Always laugh when you can, it is cheap medicine.

Home » Coschappen » Interne geneeskunde » Osteoporose

Osteoporose

Osteoporose is een aandoening waarbij de dichtheid van de botten steeds verder afneemt, waardoor de botten verzwakken en de kans op een botbreuk toeneemt. Het is 1 van de meest voorkomende metabolische stoornissen. Osteomalacie is een milde vorm van osteoporose waarbij er verweking ontstaat van je botten. Bij osteopenie is er volgens de criteria sprake van osteoporose, echter zijn er geen symptomen.

Epidemiologie
De prevalentie in de bevolking is ongeveer 3%. Bij vrouwen komt osteoporose viermaal zo vaak voor als bij mannen. Maar liefst 50% van post-menopauzale vrouwen krijgt te maken met osteoporose. Patiënten zijn vaak ouder (>50 jaar) en hebben in het verleden een breuk opgelopen.

Pathogenese en etiologie
Botten bevatten mineralen als calcium en fosfor, waardoor ze hard worden. Om de botdichtheid te handhaven heeft het lichaam voldoende kalk en andere mineralen nodig. De botten moeten zich kunnen aanpassen aan steeds wisselende eisen en daarom worden ze continu afgebroken en opnieuw opgebouwd en daarbij zo nodig geremodelleerd. Bij jongvolwassenen wordt meer bot aangemaakt, tot de leeftijd van ongeveer 30 jaar. Daarna wordt er meer bot afgebroken dan opgebouwd. Als het lichaam niet in staat is om voldoende bot op te bouwen, worden de botten steeds minder dicht wat tot ‘osteoporose’ leidt. 

Osteoporose kan opgedeeld worden in primair en secondair. Primair is als gevolg van een aandoening in het bot als gevolg van leeftijd of de overgang (menopauze). Secondair osteoporose ontstaat wanneer patiënten een onderliggende aandoening hebben of medicatie gebruiken. De oorzaken zijn in te delen in genetische oorzaken, endocriene stoornissen, malabsorptie, infectieus, medicamenteus of hypogonodaal. De lijst met oorzaken is hierdoor ontzettend lang, denk aan antibiotica-gebruik,  reumatoïde arthritis, ziekte van Crohn, cystic fibrose (CF), syndroom van Cushing, acromegalie, coeliakie of hyperthyreoidie.. Primaire osteoporose, de meest voorkomende type, heeft echter maar drie subtypen: 

  • Postmenopauzale osteoporose (type-I-osteoporose)
    Wordt veroorzaakt door een tekort aan oestrogeen, ontwikkelt zich bij vrouwen meestal na de menopauze, tussen de 51-57 jaar. Deze vorm komt ook voor bij gecastreerde mannen of bij (vooral oudere) mannen met een lage testosteronspiegel. Vrouwen die het meest risico hebben op postmenopauzale osteoporose zijn blanke vrouwen, hebben een lichte huid, zijn mager, hebben een laag lichaamsgewicht, en/of zijn licht gebouwd. Andere risicofactoren zijn een gevorderde leeftijd, een vroege menopauze of een menopauze die werd opgewekt door een operatie, abnormaal uitblijven van de menstruatie (amenorroe) en anorexia nervosa. 
  • Seniele Osteoporose (type-II-osteoporose)
    Is waarschijnlijk het gevolg van een verstoorde balans tussen de snelheid waarmee het bot wordt afgebroken en waarmee nieuw bot wordt aangemaakt. Dit is mogelijk door een leeftijdsafhankelijk calciumgebrek of vitamine-D tekort. Gewoonlijk treft deze aandoening ouderen boven de 70 jaar en tweemaal zoveel vrouwen als mannen. Vrouwen lijden vaak aan seniele en postmenopauzale osteoporose. 
  • Idiopathische osteoporose
    Dit is een zeldzame vorm van osteoporose. Het woord ‘idiopathisch’ betekent dat de oorzaak onbekend is. Het komt voor bij kinderen en jongvolwassenen met een normale hormoonspiegel, een normale vitamine spiegel en zonder duidelijk aanwijsbare reden voor het hebben van zwakke botten. 

 

Anamnese

In het begin zijn er vaak geen symptomen op te merken omdat de afname van botdichtheid zeer geleidelijk gaat. Op den duur neemt de botdichtheid echter zover af dat er botten bezwijken of breken. Dit leidt tot plotselinge pijn of geleidelijke toenemende pijn in de botten en tot vervorming. Hierbij kunnen ook micro-breuken ontstaan in het bot. Besteed tijdens de anamnese aandacht aan: 

  • Fracturen: wervelfractuur of recente niet-wervelfractuur (≤ 2 jaar) in voorgeschiedenis
    • Wervelfracturen: rugpijn, lengtevermindering, postuur verandering
  • Heupfracturen bij ouders
  • Aanwijzingen voor verhoogd valrisico zoals ≥ 2 valincidenten in het afgelopen jaar, angst, verminderde mobiliteit en verminderde visus
  • Aantal zuivelconsumpties per dag en vitamine-D-deficiëntie (leeftijd, woonvorm, blootstelling aan buitenlicht, huidskleur, lichaamsbedekking)
  • Roken en overmatig alcoholgebruik
  • Oorzaken van secundaire osteoporose
  • Familie-anamnese
  • Een persoon die korter is geworden

Daarnaast kan je de Fracture Risk Assessment (FRAX) tool om de risico op osteoporose te berekenen.

