokaliëmie, hypertensie, oedeem, hepatotoxiciteit) en docetaxel (myelosuppressie, febriele infecties, nagelveranderingen, neuropathie) en ook verhoogde kosten.
Abirateron blokkeert de intracellulaire omzetting van steroïde voorlopers in androgeensteroïden in prostaatcellen. Antiandrogenen binden zich aan androgeenreceptoren en remmen hun interactie met testosteron en dihydrotestosteron, en kunnen worden gecombineerd met GnRH-agonisten.

Bestralig
Als er metastase is, kan bestralingstherapie of radicale prostatectomie gunstiger zijn dan ADT.

 

Prognose
De 5-jaarsoverlevingskansen van patiënten is bijna 100%. Hierom moet goed overwogen worden of behandelen zinnig is. Wanneer er metastase is, vaak naar het skelet, wordt dit al gauw 31%.

 

Bronnenlijst

  1. Clark M, Kumar P. Kumar & Clark clinical medicine. Edinburgh: Elsevier Saunders; 2016.

  2. Cancer.Net. 2020. Prostate Cancer - Statistics. [online] Available at: <https://www.cancer.net/cancer-types/prostate-cancer/statistics> [Accessed 20 December 2020].