Acuut sportletsel

Epidemiologie
Er zijn 3.5 miljoen sportblessures jaarlijks, waarvan 2.7 miljoen van acute aard. 40% wordt behandeld door een arts of fysiotherapeut.

Etiologie
Acute sportletsels ontstaan door kortdurende ernstige verstoring van de belastbaarheid, zoals bij een enkeldistorsie. Overbelastingsletsels, zoals een blaar of tennisarm, ontstaan door langdurige en herhaalde overschrijding van de belastbaarheid.
Er kan onderscheid gemaakt worden in intrinsieke en extrinsieke oorzaken. Over een intrinsieke oorzaak wordt gesproken als de oorzaak bij de sporter zelf ligt, de manier van sporten, trainingsplan, Extrinsieke oorzaken, zijn oorzaken die buiten de sporter liggen, dus slechte ondergrond, versleten schoenen, verkeerd afgestelde fiets.

Pathogenese en pathofysiologie
Deze wordt bepaald door een aantal factoren:

Persoonsgebonden factoren

  • Lichaamsbouw
  • Leeftijd en geslacht
  • Fitheid (kracht, snelheid, lenigheid, uithoudingsvermogen, coördinatie en geestelijke conditie)
  • Oude sportletsels
  • Onvoldoende herstel na sportletsel en ziekte

Gedragsmatige factoren

  • Karaktereigenschappen (doorzettingsvermogen, concentratievermogen, agressie, incasseringsvermogen en risico-inzicht)
  • Stressbestendigheid
  • Motivatie
  • Fair-play
  • Kennis van preventie
  • Omgaan met voedsel, drank, medicijnen, roken, alcohol en andere genotsmiddelen

Omgevingsgebonden factoren

  • Soort sport (teamsport of individueel, contactsport, risicovolle bewegingen, binnen en/of buiten)
  • Niveau (recreatief, competitief of professioneel, training of een wedstrijd)
  • Gebruik van persoonlijke uitrusting (helm, knie-, scheen-, pols-, gebits- en elleboogbeschermers)
  • Materialen (tennisracket, hockeystick)
  • Adequaat schoeisel
  • Veilige accommodatie
  • Weersomstandigheden (warmte, koude, regen of onweer)
  • Teamgenoten, tegenstanders, scheidsrechter, publiek, ouders en trainer/coach

 

Anamnese

  • (Mogelijke) oorzaak van het letsel
  • Roodheid, zwelling, vervorming, blaren, functieverlies, …
  • Pijn bij inspanning, ochtendstijdheid en startproblemen, met name bij (vermoeden op) peesletsel)
  • Plotselinge pijn in pols of bovenzijde van de voet + knarsend geluid bij strekken en buigen van de enkel of pols bij (vermoeden op) op peesirritatie
  • Pijn bij actief en passief bewegen + krakend geluid zoals verse sneeuw bij (vermoeden op) peesschedeontsteking
  • Draai- en rembewegingen bij (vermoeden op) verstuiking van de knie of meniscusletsel
  • Veel pijn
  • Grote en snel opkomende zwelling
  • Onvermogen tot belasten
  • Vermoeden van een breuk
  • Afwijkende stand van de botten

 

Lichamelijk onderzoek
Bij eerste observatie wordt gelet op zwelling; meteen een duidelijke zwelling zichtbaar, wijst op schade aan lichaamsweefsels die, in meer of mindere mate, geruptureerd zijn met hematoomvorming tot gevolg. Zwelling kan ook pas later optreden door vochtuittreding vanwege overprikkeling, zonder weefselschade en hematoomvorming.

Schedelhersenletsel

  • Bewustzijn controleren
  • Alert zijn op luchtwegbelemmering

Doorbloedingsstoornissen

  • Let op kleur en warmte van het lichaam

Peesletsel

  • Test van Thompson: achillespeesletsel

Enkeldistorsie

  • Belastbaarheid en standsafwijkingen

Sportletsels kunnen veredr worden ingedeeld volgens een afgeleide classificatie van sportletsels van Brükner en Khan’s klinische sportgeneeskunde (figuur 1).

 

Figuur 1: classificatie van sportletsels volgens Brükner en Khan.

