Doofheid

Middenooraandoeningen leiden tot geleidingsverlies (conductief gehoorverlies). Binnenooraandoeningen leiden tot perceptief gehoorverlies (botgeleidingsverlies).
Bij kinderen <6 jaar komt slechthorendheid vaak door: otitis media met effusie, erfelijke of familiare aandoeningen, infecties tijdens de zwangerschap, meningitis, bof of langdurige IC opnames. Bij kinderen >6 jaar en volwassenen is er een uitgebreide differentiaal diagnose:

  • Cerumeprop
  • Otitis media acute
  • Otitis media met effusie
  • Otitis externa
  • Chronische otitis media
  • Presbyacusis
  • Lawaaislechthorendheid
  • Sudden deafness
  • Gebruik van ototoxische geneesmiddelen
  • Ziekte van Menière
  • Otosclerose
  • Cholesteatoom

 

Anamnese
Vraag naar duur, ernst en beloop van klachten, een- of tweezijdigheid, oorpijn, jeuk, ottoroe, verstopt gevoel en oorsuizen. Heeft patiënt episodes van bovenste luchtweginfecties, otitiden of vaker verstopte oren gehad? Is patiënt bekend met erfelijke of familiare aandoeningen, ooroperaties, trommelvliesperforatie, meningitis, bof, IC opnames? Wat is het beroep van patiënt? Het is belangrijk om erachter te komen of patiënt aan veelvuldig heftige geluiden wordt blootgesteld, zoals bij bouwvakkers. Vraag ook naar duizeligheid en misselijkheid.

 

Lichamelijk onderzoek
Inspectie van beide oren met een otoscoop. Let op cerumen prop, otorroe, zwelling, schilfering, roodheid, erosies, trommelvlies. Daarnaast worden stemvorkproeven uitgevoerd. De stemvorkproeven van Rinne en Weber zijn voor differentiatie geleidingsverlies of perceptief gehoorverlies. 

Stemvorkproef van Rinne
Stemvork wordt op het mastoïd geplaatst, hierdoor omzeil je het middenoor. Als de patiënt de trilling niet meer hoort, wordt de stemvork naast het oor gehouden.

  • Positieve Rinne: patiënt hoort trilling het beste met de stemvork naast het oor is geen geleidingsverlies. Dus patiënt heeft een normaal functionerend oor of last van perceptief gehoorverlies.
  • Negatieve Rinne: geleidingsverlies, de patiënt hoort de trilling beter via het mastoïd.

Stemvorkproef van Weber
Stemvork wordt midden op de schedel geplaatst, de patiënt dient aan te geven aan welk oor de trilling het best wordt gehoord

  • Geen lateralisatie: normaal functionerend gehoor
  • Lateralisatie, geluid in het niet-aangedane oor: perceptief verlies
  • Lateralisatie, geluid in het aangedane oor: geleidingsverlies

 

Figuur 1: stemvorkproeven van Weber en Rinne.

Bron: Verburg AFE, Alkhateeb WHF, Merkus P, Acuut perceptief gehoofverlies, Ntvg, beschikbaar via: https://www.ntvg.nl/artikelen/acuut-perceptief-gehoorverlies/volledig

 

Aanvullend onderzoek
Als de otoscopie de doofheid niet kan verklaren, verricht men een audiometrie.

 

