Laterale collaterale band

Epidemiologie, etiologie, pathogenese en fysiologie
Trauma aan het laterale collaterale ligament (LCL) en het posterolaterale compartiment (posterolaterale hoek) worden minder frequent beschreven dan trauma aan MCL, omdat deze minder vaak herkend wordt. Het laterale ligamenteuze complex is in 7-16% van de knie traumata beschadigd. 
Het LCL (figuur 1) loopt van het laterale femurocondyl naar de kop van de fibula. Het laterale bandcomplex wordt ondersteunt door dynamische en statische structuren (zie figuur).  

  • Dynamische stabilisatoren zijn de biceps femoris, de ilitibiale band, de m. poplitieus en de laterale kop van de m. gastrocnemius. 
  • Statische stabilisatoren zijn het LCL, de popliteuspees en het ligamentum acuata.


Figuur 1: anatomie van de knie.

Bron: Verhaar, J. and van Mourik, J., n.d. Leerboek orthopedie. Bohn Stafleu van Loghum.

De functie van het LCL is het tegengaan van varus belasting van het kniegewricht. De meestvoorkomende traumata waarbij het LCL beschadigd zijn ongelukken met motor-voertuitgen en sportongelukken. Het typische traumamechanisme is een klap op de mediale zijde van een belast been die leidt tot toegenomen varus belasting, exorotatie van de tibia en/of hyperextensie. Geïsoleerd trauma aan het LCL komt zelden voor; vaak gaat het gepaard met schade aan de kruisbanden of andere posterolaterale structuren. 

 

Anamnese
Allereerst moet het traumamechanisme, indien aanwezig, worden uitgevraagd. Verder dient de anamnese gericht te zijn op de ervaren instabiliteit (en invloed op sport en alledaags leven) , bewegingsbeperking en pijn. 
Patiënten zullen klagen over instabiliteit in een gestrekt been en zullen moeite hebben met het omhoog en omlaag bewegen op een trap. Tevens kunnen ze pijn aangeven aan de laterale zijde van het kniegewricht. 

Differentiaal diagnose

  • Bandletsel
    • Collateraalbanden
    • Kruisbanden
  • Distorsie
  • Contusie
  • Fracturen

 

Lichamelijk onderzoek
Er dient altijd een volledig knieonderzoek plaats te vinden bij traumatisch knieletsel. Varusstress van het been in 0 en in 30 graden flexie dient uitgevoerd te worden en vergeleken te worden met het contralaterale been. Geïsoleerde instabiliteit in 30 graden flexie suggereert schade aan het LCL. Instabiliteit in 0 en 30 graden flexie suggereert dat er meerdere structuren beschadigd zijn, waaronder in ieder geval de voorste- en achterste kruisband. 
Voor schade aan de posterlaterale hoek kan de posterolaterale schuiflade test worden uitgevoerd. Hierbij wordt het been in 90 graden flexie met de voet plat op de onderzoeksbank onderzocht. De tibia wordt 15 graden naar buiten gedraaid en  er wordt posterieure druk uitgeoefend. Bij verdenking van trauma aan het LCL dient ook neurovasculair onderzoek gedaan te worden, daar b.v. de n. peroneus in de buurt van deze structuur loopt. 

 

Aanvullend onderzoek
Röntgenonderzoek is meestal niet afwijkend, maar dient gedaan te worden om eventuele fracturen op te sporen, zoals avulsie van de fibulakop, avulsie van het tuberkel van Gerdy of fractuur van het tibia plateau. Een Segond fractuur (avulsie van het tibiaplateau door trekkrachten aan het laterale kapsel) suggereren ook trauma aan de voorste kruisband. MRI is de gouden standaard om trauma aan het LCL en omliggende structuren te beoordelen. 

 

Behandeling
Conservatief
Conservatieve behandeling is geïndiceerd bij partiële, geïsoleerde schade aan het LCL (dus zonder schade aan omliggende structuren). Patiënten zullen weinig instabiliteit ervaren, vooral als ze knieën in valgus stand hebben. Conservatieve behandeling bestaat uit voorzichtige mobilisatie zonder volledige gewichtsbelasting voor de eerste twee weken. Vervolgens kan de range of motion (ROM) vergroot worden en is versterking van o.a. de quadriceps geïndiceerd. Nadeel van conservatieve therapie is een toenemende varus of hyperextensie van de knie door niet ontdekt letsel aan de posterolaterale hoek. 

Chirurgisch
Chirurgische behandeling is geïndiceerd bij een volledige scheur van het LCL, bij avulsiefracturen en/of rotatoire instabiliteit als gevolg van schade aan omliggende structuren. De operatie dient binnen twee weken na het trauma plaats te vinden ter voorkoming van littekenvorming. Arthroscopie kan bijdragen aan het opsporen van schade aan omliggende structuren zoals de menisci. 

 

Prognose
Een goede conservatieve behandeling staat de patiënt toe om binnen 6-8 weken terug te keren naar volledige sportbelasting. Er valt geen algemene uitspraak te doen over de prognose van chirurgisch ingrijpen, omdat deze afhankelijk is van de aangedane structuren. 

 

Bronnenlijst

  1. Verhaar, J. and van Mourik, J., n.d. Leerboek orthopedie. Bohn Stafleu van Loghum.

  2. Boyer MI. AAOS Comprehensive Orthopaedic Review 2. 2nd ed. Rosemont, IL: American Academy of Orthopedic Surgeons; 2014