Osteoporose

Epidemiologie
Ongeveer 3% van de bevolking heeft osteoporose. Bij vrouwen komt osteoporose viermaal zo vaak voor als bij mannen. Patiënten zijn vaak ouder en hebben in het verleden een breuk opgelopen.

Etiologie
Osteoporose is een aandoening waarbij de dichtheid van de botten steeds verder afneemt, waardoor de botten verzwakken en de kans op een botbreuk toeneemt. 
Botten bevatten mineralen als calcium en fosfor, waardoor ze hard worden. Om de botdichtheid te handhaven heeft het lichaam voldoende kalk en andere mineralen nodig. De botten moeten zich kunnen aanpassen aan steeds wisselende eisen en daarom worden ze continu afgebroken en opnieuw opgebouwd en daarbij zo nodig geremodelleerd. Bij jongvolwassenen wordt meer bot aangemaakt, tot de leeftijd van ongeveer 30 jaar. Daarna wordt er meer bot afgebroken dan opgebouwd. Als het lichaam niet in staat is om voldoende bot op te bouwen, worden de botten steeds minder dicht wat tot ‘osteoporose’ leidt. 
Osteoporose kan opgedeeld worden in primair en secondair. Primair is als gevolg van een aandoening in het bot als gevolg van leeftijd of de overgang (menopause). Secondair osteoporose ontstaat wanneer patiënten een onderliggende aandoening hebben of medicatie gebruiken; denk aan antibiotica-gebruik, rheumatoide arthritis, ziekte van Crohn, hyperthyreoidie etc. Primaire osteoporose, de meest voorkomende type, heeft drie subtypen: 

  • Postmenopauzale osteoporose (type-I-osteoporose)
    Wordt veroorzaakt door een tekort aan oestrogeen, ontwikkelt zich bij vrouwen meestal na de menopauze, tussen de 51-57 jaar. Deze vorm komt ook voor bij gecastreerde mannen of bij (vooral oudere) mannen met een lage testosteronspiegel. Vrouwen die het meest risico hebben op postmenopauzale osteoporose zijn blanke vrouwen, hebben een lichte huid, zijn mager, hebben een laag lichaamsgewicht, en/of zijn licht gebouwd. Andere risicofactoren zijn een gevorderde leeftijd, een vroege menopauze of een menopauze die werd opgewekt door een operatie, abnormaal uitblijven van de menstruatie (amenorroe) en anorexia nervosa. 
  • Seniele Osteoporose (type-II-osteoporose)
    Is waarschijnlijk het gevolg van een verstoorde balans tussen de snelheid waarmee het bot wordt afgebroken en waarmee nieuw bot wordt aangemaakt. Dit is mogelijk door een leeftijdsafhankelijk calciumgebrek of vitamine-D tekort. Gewoonlijk treft deze aandoening ouderen boven de 70 jaar en tweemaal zoveel vrouwen als mannen. Vrouwen lijden vaak aan seniele en postmenopauzale osteoporose. 
  • Idiopathische osteoporose
    Dit is een zeldzame vorm van osteoporose. Het woord ‘idiopathisch’ betekent dat de oorzaak onbekend is. Het komt voor bij kinderen en jongvolwassenen met een normale hormoonspiegel, een normale vitamine spiegel en zonder duidelijk aanwijsbare reden voor het hebben van zwakke botten. 

 

Anamnese
In het begin zijn er vaak geen symptomen op te merken omdat de afname van botdichtheid zeer geleidelijk gaat. Op den duur neemt de botdichtheid echter zover af dat er botten bezwijken of breken. Dit leidt tot plotselinge pijn of geleidelijke toenemende pijn in de botten en tot vervorming. Besteed tijdens de anamnese aandacht aan: 

  • Fracturen: wervelfractuur of recente niet-wervelfractuur (≤ 2 jaar) in voorgeschiedenis;
    • Wervelfracturen: rugpijn, lengtevermindering, postuur verandering;
  • Heupfracturen bij ouders;
  • Aanwijzingen voor verhoogd valrisico zoals ≥ 2 valincidenten in het afgelopen jaar, angst, verminderde mobiliteit, verminderde visus etc.
  • Aantal zuivelconsumpties per dag en vitamine-D-deficiëntie (leeftijd, woonvorm, blootstelling aan buitenlicht, huidskleur, lichaamsbedekking);
  • Roken en overmatig alcoholgebruik;
  • Oorzaken van secundaire osteoporose.