Differentiaal diagnose

 

Lichamelijk onderzoek

Wervels en lange botten heb een grote kans als gevolg van osteoporose te breken. Botten in andere delen van het lichaam kunnen breken, vaak door lichte belasting of een val. 

  • BMI bepalen door gewicht en lengte meten.
    • BMI = gewicht / (lengte x lengte); een lage BMI verhoogt de kans op botbreuken.
  • Bepaal asdrukpijn, kloppijn en drukpijn op het wervelkolom (WK).
  • Patiënten in de risicogroep kunnen opstaan en lopen in de kamer om mobiliteit te. beoordelen. Let hierbij ook op valrisico, zoals instabiele gang, moeite met zicht of gehoor, ortostatische hypotensie of spierzwakte.

 

Aanvullend onderzoek

Aanvullend onderzoek kan nodig zijn om behandelbare, mogelijk tot osteoporose leidende aandoeningen aan te tonen, dan wel uit te sluiten. Als een dergelijke aandoening wordt gevonden, luidt de diagnose ‘secundaire osteoporose’.

  • X-wervelkolom kan nodig zijn wanneer er aanwijzingen zijn voor wervelfracturen.
  • Dual-energy x-ray-absorptiometrie (DEXA). Hiermee wordt de botdichtheid gemeten. Een t-score van -1,0 en hoger is normaal en een score tussen -2,5 en -1,1 wordt gezien als een verlaagde botdichtheid; ook wel bekend als osteopenia. Osteoporose wordt gezien bij een t-score -2,5 of lager (figuur 1).
  • Bloedonderzoek om de concentraties van 25-hydroxyvitamine D, calcium en fosfor te bepalen. Daarnaast kan gekeken worden naar leverfuncties (alcoholgebruik), schildklierfuncties en CBC om anemie aan te tonen.
  • Controle op wervelbreuken met een VFA of röntgenopname.
  • Valrisico-analyse (tabel 1): verhoogd risico bij een score van ≥4.

Figuur 1: stadia in osteoporose op basis van botdichtheid.

Bron: Osteoporose: oorzaken en behandeling | gezondheid.be [Internet]. Gezondheid.be. 2021 [17 October 2021]. https://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=106

Kenmerk Score
Leeftijd ≥ 60 jaar 1
≥ 70 jaar 2
Laag lichaamsgewicht: < 60 kg of BMI < 20 kg/m2 1
≥ 2 vallen in de afgelopen 12 maanden 1
Eerdere fracturen vanaf 50 jaar > 2 jaar geleden 1 fractuur 1
≥ 2 fracturen 2
Ouder met heupfractuur 1

Tabel 1: analyse van valrisico.


Behandeling

De behandeling is gericht op het zo goed mogelijk in stand houden van de botdichtheid. 

  • Niet-medicamenteus
    • Dagelijks innemen van voldoende hoeveelheid calcium en vitamine D (-supplementen). 
    • Goed bewegen. Door axiale belasting van de botten, werkt het lichaam aan verbetering van de botstructuur en botmassa.
    • Stimuleer blootstelling aan zonlicht.
    • Stop met roken en vermijd overmatig alcoholgebruik.
    • Balans- en krachttraining.
  • Medicamenteus
  1. Vitamine D3 (colecalciferol) en orale calcium (calciumcarbonaat) op basis van hoeveelheid inname. Een combinatiepreparaat is mogelijk: calciumfosfaat/colecalciferol of calciumcarbonaat/colecalciferol.
  2. Geef een orale bifosfonaat (alendroninezuur of risedroninezuur). Let hierbij op een weinig voorkomend maar ernstige bijwerking: kaaknecrose.
  3. Alternatieve therapie: zoledroninezuur IV of denosumab subcutaan.

Fracturen als gevolg van osteoporose moeten uiteraard worden behandeld naar behoren.

  • Heupfracturen worden geheel of gedeeltelijk operatief vervangen. 
  • Polsfractuur wordt soms operatief behandeld of wordt in gipsverband gezet. 
  • Bij pijnlijk ingezakte wervels kan een tijdelijk steunkorset gebruikt worden of met vertebroplastiek hersteld worden. 

 

Prognose

Osteoporose kent een chronisch beloop en hierom helaas niet te genezen. Wel kan bij de meeste mensen de botdichtheid verbeterd worden. Het doel is hierbij om (nieuwe) botbreuken te voorkomen. Controleer jaarlijks de groeit van de patiënt. In principe wordt na 5 jaar gebruik van bifosfonaten gestopt. Indien er opnieuw een fractuur plaatsvindt worden de stappen opnieuw belopen.

 

Bronnenlijst

  1. Beers, M., Berga, S. and Batterink, J., 2005. Merck Manual Medisch Handboek. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, pp.341-345.
  2. Osteoporose Patiënten Vereniging. 2020. Behandeling - Osteoporose Patiënten Vereniging. [online] Available at: <https://osteoporosevereniging.nl/behandeling/> [Accessed 3 November 2020].
  3. Richtlijnen.nhg.org. 2020. Fractuurpreventie. [online] Available at: <https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/fractuurpreventie#volledige-tekst-richtlijnen-beleid> [Accessed 3 November 2020].