Voor 23:59 besteld = binnen 24 uur verzonden*!

Dysmaturiteit

Dysmaturiteit, of intra-uterine groeirestrictie (IUGR), is een gewicht lager dan verwacht: het gewicht is kleiner dan het 10e percentiel voor de zwangerschapsduur. Dit komt ongeveer voor bij 9% van de zwangerschappen. Op korte termijn kan de neonaat onvoldoende reserve hebben om het intra-uteriene bestaan ​​voort te zetten, inspanning te verrichten en zich aan te passen aan het neonatale leven. Complicaties zijn onder andere:

  • Een lage APGAR-score (slechte start)
  • Polycytemie
  • Hyperbilirubinemie
  • Hypoglykemie
  • Hypothermie
  • Apneu
  • Ademnood
  • Epilepsie
  • Sepsis
  • Meconiumaspiratie

Uiteindelijk kan de neonaat komen te overlijden. Verder kunnen er ook lange termijn consequenties zijn, denk hierbij aan paradoxale obesitas, hart- en vaatziekten, diabetes mellitus en dyslipedemie. Hoe kleiner de foetus, hoe groter het risico op morbiditeit/mortaliteit.

Etiologie en pathofysiologie
De moeder voorziet de neonaat middels de placenta en navelstreng, oftewel de funiculus umbilicalis, van bloed, zuurstof en verzorgt het de metabolisme. De differentiatie van de navelstreng gebeurt vroeg in de zwangerschap (tussen week 3 en 7) middels hyperplasie (celdeling). Tijdens deze periode is het vatbaar voor afwijkingen, maar ook voor infecties. Hierdoor kunnen insufficiciënties ontstaan voor de ongeborene. Wanneer het gevormd is (week 7) treedt er cellulaire hypertrofie op om te blijven mee ontwikkelen met de foetus. Hierin is het dan minder vatbaar. Na week 37 wordt de funiculus umbilicalis nog altijd gebruikt, maar gebruikt de foetus ook steeds meer vet voor de groei.

Tijdens de 37e week neemt ook de groei van de placenta af. Dit is het gevolg van micro-infarcten. Dit kan bijdragen aan uteroplacentale insufficiëntie omdat de groei gerelateerd is aan de grootte van placenta. Andere foetussen kunnen ook nog te 'afhankelijk' zijn ervan.

Maternale factoren
Virale infecties (rubella, varicella, cytomegalovirus) wordt aangetoond bij <5% van de gevallen. Bepaalde (teratogene) stoffen, en vooral alcohol, beperken tevensde groei. Roken heeft aangetoond dat baby's gemiddeld 200 gram lichter zijn. Verdovende middelen veroorzaken een groeibeperking van 30-50% bij baby's. Verder zijn er factoren zoals leeftijd en medicatie (warfarine, foliumzuurantagonist, anti-epilepticum) die de groei kan belemmeren.

Foetale factoren
Ongeveer 5% heeft een genetische afwijking en maar liefst 20% van de foetussen met een genetische afwijking heeft een IUGR. Een meerling verhoogt de kans op dysmaturiteit ook.

 

Diagnose

Een moeder kan moeilijk inschatten of er sprake is van een te laag gewicht. Immers, neemt ook moeder toe in gewicht en is moeilijk te differentiëren wat tot de foetus behoort. Het is natuurlijk van zelfsprekend dat moeder kan aanvoelen of het verschilt van vorige zwangerschappen.

Lichamelijk onderzoek
Dit heeft eigenlijk niet heel veel toegevoegde waarde. Hetgeen wat natuurlijk wel belangrijk is, is het meten van het gewicht van de moeder (en foetus) tussen check-ups. Verder kan de fundushoogte bepaald worden (figuur 1). Tussen week 20 en 36 is dit grofweg 1 cm/week.


Figuur 1: fundushoogte.

Bron: Measuring Fundus Height During Pregnancy - Stepwards [Internet]. Stepwards. 2021 [cited 3 October 2021]. Available from: https://www.stepwards.com/?page_id=10721

Aanvullend onderzoek
Echografie
Tijdens het structurele echo-onderzoek (week 20) of algemeen echo-onderzoek wordt minimaal gelet op de volgende 4 standaarden:

  1. Bipariëtale diameter
  2. Hoofdomtrek
  3. Buikomtrek (AC)
  4. Femurlengte

Doppler-snelheid van foetale vaten
Normaliter is de systole/diastole ratio 1.8-2.0 in de foetale vaten. Een belangrijk vat dat wordt onderzocht is de cerebrale slagader

Circulatie geëvalueerd en gemeten door systolische/diastolische ratio, normaliter is dit 1.8-2.0. De mediale cerebrale slagader is een belangrijk vat dat ook word geëvalueerd, omdat een verhoogde bloedstroom een slechte prognostische factor is. Een toename hiervan is kenmerkend voor het brein-sparende effect, wat weer indicatief is voor een slechte circulatie.

Directe onderzoeken
Vruchtwaterpunctie met foetale karyotypering, virale culturen en PCR is mogelijk uit te voeren. Uitvoeren van chorionische villusbemonstering en percutane navelstrengbloedafname is zeldzaam.

 

Behandeling

Periodieke evaluatie en monitoring om de 3-4 weken om de gezondheid van de baby is erg belangrijk. Ook is dit belangrijk om de optimale moment van bevallen te voorspelen. Er dienen voorbereiden getroffen te worden voor neonatale ademhalingsproblemen (surfactant kan gegeven worden en ademhaling ondersteund met ventilatie/CPAP), hypoglykemie (laag vetgehalte), hypothermie (warmtematras) en hyperviscositeitssyndroom (door laag zuurstofgehalte, gecompenseerd door verhoogde hematocriet tot 65%). Daarnaast is het belangrijk om een goede neurologisch onderzoek en gehoortest te doen voor de baby naar huis kan gaan.

 

Bronnenlijst

  1. Beckmann C. Obstetrics and gynecology. 7th edition. 2013.
  2. Prematurity Treatment & Management: Approach Considerations, Medical Care, Diet [Internet]. Emedicine.medscape.com. 2021 [cited 3 October 2021]. Available from: https://emedicine.medscape.com/article/975909-treatment#d7