 

Lichamelijk onderzoek/ klinisch beeld
Wervels en lange botten heb een grote kans als gevolg van osteoporose te breken. Botten in andere delen van het lichaam kunnen breken, vaak door lichte belasting of een val. 

  • BMI bepalen door gewicht en lengte meten. BMI = gewicht / (lengte x lengte).
  • Bepaal asdrukpijn, kloppijn en drukpijn op het wervelkolom (WK).
  • Patiënten in de risicogroep kunnen opstaan en lopen in de kamer om mobiliteit te. beoordelen.

 

Aanvullend onderzoek
Aanvullend onderzoek kan nodig zijn om behandelbare, mogelijk tot osteoporose leidende aandoeningen uit te sluiten. Als een dergelijke aandoening wordt gevonden, luidt de diagnose ‘secundaire osteoporose’.

  • X-WK kan nodig zijn wanneer er aanwijzingen zijn voor wervelfracturen.
  • Dual-energy x-ray-absorptiometrie (DEXA). Hiermee wordt de botdichtheid gemeten. Een t-score van -1,0 en hoger is normaal en een score tussen -2,5 en -1,1 wordt gezien als een verlaagde botdichtheid; ook wel bekend als osteopenia. Osteoporose wordt gezien bij een t-score -2,5 of lager (figuur 1).
  • Bloedonderzoek om de GFR en concentraties van calcium en fosfor te bepalen. 
  • Controle op wervelbreuken met een VFA of röntgenopname.
  • Valrisico-analyse (tabel 1): verhoogd risico bij een score van ≥4.

Figuur 1: stadia in osteoporose op basis van botdichtheid.

Kenmerk Score
Leeftijd ≥ 60 jaar 1
≥ 70 jaar 2
Laag lichaamsgewicht: < 60 kg of BMI < 20 kg/m2 1
≥ 2 vallen in de afgelopen 12 maanden 1
Eerdere fracturen vanaf 50 jaar > 2 jaar geleden 1 fractuur 1
≥ 2 fracturen 2
Ouder met heupfractuur 1


Behandeling
De behandeling is gericht op het zo goed mogelijk in stand houden van de botdichtheid. 

  • Niet-medicamenteus
    • Dagelijks innemen van voldoende hoeveelheid calcium en vitamine D (-supplementen). 
    • Goed bewegen. Door axiale belasting van de botten, werkt het lichaam aan verbetering van de botstructuur en botmassa.
    • Stimuleer blootstelling aan zonlicht.
    • Stop met roken en vermijd overmatig alcoholgebruik.
    • Balans- en krachttraining.
  • Medicamenteus
  1. Vitamine D3 (colecalciferol) en orale calcium (calciumcarbonaat) op basis van hoeveelheid inname. Een combinatiepreparaat is mogelijk: calciumfosfaat/colecalciferol of calciumcarbonaat/colecalciferol.
  2. Geef een orale bifosfonaat (alendroninezuur of risedroninezuur). Let hierbij op een weinig voorkomend maar ernstige bijwerking: kaaknecrose.
  3. Alternatieve therapie: zoledroninezuur IV of denosumab subcutaan.

Fracturen als gevolg van osteoporose moeten uiteraard worden behandeld naar behoren.

  • Heupfracturen worden geheel of gedeeltelijk operatief vervangen. 
  • Polsfractuur wordt soms operatief behandeld of wordt in gipsverband gezet. 
  • Bij pijnlijk ingezakte wervels kan een tijdelijk steunkorset gebruikt worden of met vertebroplastiek hersteld worden. 

 

Prognose
Osteoporose is niet te genezen. Wel kan bij de meeste mensen de botdichtheid verbeterd worden. Het doel is hierbij om (nieuwe) botbreuken te voorkomen. Controleer jaarlijks de groeit van de patiënt. In principe wordt na 5 jaar gebruik van bifosfonaten gestopt. Indien er opnieuw een fractuur plaatsvindt worden de stappen opnieuw belopen.

 

Bronnenlijst

  1. Beers, M., Berga, S. and Batterink, J., 2005. Merck Manual Medisch Handboek. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, pp.341-345.

  2. Osteoporose Patiënten Vereniging. 2020. Behandeling - Osteoporose Patiënten Vereniging. [online] Available at: <https://osteoporosevereniging.nl/behandeling/> [Accessed 3 November 2020].

  3. Richtlijnen.nhg.org. 2020. Fractuurpreventie. [online] Available at: <https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/fractuurpreventie#volledige-tekst-richtlijnen-beleid> [Accessed 3 November 2020].