GRATIS VERZENDING vanaf €75,-

Home » Coschappen » Psychiatrie » Somatoforme stoornis

Somatoforme stoornis

Bij de somatisch-symptoomstoornis heeft de patiënt lichamelijke klachten waarvoor geen somatisch oorzaak te vinden is die de klachten (voldoende) verklaart. In de DSM-5 zijn de somatisatiestoornis, ongedifferentieerde somatoforme stoornis, pijnstoornis en de somatoforme stoornis niet anderszins omschreven samengevoegd in de diagnose somatisch-symptoomstoornis.
De lichamelijke klachten kunnen heel divers zijn. Het kan voorkomen bij een objectiveerbare lichamelijke ziekte waarbij de patiënt op disproportionele wijze ongerust is hierover of als patiënten op disfunctionele wijze met symptomen omgaan als er geen verklarende somatische of psychiatrische aandoening is. Het vroegere hypochondrie valt hier onder als de patiënt duidelijk lichamelijke klachten heeft, zo niet, dan valt het onder de ziekte-angststoornis.
Aangezien de somatisch-symptoom stoornis een nieuwe classificatie is, is er nog weinig epidemiologisch onderzoek beschikbaar. Prevalentie in de algemene populatie wordt geschat op 6%. Waarschijnlijk komt het meer voor bij vrouwen. Prevalentie bij de huisarts ligt waarschijnlijk hoger.

Etiologie en pathologie
De etiopathogenese kan beschreven worden met het stresskwetsbaarheidmodel. Vanuit een stressor kunnen zowel lichamelijke als psychische klachten optreden. Leerervaringen kunnen dan een beschermende, predisponerende of onderhoudende rol spelen. Predisponerende factoren zijn o.a. psychotraumatische ervaringen in de jeugd (seksuele, fysieke en emotionele mishandeling), cluster B- of C-persoonlijkheidskenmerken, boodschappen en leerprocessen tijdens de jeugd over ziekte (bijv. hoeveel aandacht geven aan ziekte), verstoorde emotieregulatie en stress. Deze factoren zijn wel zeer aspecifiek. Genetische factoren spelen waarschijnlijk een rol, maar de erfelijkheid is relatief laag. Luxerende factoren zijn divers, bijv. ernstige levensgebeurtenissen, acute stresssituaties of somatische aandoeningen. Somatisch onderhoudende factoren, maar ook cognitieve, affectieve, gedragsmatige en sociale onderhoudende factoren kunnen de symptomen in stand houden, 

 

Anamnese
Bij anamnese hoort altijd eerst de anamnese van de bijkomende lichamelijke klacht. Daarnaast, bij verdenking op een somatisch-symptoom stoornis, ligt de nadruk op het opsporen van disfunctionele gedachten, gevoelens en gedragingen over de gezondheid en niet zozeer op het uitsluiten van een somatische of psychiatrische aandoening die de lichamelijke klachten kan verklaren. Neem genoeg tijd voor de anamnese. Wees hierbij alert op buitensporige denkbeelden, emoties en gedragingen. Als er hierna een hogere verdenking ontstaat, vraag dan ook de bredere levenscontext en -situatie uit. Denk hierbij aan relaties met naasten, de werksfeer, de persoonlijke sfeer en de vriendenkring. Laat eventueel de patiënt de symptomen systematisch in kaart brengen om onderhoudende factoren te vinden.
Vergeet niet dat dat de angst soms ook passend is bij het ziektebeeld (bijv. angst voor een recidiefcarcinoom), dan is er geen sprake van een somatische symptoom stoornis. Gebruik de DSM-5 criteria om de diagnose te stellen.
Criteria van uit de DSM-5

  1. Eén of meer lichamelijke klachten waar de betrokkene onder lijdt, of die het dagelijks leven in significante mate verstoren.
  2. Excessieve gedachten, gevoelens of gedragingen samenhangend met de lichamelijke klachten of de hiermee gepaard gaande zorgen over de gezondheid, tot uiting komend in minstens één van de volgende kenmerken:
    1. Disproportionele en persisterende gedachten over de ernst van de klachten
    2. Een persisterende hoge mate van angst over de gezondheid of klachten
    3. Het excessief veel tijd en energie besteden aan deze klachten of aan de zorgen over de gezondheid
  3. Niet elke afzonderlijke lichamelijke klacht hoeft steeds aanwezig te zijn, maar het hebben van klachten op zich is wel persisterend (meestal >6mnd)

