Voor 23:59 besteld = binnen 24 uur verzonden*!

Home » Coschappen » Spoedeisende hulp (SEH) » Acuut hartfalen

Acuut hartfalen

Epidemiologie 
Elk jaar krijgen bijna 38.000 mensen voor het eerst de diagnose hartfalen: 52% is vrouw en 48% man. Naar schatting leven er zo'n 240.000 mensen met hartfalen in Nederland. Hiervan is twee derde 75 jaar of ouder.

Etiologie en pathofysiologie 
De pompfunctie van het hart is verstoord bij hartfalen. In het geval van acuut hartfalen zijn er hier acuut symptomen van of chronisch hartfalen verslechtert acuut. Het wordt ook wel asthma cardiale genoemd, omdat er bij veel patiënten longstuwing op de voorgrond staat. Oorzaken kunnen zijn: acuut coronair syndroom, klepdisfunctie of -afwijkingen, pericardiale aandoeningen, hypertensie, brady- of tachyaritmieën, longembolie, verhoogde vullingsdrukken (acute nierinsufficiëntie) of een verhoogde perifere weerstand. Ook koorts, anemie, schildklierproblemen, slechte therapietrouw en gebruik van corticosteroïden, NSAID’s of COX-2-remmers kunnen tot acuut hartfalen leiden, met name bij patiënten die al chronisch hartfalen hebben.

 

Anamnese 
Vraag naar de snelheid van ontstaan, aanwezigheid van perifeer oedeem, koorts, benauwdheid, orthopneu, hoesten, zweten, chronisch hartfalen en longaandoeningen de voorgeschiedenis 

Differentiaal diagnose

  • Asthma bronchiale.
  • Exacerbatie COPD.
  • Pneumonie.
  • Longembolie.
  • Pneumothorax.

 

Lichamelijk onderzoek 

  • Inspectie: Perifere vasoconstrictie en cyanose, klamme huid, zweten, angst;
  • Pulm.: Dyspneu, tachypneu of orthopneu, zacht ademgeruis, crepitaties, rhonchi of andere bijgeluiden;
    • (cave: patiënt bij ernstige dyspneu niet plat laten liggen!)
  • Cor: tachycardie, galopritme, cardiale souffles, 3e of 4e harttoon, verhoogde centraal veneuze druk;
    • Een lage bloeddruk is het meest bedreigend: het hart is bij deze patiënt te zwak om de bloeddruk te handhaven!
  • Koorts.

 

Aanvullend onderzoek 

  • Twaalfafleidingen-ECG: sinustachycardie, tachy- of bradyaritmie, aanwijzingen voor linkerventrikelhypertrofie, tekenen van myocardischemie, aanwijzingen voor oud of nieuw myocardinfarct.
    • Een volstrekt normaal ecg heeft een grote negatief voorspellende waarde en maakt de diagnose hartfalen onwaarschijnlijk (
  • X-thorax: vergrote hartcontour, longvaatstuwing, aanwezigheid van kerley-B-lijntjes, alveolair oedeem. Ook voor het uitsluiten van pulmonale en intrathoracale pathologie. 
    • Een X-thorax met afwijkingen kan bijdragen aan het stellen van de diagnose hartfalen, maar een thoraxfoto zonder afwijkingen sluit hartfalen niet uit. 
  • Laboratorium: bloedbeeld, elektrolyten, hartenzymen en NT-proBNP, arteriële bloedgasanalyse, ontstekingsparameters, nierfunctie.
    • Een BNP- of NT-pro-BNP-waarde beneden het afkappunt (<125 pg/ml) maakt de diagnose hartfalen onwaarschijnlijk. Hoe hoger de waarde van het NT-pro-BNP, hoe groter de kans dat er sprake is van hartfalen. 
  • Echocardiogram: contractiliteit, wandbewegingsstoornissen, klepdisfunctie, pericardvocht.
    • Geïndiceerd bij een abnormaal ECG of verhoogd NT-pro-BNP.
  • Vochtbalans: urineproductie.

 

Beleid 

In de acute situatie: 

  • Zuurstof (streefsaturatie 94–98 %). Tot 15L/min via een neusbril of non-rebreathing masker of niet-invasieve beademingsondersteuning met positieve eindexpiratoire druk (PEEP).
    • Effect controleren middels arterieel bloedgas of pulse oximetrie. 
  • Positioneren, goed rechtop zittend.
  • Nitroglycerine 10-20 μg/min i.v., indien: systolische bloeddruk > 100 mmHg, acuut ontstane dyspneu, aanwijzingen voor longoedeem en slechts minimaal systemisch oedeem
    • Cave aortastenose en hypertrofische cardiomyopathie.
  • Lisdiureticum 40mg i.v. bij systemische overvulling.
    • Effect controleren middels verblijfskatheter. 
  • Morfine, hoewel nog veel toegepast, heeft geen aangetoonde meerwaarde.
  • Monitoren van saturatie, bloeddruk, hartritme en urineproductie.
  • Onderzoek naar oorzaak en behandeling hiervan.

Patiënten met acuut hartfalen als eerste uitingsvorm van hartfalen hebben een grote kans om chronisch hartfalen te ontwikkelen. Aan deze patiënten worden daarom ACE-remmers of angiotensine II-antagonisten gegeven.

Verwijzing 
In de huisartspraktijk verwijs je een patiënt met acuut hartfalen indien er onvoldoende resultaat van de behandeling optreedt, er ontoereikende zorgmogelijkheden zijn of er bestaat een vermoeden van een myocardinfarct als oorzaak van het acute hartfalen of een andere (invasief) behandelbare oorzaak ervan.

 

Prognose
De prognostische indicatoren (figuur 1 en 2) zijn hetzelfde als bij chronisch hartfalen. De prognose bij hartfalen is zeer variabel en onder andere afhankelijk van de ernst, de etiologie, de leeftijd van de patiënt, comorbiditeit en de reeds gebleken snelheid van progressie.
Ernstig hartfalen kent een zeer slechte eenjaarsoverleving. Het is vaak moeilijk het moment te bepalen waarop therapeutische zorg zou moeten overgaan in palliatieve zorg. In de praktijk worden personen met hartfalen geregeld opgenomen en gaat hun klinische conditie steeds verder achteruit.

 

Figuur 1: NYHA-classificatie waarbij de ernst is gebaseerd op inspanningstolerantie.

Figuur 2: ongunstige prognostische factoren bij hartfalen. BMI = body mass index; COPD = chronic obstructive pulmonary disease; LV = linker ventrikel; LVEF= linkerventrikelejetiefractie; RV = rechter ventrikel.

Bronnenlijst

  1. Acuut hartfalen - Het Acute Boekje [Internet]. Hetacuteboekje.nl. 2020 [cited 17 December 2020]. Available from: https://www.hetacuteboekje.nl/hoofdstuk/cardiologie/acuut_hartfalen.html

  2. Hartfalen [Internet]. Richtlijnen.nhg.org. 2020 [cited 17 December 2020]. Available from: https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/hartfalen#volledige-tekst-figuur1

  3. Zwets E. Leerboek acute geneeskunde.