Neuspoliepen

Neuspoliepen (figuur 1) verschijnen als druifachtige structuren in de bovenste neusholte, afkomstig van binnen het ostiomeatale complex. Neuspoliepen zijn verder goedaardige, gesteelde of ongesteelde massa's van neus- of sinusslijmvlies veroorzaakt door een ontsteking. Ze worden gekenmerkt door los bindweefsel, oedeem, ontstekingscellen en soms klieren en haarvaten, en zijn bedekt met verschillende soorten epitheel. Eosinofielen zijn de meest voorkomende ontstekingscellen in de neuspoliepen, maar neutrofielen, mestcellen, plasmacellen, lymfocyten en monocyten, evenals fibro-blasten, zijn ook aanwezig. IL-5 is de overheersende cytokine bij neuspoliepen en weerspiegelt de activering en verlengde overleving van eosinofielen. De precieze etiologie is vooralsnog onbekend. Er is een duidelijke relatie bij patiënten met wat bekend staat als de Sampter-triade: astma, NSAID-gevoeligheid en neuspoliepen. Er is geen verband aangetroffen met allergieën, maar mogelijk wel het initiëren van cystic fibrosis.
Bij de algemene bevolking is de prevalentie van neuspoliepen 4%; bij patiënten met astma is er een hogere prevalentie van 7-15%. Er is ook een hogere prevalentie bij veelvuldig NSAID-gebruik.

 

Anamnese
Deze zijn gericht op mechanische obstructie van neusademhaling, mechanische anosmie (gebrek ruikzin), epiphora (verhoogde traanvloed), kleurloze draderige of etterende afscheiding, postnasale catarre, hoofdpijn, snurken en rhinolalia clausa. Een abnormale groei van het gezichtsskelet bij kinderen leidt tot een brede, benige neus, met een uiterlijk dat bekend staat als ‘kikkergezicht’. Poliepen kunnen ook in een of alle sinussen ontstaan, zelfs als de neusholte vrij is. Choanale polyps kunnen meer bij de neusingang ontstaan en hiermee mogelijk de ingang geheel afsluiten.

Figuur 1: verschillende poliepen, ontstaan vanuit een onderliggende oorzaak (rhinosinusitis) met een radiologische vertoning ervan.

Bron: Behrbohm H, Nawka T, Kaschke O, Swift A. Ear, Nose and Throat Diseases.

Differentiaal diagnose

  • Encefaloom-ningocele
  • Een bloedende septumpoliep
  • Kwaadaardige neustumoren
  • Hypofysetumor (een adenoom)

 

Lichamelijk onderzoek
De typische bevindingen bij rhinoscopie (kijken in de neus) zijn solitair of meervoudig, geglazuurd, transparant, gladwandig, witachtig gele massa('s) die beweeglijk zijn onder druk met een sonde, meestal in de middelste gehoorgang of de choana. Ze zijn vaak bilateraal.

 

Aanvullend onderzoek
Aanvullende onderzoeken kunnen gedaan worden om diagnoses te bevestigen of uit te sluiten:

  • Nasale endoscopie
  • CT
  • C-reactief proteïne (CRP): een van de acute-fase respons-eiwitten. De CRP-waarde is nuttig bij de diagnose van bacteriële infecties. Bij een vermoeden op een infectie zijn CRP-spiegels tot 100 mg/l echter compatibel met alle soorten infectie.
  • Nasale cytologie
  • Allergietesten.

 

Behandeling
Is er een allergeen aangetoond, dan moet deze in eerste instantie vermeden worden. Verder bestaat de behandeling uit verschillende mogelijke stappen:

  • Topicale steroïden: vanwege hun sterke ontstekingsremmende effect zijn dit de eerste keus geneesmiddelen (mometason, fluticason). Hoewel neuspoliepen krimpen en/of volledig verdwijnen met steroïden, is deze behandeling alleen niet geschikt, omdat de poliepen terugkeren wanneer de steroïden worden stopgezet.
  • Antibiotica: voor inflammatoire exacerbaties.
  • Leukotriene antagonisten: niet standaard, maar enkele onderzoeken tonen aan dat behandeling met antileukotrieen een gunstig effect kan hebben op nasale symptomen bij patiënten met chronische persisterende neuspoliepen.
  • ASA-deactivering: adaptieve deactivering door middel van langdurige toediening van 100 mg oraal blijkt de kans te vergroten om recifieven te voorkomen. 
  • Chirurgie: voorbehandeling met lokale steroïden is wenselijk.. Functioneel endoscopisch herstel van de ethmoidale en neusbijholten hangt af van de individuele endoscopische en CT-bevindingen. De procedures variëren van infundibu-lotomie tot bilaterale pansinusoperaties. Polypectomie is niet langer geïndiceerd. De voorkeursmethode is functionele endoscopische chirurgie van de ethmoid (ethmoidectomie) en de neusbijholten. Een operatie heeft echter geen invloed op de oorzaak, het biedt echter een betere situatie voor een effectieve behandeling met lokale steroïden. Een langdurige postoperatieve ontstekingsremmende behandeling met endoscopische controle is essentieel.

 

Bronnenlijst

  1. Behrbohm H, Nawka T, Kaschke O, Swift A. Ear, Nose and Throat Diseases.