Differentiaal diagnose

  • Lichamelijke aandoeningen
  • Neurologische aandoeningen bij een conversiestoornis
  • Nagebootste stoornis, simulatie
  • Ziekte-angststoornis
  • Angststoornissen
  • Dwangstoornissen

 

Lichamelijk onderzoek
Je voert het lichamelijk onderzoek uit wat past bij de lichamelijke klachten van de patiënt om een somatische stoornis te vinden/uit te sluiten.

 

Aanvullend onderzoek
Je vraagt zo nodig aanvullend onderzoek aan om een somatische stoornis te vinden/uit te sluiten. Pas op dat je niet teveel onnodig aanvullend onderzoek doet bij een patiënt die vast blijft houden aan een somatische oorzaak.

 

Behandeling
Een lichamelijke ziekte hoeft niet te worden uitgesloten, waardoor de patiënt nu vaker meewerkt. Toch zal dit wel een aandachtspunt blijven, zeker als de patiënt wel overtuigd is van een somatische ziekte. Een multidisciplinaire samenwerking is vaak nodig. Een huisarts kan dan bijvoorbeeld de somatische kant toelichten, terwijl de psychiater focust op psychiatrische diagnostiek, uitleg en behandeling.
Voor de behandeling heeft psychotherapie de voorkeur, maar psychofarmaca kunnen ook gebruikt, vooral bij comorbiditeit met angst of depressie, of pijnmedicatie bij chronische pijn. Cognitieve gedragstherapie (CGT) wordt vaak gebruikt, maar andere vormen als interpersoonlijke therapie, systeemtherapie, mentalization-based therapie of andere vormen zijn ook mogelijk.
CGT kan helpen met het beter in staat stellen om om te gaan met disfunctionele gedachten, gevoelens en gedragingen. Focus niet op waar de klacht vandaan komt, maar juist hoe de patiënt op een andere manier daar mee om kan gaan. Dit heet ook wel het gevolgenmodel. Interpersoonlijke therapie kan gebruikt worden als er sprake is van een interpersoonlijk probleem. Mentalization-based therapie helpt met het ervaren en beter beschrijven van gevoelens. Probleemgerichte therapie helpt met het ontwikkelen van betere coping om met de klacht om te gaan. Psychotherapie gaat volgens het gevolgenmodel, dus de focus ligt op de gevolgen van de klachten in de gedachten, gevoelens en gedragingen i.p.v. op de klachten zelf.

Medicamenteuze behandeling
Kan bestaan uit antidepressiva, de tricyclische of de serotonineheropnameremmers. Er is wel meer onderzoek nodig naar het gebruik hiervan als onderhoudsbehandeling (>24wk) bij deze stoornis. Daarnaast kunnen antidepressiva ook gebruikt bij chronische pijn, fibromyalgie (vooral amitriptyline en duloxetine) en functionele gastro-intestinale klachten. Indicaties voor andere psychofarmaca zijn beperkt. Anxiolytica kan gegeven, maar geeft risico op verslaving. 
Behandeling bestaat dus vaak uit een combinatie van pijnmedicatie, antidepressiva en cognitieve therapie.

 

Prognose
Somatisch-symptoomstoornissen zijn een heterogene groep van aandoeningen met een wisselend beloop afhankelijk van de ernst van de aandoening, de luxerende en onderhoudende factoren. Lichte gevallen zijn vaak voorbijgaand, maar ernstige gevallen kunnen een chronisch en fluctuerend beloop hebben.
Comorbiditeit van depressieve en angststoornissen komt hier veel bij voor. Dit kan je nagaan met vragenlijsten en moet dan ook behandeld.

 

Bronnenlijst

  1. Hengeveld M, Balkom A, Heeringen C, Sabbe B. Leerboek psychiatrie. 3rd ed. Utrecht: De Tijdstroom; 2016.

  2. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders: DSM-5. 5th ed., American Psychiatric Association, 2013