Hypo/hyperparathyreoïdie

Epidemiologie
Doordat zowel hypo-, als hyperparathyreoïdie niet heel vaak voorkomen zijn er in Nederland ook nog geen echte epidemiologische onderzoeken gedaan. In het buitenland hebben ze dit wel gedaan. Als we deze cijfers uit het buitenland omrekenen naar de bevolkingsgrootte van Nederland kunnen we het volgende stellen: de diagnose primaire hyperparathyreoïdie wordt jaarlijks bij ongeveer 3500 mensen gesteld. De diagnose wordt meer bij vrouwen gesteld dan bij mannen, meestal ouder dan 60 jaar en zonder uitgesproken klachten. 
Hypoparathyreoïdie heeft een prevalentie van 37/100.000 person-years en een incidentie van 0.8/100.000 person-years. De gemiddelde leeftijd bij de mensen die aan deze aandoening lijden is ook rond de 60 jaar, 71% van deze groep is van het vrouwelijke geslacht en in 78% van de gevallen wordt het veroorzaakt door een operatie in de nek.
Deze ‘per person-years’ waarden zijn dus moeilijk te vergelijken met de waarden van hyperparathyreoïdie, maar door het gebrek aan meer onderzoek naar deze aandoeningen kunnen we over de epidemiologie op dit moment niet meer zeggen.

Fysiologie
Mensen hebben 4 bijschildklieren (figuur 1), dit zijn kleine erwtvormige bolletjes van een paar millimeter groot. Ze liggen naast of achter de schildklier in de hals. De functie is het produceren van PTH. Dit bijschildklierhormoon heeft een belangrijke functie in het reguleren van het calcium en fosfaat gehalte in het bloed, PTH zorgt ervoor dat er calcium vanuit de darm en uit het bot in het bloed komt en dat je fosfaat uitplast. Zit er te weinig calcium in het bloed, dan geven de bijschildklieren meer PTH af en wordt er meer calcium uit de darm in het bloed opgenomen. Het calcium is belangrijk voor de kwaliteit van de botten. 


Figuur 1: de anatomie en fysiologie van de parathyreoïdaea.

Bron: Sciencedirect.com. 2021. Parathyroid Gland - an overview | ScienceDirect Topics. [online] Available at: <https://www.sciencedirect.com/topics/neuroscience/parathyroid-gland> [Accessed 27 March 2021].


Etiologie

De oorzaken van een hypo- en hyperparathyreoïdie lopen ver uit een. Oorzaken van hyperparathyreoïdie:

  • Een ernstig tekort aan vitamine D, of een tekort aan calcium in de voeding. 
  • Een goedaardig gezwel in de bijschildklier.
  • Nierinsufficiëntie, hierbij wordt er minder vitamine D omgezet in de actieve werkzame vitamine D vorm.
  • Veel verlies van calcium via de urine.
  • Doordat de bijschildklieren langere tijd te veel bijschildklierhormoon maken en gaan groeien, de patiënt heeft dan vaak ook last van nierproblemen.

Zoals eerder benoemd is de meest voorkomende oorzaak van hypoparathyreoïdie een operatie in de hals. Hierbij kunnen de bijschildklieren zijn beschadigd of weggenomen. Maar er zijn ook andere oorzaken van hypoparathyreoïdie: 

  • Iatrogene oorzaken: bestraling (vanwege bijv. kanker in de hals) en medicatie.
  • Kanker in een ander deel van het lichaam kan ook voor hypoparathyreoïdie zorgen door uitzaaiingen. 
  • Een verworven auto-immuunaandoening.

Pathogenese
De pathogenese van de hypo- of hyperparathyreoïdie verschilt erg per oorzaak. In de basis draait het om een overactieve bijschildklier of een traag werkende bijschildklier. Bij de overactieve bijschildklier (hyperparathyreoïdie) maken de bijschildklieren te veel bijschildklierhormoon, parathyreoïd hormoon (PTH), aan. Hierdoor stijgt ook het calciumgehalte. 
De hypoparathyreoïdie ontstaat als de bijschildklieren niet voldoende PTH uitscheiden, of als het uitgescheiden PTH niet goed werkt. Het lage niveau van ‘actief’ PTH zorgt ervoor dat het calciumniveau in het bloed daalt en het fosfaatniveau in het bloed stijgt.

 

Anamnese
De meeste mensen met hyperparathyreoïdie hebben geen klachten. Mochten ze wel klachten hebben dan kunnen ze bijvoorbeeld last hebben van aan de gevolgen van hypercalciëmie: spierzwakte en/of spierpijn, veel dorst, veel plassen, buikpijn, misselijkheid, nierstenen, botontkalking en moeheid. 
De mensen met hypoparathyreoïdie hebben wel klachten door de lage hoeveelheid calcium in het bloed. Hierbij moet je vooral denken aan: tintelingen (met name in de handen), spierkrampen, algehele spierzwakte en moeheid.

 

Lichamelijk onderzoek
Als we na de anamnese denken aan hypo- of hyperparathyreoïdie denken dan kunnen we bij het lichamelijk onderzoek de bloeddruk van de patiënt afnemen en kijken of deze afwijkt (bij hyperparathyreoïdie zal de patiënt hoogstwaarschijnlijk een hoge bloeddruk hebben), en in de hals gaan palperen naar de bijschildklieren. Om de diagnose hypoparathyreoïdie waarschijnlijker of minder waarschijnlijk te maken kunnen we ook gaan kijken naar het teken van Chvostek, spasmen in de hand bij het opblazen van de bloeddrukband en onderzoek naar de spierreflexen. 



