Voor 23:59 besteld = binnen 24 uur verzonden*!

Home » Coschappen » Kindergeneeskunde » Heupdysplasie

Heupdysplasie

Epidemiologie
Congenitale heupdysplasie wordt het meest gezien bij kinderen in het eerste levensjaar. Het komt vaker voor bij meisjes. De precieze incidentie is niet bekend, maar wordt geschat op 1-4%. Bij het negroïde ras komt de aandoening vrijwel niet voor. 

Anatomie
Het heupgewricht (figuur 1) is een functioneel kogelgewricht dat wordt gekenmerkt door een soepel bewegende femurkop (heupkop) in het acetabulum (heupkom). Het acetabulum wordt gevormd door de drie heupbeenderen: os ischii, os ilium en os pubis. Normaal gesproken is er voldoende benige overdekking van de femurkop door het acetabulum.

Figuur 1: de anatomie van het heupgewricht.

Bron: Moore, K., Agur, A. and Dalley, A., 2011. Essential clinical anatomy. Baltimore, MD: Lippincott Williams & Wilkins.

 

Pathofysiologie
Bij heupdysplasie is de verhouding tussen de kop en de kom verstoord (figuur 2). Het acetabulum is niet diep genoeg, waardoor de femurkop kan verschuiven en uit de kom kan glijden. Hierbij staat een verhoogde laxiteit van het gewrichtskapsel centraal als oorzaak. Deze laxiteit kan genetische of hormonale oorzaken hebben, maar kan ook geïnduceerd worden door een gebrek aan ruimte in de uterus. Door deze verhoogde laxiteit en de verhoogde beweeglijkheid van het gewricht treden morfologische veranderingen van het acetabulum, de weke delen en het femur op. Een andere, minder voorkomende oorzaak van heupdysplasie is een genetisch bepaalde aanleg- of ontwikkelingsstoornis van het acetabulum. Het gevolg van heupdysplasie kan subluxatie of dislocatie zijn. Dit kan al vroeg ontstaan, maar het kan ook zijn dat dit zich pas op latere leeftijd openbaart.

Figuur 2: A: normaal, B: dysplasie, C: subluxatie, D: luxatie

Bron: Dragen kun je leren. 2021. Dragen van een kindje met heupdysplasie. [online] Available at: <https://www.dragenkunjeleren.nl/dragen-van-een-kindje-met-heupdysplasie/> [Accessed 29 March 2021].

 

Etiologie
De belangrijkste risicofactoren zijn een positieve familieanamnese, stuitligging en het vrouwelijk geslacht.

 

Anamnese en lichamelijk onderzoek
Een kind kan ongelijke huidplooien in de liezen hebben, maar dit kan ook voorkomen bij kinderen die geen heupafwijking hebben. Ook kan het been aan de aangedane kant korter zijn. Verder kunnen bij het wisselen van de luier de benen ongelijk gespreid zijn omdat abductie bemoeilijkt wordt. Een volwassene met heupdysplasie kan zich presenteren met pijn in de heup, hinken tijdens het lopen en een ongelijke beenlengte.

Differentiaal diagnose

  • Subluxatie heupgewricht
  • Dislocatie heupgewricht
  • Heupfractuur, overbelasting
  • Labrumscheur
  • Infectie
  • Artritis
  • Artrose
  • Coxitis fugax
  • Ziekte van Perthes
  • Epiphysiolysis capitis femoris
  • Avasculaire femurkopnecrose
  • Bursitis trochanterica
  • Snapping hip

Lichamelijk onderzoek
Heupdysplasie is moeilijk vast te stellen door alleen lichamelijk onderzoek. Terwijl bij de pasgeborene de instabiliteit van de heup het belangrijkste klinische symptoom is, wordt bij de zuigeling vanaf drie maanden de abductiebeperking van het heupgewricht het belangrijkste diagnosticum. Omdat de meeste kinderen jonger dan 1 jaar nog niet gelopen hebben, is er doorgaans geen of een gering beenlengteverschil. Een dubbelzijdige abductiebeperking valt minder op en bij een dubbelzijdige heupdysplasie ontbreekt meestal een beenlengteverschil.
Bij pasgeborenen, waarbij het gewricht nog niet belast is, veroorzaakt de aandoening geen pijn. Omdat het belangrijkste symptoom bij de pasgeborene instabiliteit van het heupgewricht is, zal de arts de beweeglijkheid van de heupen onderzoeken (figuur 3). Dit doet hij door de test van Barlow en Ortolani uit te voeren. De Barlow test is een test om luxeerbare heupen op te sporen. Door de zuigeling op de rug te leggen, de heupen en knieën in 90° te buigen en vervolgens de heupen te abducteren, kan de heupkop geluxeerd worden door ventraal druk uit te oefenen. De luxatie is dan zichtbaar en voelbaar. 

Figuur 3: Barlow test en Ortolani test bij pasgeborene.

Bron: Ebraheim, N., 2021. Barlow & Ortolani Signs—DDH, Congenital Hip Dislocation. [online] Nabilebraheim.blogspot.com. Available at: <http://nabilebraheim.blogspot.com/2017/11/barlow-ortolani-signsddh-congenital-hip.html> [Accessed 29 March 2021].

