Radiusfractuur

Distale radiusfracturen beslaan de meerderheid van de radiusfracturen, ze zijn verantwoordelijk voor zo’n 1/6 van alle fracturen die gezien worden op de spoedopvang. Distale radiusfracturen komen veel bij kinderen voor, maar kunnen bij ouderen een aanwijzing zijn voor osteoporose. De bekendste vormen worden hieronder besproken, waarbij het belangrijk is om onderscheid te maken tussen intra-articulaire en extra-articulaire fracturen. Intra-articulaire fracturen zijn vaak complexer vanwege de betrokkenheid van het polsgewricht. De bekendste vormen van distale radiusfracturen zijn Colles, Smith en Barton.

  • Colles fractuur (figuur 1)
    Distale extra-articulaire radiusfractuur met dorsale luxatie (“dinner form deformity”) van de radius. Bijkomende problemen die kunnen optreden zijn een fractuur van de processus styloïdeus ulnae, verkorting van de radius, en nervus medianus letsel. 
    • Oorzaak: een val op de uitgestrekte hand (hand in dorsaalflexie).

Figuur 1: PA en laterale opname Colles fractuur.

Bron: van der Plas A, Bloem JL. X-Pols. Startpunt Radiol 2014. https://www.startpuntradiologie.nl/coschappen/chirurgie/pols/x-pols/index.html  (accessed December 11, 2020).

  • Smith fractuur (figuur 2)
    Dit is eigenlijk het tegenovergestelde van een Colles en hij wordt daarom ook wel een “reversed Colles” genoemd. Net als bij Colles is er een distale extra-articulaire radiusfractuur, maar dan met volaire luxatie van de distale radius. 
    • Oorzaak: een val op de gebogen hand (in palmairflexie).

Figuur 2: een schematische weergave, laterale en PA opname van een Smith fractuur.

Bron: Smithuis R. The Radiology Assistant: Wrist Fractures 2008. https://radiologyassistant.nl/musculoskeletal/wrist/fractures (accessed December 13, 2020). 

 

  • Barton fractuur (figuur 3)
    Intra-articulaire distale radiusfractuur met luxatie van de handwortelbeentjes. Deze luxatie kan zowel volair als dorsaal zijn. Deze fractuur komt het minst voor van de drie. 
    • Oorzaak: hetzelfde mechanisme als Smith of Colles

Figuur 3: schematische weergave, PA en laterale opname (met dorsale luxatie) van een Barton fractuur.

Bron: Smithuis R. The Radiology Assistant: Wrist Fractures 2008. https://radiologyassistant.nl/musculoskeletal/wrist/fractures (accessed December 13, 2020).

 

  • Chauffeur fractuur (ook wel Hutchinson) (figuur 4)
    Geïsoleerde intra-articulaire fractuur van het processus styloideus radii. 
    • Oorzaak: door direct trauma op de distale radius wordt de processus tegen het scafoïd aan geduwd, waardoor deze afbreekt. De naam is afkomstig van oude auto’s die je nog aan moest zwengelen. Als je de zwengel per ongeluk loslaat, kan hij op volle snelheid tegen je pols aan komen.
  • Galeazzi fractuur (figuur 5)
    Mediale of distale radiusfractuur met dislocatie van het distale radio-ulnaire (DRU) gewricht.
  • Monteggia fractuur (figuur 6)
    Proximale of mediale ulnafractuur met een radiuskopluxatie. De radiuskopluxatie is het gevolg van een scheur in de membrana interossea die doorloopt tot en met de stabiliserende ligamenten van de radiuskop.
    • Oorzaak: een val op de gestrekte arm, direct trauma op de dorsale zijde van onderarm of geforceerde pronatie.

Figuur 4: PA van een chauffeur fractuur

Bron: van der Plas A, Bloem JL. X-Pols. Startpunt Radiol 2014. https://www.start
puntradiologie.nl/coschappen/chirurgie/pols/x-pols/index.html
 

Figuur 5 en 6: AP en laterale opname van een Galeazzi fractuur. Laterale opname van Monteggia fractuur.

Bron: Sprakel J. Monteggia Fractuur. Surg Assist 2014. http://www.surgeryassistant.nl/artikel.php?actie=17&Anumberid=24&language=NL (accessed December 11, 2020). en Sprakel J. Monteggia Fractuur. Surg Assist 2014. http://www.surgeryassistant.nl/artikel.php?actie=17&Anumberid=26&language=NL (accessed December 11, 2020).