Aanvullend onderzoek
Het aanvullend onderzoek zal de doorslag geven bij de diagnose: we gaan de hoeveelheid PTH, fosfaat en de hoeveelheid calcium in het bloed meten (vaak wordt ook de hoeveelheid vitamine D in het bloed meegenomen). Daarnaast kunnen we ook de urine onderzoeken op calcium en een echo maken van de hals om te kijken of de bijschildklieren vergroot zijn. Ook kunnen we de botdichtheid gaan meten en een echo maken van de nieren om te kijken of er sprake is van nierstenen.



Behandeling
Bij een lichte vorm van hyperparathyreoïdie is het meestal niet nodig om de patiënt te behandelen, maar dan houden we wel het calciumgehalte in de gaten. In sommige gevallen is het wel nodig om de vergrote bijschildklier d.m.v. een operatie weg te halen. Soms kan het ook met medicatie (zoals vitamine D tabletten en medicijnen die het hoge bloedcalcium verlagen) behandeld worden.
Bij hypoparathyreoïdie gaan we behandelen door calciumtabletten en vitamine D tabletten te geven. Bij een zeer ernstig verlaagd calciumniveau kan tijdelijke behandeling in het ziekenhuis noodzakelijk zijn met calcium toediening in de bloedbaan (intraveneus).

 

Prognose
Als de hypoparathyreoïdie op de juiste manier behandeld (met calcium en vit. D) wordt dan zijn de vooruitzichten goed. Het hangt wel af van de patiënt, welke aandoening heeft hij/zij, therapietrouw en regelmatig terug naar het ziekenhuis komt voor een controle. 
De overgrote meerderheid met hyperthyreoïdie hoeven niet behandeld worden, maar ze moeten wel regelmatig gecontroleerd worden door een endocrinoloog. Ook het bloed van mensen die een bijschildklieroperatie hebben gehad moet regelmatig gecontroleerd worden. Als na 6 maanden de hoeveelheden bijschildklierhormoon, fosfaat, calcium en vitamine D in het bloed nog steeds normaal zijn, dan kan gestopt worden met de controle. 

 

Bronnenlijst

  1. Fisken RA, Heath DA, Somers S. Hypercalcaemia in hospitalpatients. Clinical and diagnostic aspects. Lancet 1981; i: 202-7

  2. Clarke BL, Leibson C, Emerson J, Ransom JE, Lagast H. Co-morbid-medical conditions associated with prevalent hypoparathyroidism: a population-based study. J Bone Miner Res. 2011;26:S182 (Abstract SA1070).

  3. Maastricht UMC+. Internet site endocrinologie MUMC. Beschikbaar via: https://endocrinologie.mumc.nl/ziektebeelden/bijschildklier-aandoeningen. Geraadpleegd 23 maart 2021.

  4. Maastricht UMC+. Internet site endocrinologie MUMC. Beschikbaar via: https://endocrinologie.mumc.nl/ziektebeelden/bijschildklier-aandoeningen/te-veel-bijschildklierhormoon. Geraadpleegd 23 maart 2021.

  5. Maastricht UMC+. Internet site endocrinologie MUMC. Beschikbaar via: https://endocrinologie.mumc.nl/ziektebeelden/bijschildklier-aandoeningen/te-weinig-bijschildklierhormoon. Geraadpleegd 23 maart 2021.

  6. Thuisarts, UMC Utrecht, Patiënt1. Internet site gezondheidsnet. Beschikbaar via: https://www.gezondheidsnet.nl/ziekten/hyperparathyreoidie-te-hard-werkende-bijschildklieren. Geraadpleegd 23 maart 2021.

  7. Thuisarts. Internet site thuisarts. Beschikbaar via:  https://www.thuisarts.nl/hyperparathyreoïdie. Geraadpleegd 23 maart 2021.

  8. Thuisarts. Internet site thuisarts. Beschikbaar via: https://www.thuisarts.nl/hypoparathyreoïdie. Geraadpleegd 23 maart 2021.

  9. Thuisarts. Internet site thuisarts. Beschikbaar via: https://www.thuisarts.nl/hyperparathyreoïdie/ik-heb-hyperparathyreoïdie. Geraadpleegd 23 maart 2021.

  10. NTVG. Internet site NTVG. Beschikbaar via: https://www.ntvg.nl/artikelen/diagnostiek-van-primaire-hyperparathyreoïdie. Geraadpleegd 23 maart 2021.

  11. Patiënt 1. Internet site patiënt 1. Beschikbaar via: https://www.patient1.nl/encyclopedie/hypoparathyreoidie#:~:text=De%20meest%20gangbare%20oorzaak%20van,ongeluk%20zijn%20beschadigd%20of%20weggenomen. Geraadpleegd 23 maart 2021.

  12. NHG-Richtlijnen. Internet site NHG. Beschikbaar via: https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/schildklieraandoeningen#volledige-tekst. Geraadpleegd 23 maart 2021.