 

Bij een positieve Barlow test wordt een Ortolani test uitgevoerd om de bevindingen te bevestigen. Knieën en heupen worden weer in 90 graden flexie gebracht, de heupen gaan in abductie en de dijen worden in anterieure richting geduwd. Een aanwezige luxatie wordt op die manier gereponeerd. 
Bij een verdenking op heupdysplasie wordt beeldvormende diagnostiek ingezet. Bij pasgeborenen en zuigelingen is echografie de eerste keuze. Een voordeel van echografie is de negatief voorspellende waarde van bijna 100%, waarmee heuppathologie bijna volledig kan worden uitgesloten. Als er op de echo slechts minimale afwijkingen aantoonbaar zijn, wordt röntgenonderzoek ingezet om de juiste pathologie aan te tonen. 
Bij pasgeborenen en zuigelingen is de eerste keuze van beeldvormende diagnostiek echografie van de heup. De grote waarde van echografie is de negatief voorspellende waarde van bijna 100%: heuppathologie kan bijna volledig worden uitgesloten. Indien echografisch slechts minieme afwijkingen aantoonbaar zijn, is conventioneel ro╠łntgenonderzoek zinvol om de juiste pathologie aan te tonen. Alleen op die manier is het mogelijk onderscheid te maken tussen een eenvoudige dysplasie, een subluxatie of een al of niet te reponeren luxatie. MRI wordt ingezet wanneer er problemen zijn bij de behandeling.

 

Behandeling
Soms geneest een heupdysplasie onder de leeftijd van 3 maanden spontaan. Bij kinderen ouder dan 3 maanden kan er een behandeling nodig zijn, maar dit is afhankelijk van de ernst van de dysplasie, de leeftijd en de beweeglijkheid van de heupen. Deze behandeling bestaat uit een spreidbroek (Pavlik-bandage). Hiermee worden de beentjes in spreidstand gehouden (figuur 4). Als het kind dan met de benen trappelt, ontstaat er door de druk van de heupkop in de heupkom een groeiprikkel. Hierdoor wordt de heupkom dieper. Het spreidbroekje moet 6 tot 12 weken, 23 uur per dag gedragen worden.

Figuur 4: Pavlik-bandage waarbij de benen gespreiden worden.

Bron: Hetwkz.nl. 2021. Heupdysplasie - Het WKZ. [online] Available at: <https://www.hetwkz.nl/nl/ziekenhuis/ziekte/heupdysplasie> [Accessed 29 March 2021].


Als heupdysplasie pas op latere leeftijd wordt ontdekt, dan is een operatie vaak noodzakelijk. Er zijn verschillende operaties mogelijk: een heupprothese, een PAO (peri acetabulaire osteotomie), een pandakplastiek en een ITO (inter trochantere osteotomie van het bovenbeen).
Er wordt gekozen voor een prothese als de heupkop en kom versleten zijn, als er geen slijtage is en de beweeglijkheid van de heup is nog goed, dan wordt voor een PAO gekozen, pandakplastiek bij geringe slijtage en slechte beweeglijkheid en ITO als de stand van de heupkop tov de heupkom niet goed is. 
Bij een PAO wordt er een snede gemaakt in de liesstreek en de bil. Het bekken, zitbeen en schaambeen worden doorgezaagd en de heupkom wordt over de heupkop gekanteld en vastgezet met een schroef. Bij een pandakplastiek wordt een snede gemaakt bij de heup. Daarna worden er twee stukjes bot uit de bekkenkam weggehaald en een stukje wordt ingedreveld boven de heupkom. Het andere stukje wordt hierboven geplaatst ter versteviging. Bij een ITO wordt een stukje bot van het bovenbeen weggenomen, waardoor de heupkop in de gewenste positie gedraaid kan worden. Daarna wordt alles vastgezet met een plaat en schroeven.

 

Complicaties
Een heupdysplasie kan eindigen in een subluxatie of dislocatie van het heupgewricht. Ook kan het zorgen voor slijtage van het kraakbeen en resulteren in coxartrose.

 

Prognose
De prognose voor kinderen die vroegtijdig behandeld zijn voor heupdysplasie is erg goed. Als er een operatie is nodig was, dan kunnen er complicaties ontstaan. Vooral als er een tweede operatie nodig is, is de uitkomst vaak slechter. 

 

Bronnenlijst

  1. Verhaar, J. and van Mourik, J., n.d. Leerboek orthopedie. Bohn Stafleu van Loghum.

  2. Hetwkz.nl. 2021. Heupdysplasie - Het WKZ. [online] Available at: <https://www.hetwkz.nl/nl/ziekenhuis/ziekte/heupdysplasie> [Accessed 29 March 2021].

  3. Dragen kun je leren. 2021. Dragen van een kindje met heupdysplasie. [online] Available at: <https://www.dragenkunjeleren.nl/dragen-van-een-kindje-met-heupdysplasie/> [Accessed 29 March 2021].

  4. Web.archive.org. 2021. Heup.info. [online] Available at: <https://web.archive.org/web/20060618061250/http://www.heup.info/infohoek/heupproblemen/heupdysplasie.asp> [Accessed 29 March 2021].

  5. Moore, K., Agur, A. and Dalley, A., 2011. Essential clinical anatomy. Baltimore, MD: Lippincott Williams & Wilkins.

  6. Ebraheim, N., 2021. Barlow & Ortolani Signs—DDH, Congenital Hip Dislocation. [online] Nabilebraheim.blogspot.com. Available at: <http://nabilebraheim.blogspot.com/2017/11/barlow-ortolani-signsddh-congenital-hip.html> [Accessed 29 March 2021].