 

Anamnese
Een beknopte anamnese in de spoedsetting volstaat, waarbij minstens aandacht besteed moet worden aan het volgende:

  • Het ongevalsmechanisme
  • Tijdstip en locatie van het ongeval
  • Bijkomende klachten: gevoelsstoornissen, parese, pijn, bijkomend letsel.

 

Lichamelijk onderzoek
Doe het lichamelijk onderzoek zonder verdoving zodat je de beste indruk krijgt van de situatie. Vergelijk altijd links met rechts.

  • Inspectie
    Kijk naar standsafwijkingen, zwelling, bloedingen, wekedelenletsel 
  • Oriënterend bewegingsonderzoek
    Zowel actief als passief, let op beperkingen, pijn en functieverlies. Beoordeel de handfunctie.
  • Palpatie
    Drukpijn (DRU gewricht, radiuskop, processus styloideus ulnae/radii, tabietière anatomique) Asdrukpijn? 
  • Oriënterend neurologisch en circulatoir onderzoek
    Let op sensorische of motorische uitval (dropping hand, tintelingen, gevoelsstoornissen)

Beoordeel de lokale circulatie a.d.h.v. pulsaties a. radialis en a. ulnaris

 

Aanvullend onderzoek

  • Röntgenfoto’s (PA/AP/lateraal)
    Fotorichting afhankelijk van de fractuur locatie. Bij distale radius- en polsfracturen wordt meestal PA en lateraal verricht, bij meer proximaal letsel AP en lateraal. Beoordeel de locatie (intra of extraarticulair), configuratie (simpel, of multifragmentair) en luxatie (carpalia, radioulnair gewricht). 
  • CT scan
    Een CT scan kan in aanvulling op de X-pols worden gedaan wanneer een operatie wordt overwogen, als er aan carpaal letsel wordt gedacht, of om intra-articulaire luxatie te beoordelen. 

 

 

Behandeling
Allereerst vindt er een gesloten repositie plaats, zodat de fractuur adequaat kan worden beoordeeld en er vervolgens een behandelplan opgesteld kan worden.
Vervolgens kan er worden gekozen voor een conservatieve en/of operatieve  behandeling:

  • Conservatief
    • Niet-geluxeerde fracturen
      • Nabehandeling met 3-4 weken gips
    • Geluxeerde fracturen die na repositie in adequate stand staan
      • Nabehandeling met 4 tot 6 weken gips 
      • x-pols na 5-7 dagen
  • Operatief
    • Geluxeerde fracturen met een inadequate stand na repositie
      • 6 weken immobiliseren (soms nabehandeling met gips)
      • x-pols na 6 weken en 3 maanden

 

Prognose
Na een periode van (gips)immobilisatie kan de belasting weer langzaam worden opgebouwd.  In principe vindt de laatste controle plaats na 3 maanden. Complicaties treden op in zo’n 11% van de gevallen en kunnen bestaan uit de volgende:

  • Malunion/nonunion
  • Peudoartrose
  • Carpaal tunnel syndroom
  • Secundaire luxatie
  • CRPS (complex regionaal pijnsyndroom)
  • Infectie/nabloeding

 

Bronnenlijst

  1. van der Plas A, Bloem JL. X-Pols. Startpunt Radiol 2014. https://www.startpuntradiologie.nl/coschappen/chirurgie/pols/x-pols/index.html (accessed December 11, 2020).

  2. Smithuis R. The Radiology Assistant: Wrist Fractures 2008. https://radiologyassistant.nl/musculoskeletal/wrist/fractures (accessed December 13, 2020).

  3. Sprakel J. Galeazzi Fractuur. Surg Assist 2014. http://www.surgeryassistant.nl/artikel.php?actie=17&Anumberid=26&language=NL (accessed December 11, 2020).

  4. Sprakel J. Monteggia Fractuur. Surg Assist 2014. http://www.surgeryassistant.nl/artikel.php?actie=17&Anumberid=24&language=NL (accessed December 11, 2020).

  5. MedInfo. Polsfractuur (Colles, Smith, Barton) 2014. http://www.med-info.nl/Afwijking_trauma_extremiteit_boven_onderarm_polsfractuur.html (accessed December 11, 2020).

  6. NVH. Richtlijn distale radiusfracturen: diagnostiek en behandeling 2010. https://www.nvpc.nl/uploads/stand/Richtlijn_Distale_radius_fracturen_voor_autorisatiefase_0110201075.pdf (accessed December 13, 2020).