Oorzaken doofheid

  • Cerumen
    • Overmatig cerumenproductie leidt tot een oorsmeerprop die de gehoorgang aflsuit.
    • Risicofactoren: gehoortoestel, wattenstaafjes.
    • Symptomen: geleidingsverlies, meestal eenzijdig, drukkend gevoel, soms oorsuizen.
    • Lichamelijk onderzoek: inspectie van het oor.
    • Aanvullend onderzoek: niet nodig tenzij twijfel over de diagnose.
    • Behandeling: cerumenhaakje, oorzuiger, soms oorspoeling. Wijs op zelfreinigende werking gehoorgang.
  • Cholesteatoom
    • Keratinestapeling in het middenoor dat leidt tot meerlagig verhoornend plaatepitheel. Groeit expansief en kan veel kapot makken in het oor (destructief).
    • Incidentie: 3-12:100,000 per jaar.
    • Oorzaken: congenitaal – resten congenitaal ectoderm. Verworven – epithelel groeit door vanuit de gehoorgang naar het middenoor. Dit gebeurd na het intrekken of perforatie van het trommelvlies of metaplasie bij chronische ontsteking bv complicatie van otitis media chronica.
    • Risicofactor: otitis media chronica of ooroperatie in het verleden.
    • Symptomen: foetide otorroe, geleidingsverlies of gemengd gehoorverlies. Als omvang zich uitbreidt kan het leiden tot perceptief gehoorverlies, facialisparese, duizeligheid, acute mastoïditis en intracraniële complicaties: meningitis, hersenabces.
    • Lichamelijk onderzoek: inspectie van het oor (men ziet intrekking pars flaccida of pars tens).
    • Aanvullend onderzoek: stemvorkproeven (Rinne en Weber), CT-scan.
    • Behandeling: sanering. Bij recidief: vaak radicale mastoïdectomie.
    • Prognose: hoog risico op recidief.
  • Lawaaislechthorendheid
    • Incidentie >50 jaar: 1:10 per jaar.
    • Oorzaak: langdurige blootstelling aan hard, hoogfrequent geluid >140 dB. Dit maakt de haarcellen kapot, deze zullen eerst gaan zwellen waarna ze degenereren. 
    • Risicofactoren: concerten, te hoog volume van headphones, beroepsmatige lawaai-expositie, akoestisch trauma.
    • Symptomen: perceptief gehoorverlies. Eerst tijdelijke verlaging gehoorsdrempel naar 3000-6000 Hz. Hierna treedt permanente verlaging van de drempel. Spraakverstaanbaarheid is vaak gestoord en men heeft last van oorsuizen.
    • Lichamelijk onderzoek: inspectie van het oor.
    • Aanvullend onderzoek: stemvorkproeven (Rinne en Weber), toon- en spraakaudiogram: dip 4000-6000 Hz.
    • Behandeling: preventie, hoortoestel.
    • Prognose: tijdelijk gehoorverlies is nog reversibel maar bij degeneratie of acute schade is er sprake van irreversibel gehoorverlies.
  • Otosclerose
    • Incidentie: 3-4:1000.
    • Oorzaak: Aantasting van het benig labyrint. Bothaarden vormen rond de cochlea door een verandering van het botmetabolisme.
    • Risicofactoren: Kaukasische vrouwen rond de leeftijd van 20-40 jaar.
    • Symptomen: langzaam progressief geleidingsverlies, meestal beiderzijds, tinnitus. Later gemengd gehoorverlies of perceptief gehoorverlies.
    • Lichamelijk onderzoek: inspectie van het oor.
    • Aanvullend onderzoek: stemvorkproeven (Rinne en Weber), audiogram – Carhart notch. CT-scan.
    • Behandeling: operatie, hoortoestel.
  • Presbyacusis
    • Prevalentie >75 jaar: 70%. Meest voorkomende vorm van perceptief gehoorverlies in Nederland. 
    • Oorzaak: fysiologische veroudering.
    • Risicofactor: >60 jaar.
    • Symptomen: symmetrisch perceptief gehoorverlies. Met name hoge frequenties. Slechte tot redelijke spraakdiscriminatie en tinnitus.
    • Lichamelijk onderzoek: inspectie van het oor.
    • Aanvullend onderzoek: stemvorkproeven (Rinne normaal en Weber mediaan), toon- en spraakaudiogram.
    • Behandeling: hoortoestel.
    • Prognose: langzaam progressief.
  • Sudden deafness
    • Incidentie: 1:10,000 per jaar.
    • Oorzaak: idiopathisch. Bij 10% wordt een onderliggende oorzaak gevonden (infectie, neoplasma, doorbloedingsstoornis, systeemziekte, neurologische aandoeningen).
    • Symptomen: eenzijdig acuut perceptief verlies, soms tinnitus, drukgevoel, vertigo.
    • Lichamelijk onderzoek: inspectie van het oor.
    • Aanvullend onderzoek: stemvorkproeven (Rinne normaal en Weber lateraliseert naar het goede oor), MRI, bloedbeeld, BSE, serologie, lues, Borrelio.
    • Behandeling: corticosteroïden zo snel mogelijk starten (<10 dagen).

 

Bronnenlijst

  1. Romée Snijders, Veerle Smit. Compendium Geneeskunde. Synopsis BV, vijfde druk, 2017.

  2. NHG-Richtlijn Slechthorendheid, beschikbaar via: https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/slechthorendheid , geraadpleegd 7/4/2021

  3. Richtlijnendatabase, Perceptieve slechthorendheid bij volwassenen, beschikbaar via: https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/perceptieve_slechthorendheid_bij_volwassenen/anamnestische_vragen_gehoorverlies.html , geraadpleegd 7/4/2021

  4. Verburg AFE, Alkhateeb WHF, Merkus P, Acuut perceptief gehoofverlies, Ntvg, beschikbaar via: https://www.ntvg.nl/artikelen/acuut-perceptief-gehoorverlies/volledig, geraadpleegd 7/4/2021.