 

Aanvullend onderzoek

  • Röntgenfoto/CT: botbreuken, peesscheuring en schedelhersenletsel
  • MRI/echo: wekedelenletsel

 

Behandeling

Behandelplan (niet-medicamenteus en medicamenteus) stappenplan, doorverwijzing
Acute fase: eerste 48 tot 72 uur: rust, immobilisatie, compressie en elevatie. Primaire doel: schade zoveel mogelijk beperken. Rust is het staken van (sport)activiteit, niet meer op het lichaamsdeel steunen, het ontlasten door bijvoorbeeld krukken te gebruiken etc. Doel: schade zo beperkt mogelijk te houden en fysiologische herstelreactie optimaal te laten verlopen. Mate en duur van rust is afhankelijk van de ingeschatte ernst van het letsel. Bij een lichte blessure kan men volstaan met het vermijden van sport specifieke piekbelastingen. Pijn is hierbij de belangrijkste graadmeter. Massage is gecontra-indiceerd in deze fase i.v.m. verhoogde kans op een nieuwe bloeding en het ontstaan van een auto-immuunreactie waardoor de kans op myositis ossificans toeneemt. Na de acute fase is er geen plaats meer voor (totale) immobilisatie, behalve in het geval van een botbreuk of luxatie.
Compressie is bedoeld om de hoeveelheid uittredend bloed en zwelling tegen te gaan. Dit is vooral in de eerste 20 tot 30 min van belang. Daarna is het lichaam zelf in staat om de bloeding te stelpen. Voor compressie wordt doorgaans drukverband met een zwachtel en een onderlaag van synthetische watten gebruikt om de druk gelijkmatig te verdelen. Dit geeft direct en indirect ook enige pijnstilling.
Elevatie is de belangrijkste therapeutische maatregel naast rust. Hiermee wordt bedoeld het hoogleggen van het getroffen lichaamsdeel. Positie boven het hart is gewenst om verlaging van de hydrostatische druk te bewerkstelligen. Ook in de fase na de acute fase kan regelmatig hoogleggen stuwing van vocht voorkomen.
Het inzetten van koudebehandeling (cryotherapie) is algemeen geaccepteerd bij acute wekedelenletsels. In de tabel hieronder zijn de verschillende fysiologische effecten vermeld. De onderbouwing voor deze effecten is echter matig en de opvattingen niet eenduidig.
Na de acute fase: na 24 uur start het lichaam met proliferatie van de collagene bindweefselstructuren van het gekwetste weefsel. Deze proliferatie komt pas goed op gang na 48 uur na de blessure. Deze fase (2-21 dagen) wordt gekenmerkt door reparatie en aanvankelijk verdere afbraak en afvoer van afgestorven weefseldelen en bloedresten.
Er kan in deze fase gestart worden met het voorzichtig belasten van het beschadigde weefsel. Er wordt gewerkt aan functioneel herstel, het accent moet dan ook liggen op herstel van de mobiliteit, training van coördinatie en propriocepsis, training van het aerobe uithoudingsvermogen en algemene kracht.
Remodelleringsfase: 21 dagen en verder. Structuren worden meer belastbaar.
Kan voorzichtige overgang plaatsvinden van algemene functionele training naar meer specifieke training gericht op de betreffende tak van sport.
Corticosteroïde injectie kan worden gegeven bij ernstige of aanhoudende inflammatie.

 

Prognose
Het ontwikkelen van chronische aandoeningen hangt af van de initiële blessure en de behandeling die wordt gegeven. Ook hangt het er vanaf of de behandeling aanslaat en wat de mate aan therapietrouw is.

 

Bronnenlijst

  1. Backx, F.J.G., van der Meulen, W.J.T.M. Acuut sportletsel; afwachten of behandelen?. BIJB 25, 14–21 (2009). https://doi.org/10.1007/BF03087660

  2. Achtergrondinformatie Eerste Hulp bij sportongevallen [Internet]. Oranje Kruis; 2017 [cited 23 December 2020]. Available from: https://www.ehbo.nl/media/1128/pdf-sport.pdf

  3. Gezond Sporten [Internet]. Gezondsporten.be. 2020 [cited 23 December 2020]. Available from: http://www.gezondsporten.be/sportletsel.php?id=1

  4. Sport Injury Classification [Internet]. Physiopedia. 2020 [cited 23 December 2020]. Available from: https://www.physio-pedia.com/Sport_Injury_Classification

  5. Sports injuries - Treatment [Internet]. nhs.uk. 2020 [cited 23 December 2020]. Available from: https://www.nhs.uk/conditions/sports-injuries/treatment/

  6. Gabbe BJ, Finch CF, Cameron PA, Williamson OD. Incidence of serious injury and death during sport and recreation activities in Victoria, Australia. British Journal of Sports Medicine. 2005 Aug 1;39(8):573-7.