Cataract

Een cataract, in de volksmond beter bekend als staar, is een aandoening van het oog. Bij deze aandoening hebben patiënten, die veelal ouder zijn, vaak klachten van troebel zien.

Epidemiologie
Vooral bij ouderen boven de 55 jaar. De incidentie stijgt met de leeftijd (3% van de mensen tussen de 55 en 65 jaar tegenover 20% bij mensen ouder dan 85 jaar). Het komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

Etiologie
Grootste risicofactor is leeftijd (ouderdomsstaar), daarnaast kunnen bepaalde ziektes (bijv. diabetes mellitus, intraoculaire oogontstekingen) of medicijngebruik (bijv. langdurig corticosteroïdengebruik) de kans op cataract vergroten. Bovendien bestaat er ook een vorm van congenitaal (aangeboren) cataract.

Pathogenese
Vertroebeling van de ooglens door verstoorde lensstofwisseling. Het is meestal langzaam progressief en kan daardoor jaren duren voordat de patiënt er last van krijgt. Er zijn overigens verschillende soorten cataract. De verschillen zijn afhankelijk van waar de troebeling zich voor doet:

  • Capsulair: vertroebeling van het kapsel van de lens (zakje waar de lens zich in bevindt)
  • Subcapsulair: troebeling net onder het kapsel
  • Corticaal: troebeling van de schors (meestal wit van kleur)
  • Nucleair: troebeling van de kern van de lens (meestal groenbruin van kleur)

Anamnese

  • Aard klachten: minder of wazig zien, veraf of dichtbij, pijn, fotofobie, jeuk, tranen, roodheid etc.
  • Beloop van de klachten: ontstaat het snel, wanneer ontstaat het?
  • Unilateraal of bilateraal
  • Gebruik van bril of contactlenzen
  • Comorbiditeiten
  • Geneesmiddelgebruik
  • Familieanamnese
  • Oogheelkundige voorgeschiedenis (eventuele trauma’s, behandelingen)

 

Lichamelijk onderzoek

  • Visusmeting (verminderd zicht), spleetlamponderzoek laat zichtbare vertroebelingen zien
  • Lichtperceptie en pupilreflexen blijven intact
  • Symptomen: geleidelijke visusvermindering, waziger of grauwer zien, schittering en verblinding (glare/halo’s), dubbelbeeld of schaduwbeeld (door onregelmatige lichtbreking), pijnloos

 

Aanvullend onderzoek
Niet van toepassing.

 

Behandeling
Zolang de patiënt geen hinder ondervindt aan de cataract, hoeft er geen behandeling gestart te worden. Als de patiënt niet meer goed kan functioneren door de cataract, kan er een operatie plaatsvinden. Hierbij wordt de troebele lens verwijderd en vervangen door een kunstlens. Er zijn verschillende soorten kunstlenzen: mono- en multifocale. In Nederland is de staaroperatie de meest uitgevoerde operatie (±12.000 per jaar) en tevens het meest succesvolle van alle operaties (>95%).

 

Prognose
Een cataract is goed te behandelen en de prognose is zeer goed.  In een kleine minderheid, 1-2%, ontstaan er een problemen met het lensje en ontstaat bij 1 op de 1.000 operaties een infectie. Bij ongeveer 3% van de patiënten ontstaat er nastaar (recidief).

 

Bronnenlijst

  1. Visusklachten, NHG-standaard. NHG-richtlijnen. Beschikbaar via https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/visusklachten. Geraadpleegd 2020 december 3 

  2. Staar (cataract) en Operatie (met illustraties en animatiefilm). Oogartsen.nl. Beschikbaar via https://www.oogartsen.nl/oogartsen/ooglens_staar/staaroperatie_cataract/ . Geraadpleegd 2020 december 3

  3. Wat is staar?. Oogfonds. Beschikbaar via https://oogfonds.nl/oogziektes/staar/wat-is-staar. Geraadpleegd 2020 december 4

  4. Snijders R, Smit V. Compendium Geneeskunde 2.0 deel 1. Synopsis BV; 2019. p. 271