Rosacea

Rosacea, ook wel acne rosacea of in de volksmond couperose genoemd. Rosacea wordt gekenmerkt door exacerbaties van een erythemateuze inflammatoire huidaandoening van met name het gelaat met een chronisch beloop. 
Voorheen onderscheidde men 4 subtypes: erythemateuze teleangiectatische rosacea, papulopustuleuze rosacea, fibromateuze rosacea en oculaire rosacea. Deze indeling is verworpen aangezien het klinische beeld dikwijls veranderd of zich als een combinatie van subtypes presenteert. 
De diagnose wordt gesteld aan de hand van klinische kenmerken. Voor deze klinische diagnose moet of minstens 1 diagnostisch kenmerk aanwezig zijn, of minstens 2 hoofdkenmerken (tabel 1).

Diagnostische kenmerken Hoofdkenmerken Secundaire kenmerken
Persisterend centrofaciaal erytheem, al dan niet geassocieerd met periodieke verergering Flushing Branden
Phymateuze veranderingen Papels en pustels Steken
Teleangiëctasieën Oedeem
Oculaire manifestaties: teleangiëctasieën op de ooglidranden, interpalpebrale conjunctivale injectie, spatelvormige infiltraten in de cornea, scleritis en sclerokeratitis Droogheid
Oculaire manifestaties: crustae en collerette ophoping aan de basis van de wimpers, onregelmatigheden van de ooglidrand, Meibomklierdysfunctie (verminderde traanfilm)

Tabel 1: onderscheid in diagnostische, hoofd en secundaire kenmerken.


Figuur 1: waarbij er teleangiëctasieën (links), papulopustulosa (midden) en rhinophyma (rechts) is.

Bron: Rosacea (patientenfolder) [Internet]. Huidziekten.nl. 2021. Available from: https://www.huidziekten.nl/folders/nederlands/rosacea.htm 

 

Epidemiologie en etiologie
De prevalentie van rosacea is ongeveer 5%. Vaak komt het voor bij mensen met een lichtere huid, hoewel de lagere prevalentie bij donkere huidtypes mogelijk ook door onderdocumentie veroorzaakt kan worden. De prevalentie is bij mannen en vrouwen gelijk. Hierbij worden teleangiëctasieën in het gelaat vaker gezien bij vrouwen, en phymateuze veranderingen, zoals een rhinophyma (figuur 1), vaker gezien bij mannen. 

Pathofysiologie
De precieze pathofysiologie van rosacea is vrijwel onbekend. Wel wordt er gedacht aan een mogelijke disregulatie in imuunrespons of neurovasculaire functie. Het is wel bekend dat genetische factoren en omgevingsfactoren een rol kunnen spelen bij het ontstaat en het beloop van rosacea. Veel van de uitlokkende omgevingsfactoren hebben te maken met vaatverwijding. Mogelijke uitlokkende factoren zijn warmte, kou, stress, inspanning, huisirritatie, alcohol, roken, pittig eten, bepaalde medicatie, ultraviolet licht, warme dranken en micro-organismen zoals demodex folliculorum. 

 

Anamnese
Volgens ALECOBO heb je te maken met de volgende symptomen:

  • A: branderig, stekend, jeuk
  • L: wangen, neus, ogen, kin, voorhoofd
  • E: verschillend
  • C: chronisch, met een wisselend beloop van exacerbaties en remissies
  • O: idiopathisch met een mogelijk genetisch component
  • B: Mogelijk legt een patiënt een relatie met een trigger. 
  • O: vragen naar eerdere herkenbare klachten bij patiënt zelf en familie/omgeving

Verder kan je als hypothesetoetsende vragen en speciele anamnese letten op:

  • Gelaat (meest voorkomende locatie) 
  • Oedeem, teleangiectatica (verwijde bloedvaatjes), verdikte huid, papels (pukkels), pustels (puistjes), GEEN comedonen, phyma (zwellingen of tumorachterlige verdikkingen)
  • Ogen (2/3 van de patiënten hebben ook of enkel oculaire klachten)
  • Teleangiectatica op de ooglidranden, Meibomklierdysfunctie (tranen of droge ogen), fotofobie, irritatie, blepharitis, conjunctivitis, episcleritis, iridocyclitis, keratitis, visusverlies

Bij de algemene anamnese let je op:

  • Familieanamnese, vaak sprake van een erfelijke component
  • Intoxicatie, alcohol gebruik en roken kunnen uitlokkende factoren zijn
  • Voorgeschiedenis, vaak gaat rosacea gepaard met exacerbaties, vaak zijn patiënten al langer bekend met de klachten en wellicht ook al eerder in behandeling hiervoor geweest. 
  • Medicatiegebruik, dit kan een trigger zijn
  • Kwaliteit van leven, veranderingen in het gelaat kunnen een grote impact hebben op de patiënt en de wensen met betrekking tot de behandeling beïnvloeden. 

Differentiaal diagnose

  • Seborrhoïsch eczeem
    Erythematosquameuze eruptie met name op locaties van veel talgproductie.
  • Acne vulgaris
    Jeugdpuistjes, met name bestaande uit comedonen, papels en pustels
  • Dermatitis (contact of perioralis)
    Erytheem rond de mond of veroorzaakt door irriterend middel
  • Lupus erythematodes
    Fotosensibel vlindervorming erytheem door aanwezigheid van SLE. 
  • Overig: chronische actinische schade, sarcoïdose, dermatomyositis, essentiële teleangiëctasieën, 
    • Vena cava superior syndroom
    • Gram-negatieve folliculitis
    • Haber's syndroom, polycythaemia vera
    • Carcinoïd syndroom.

 

Lichamelijk onderzoek
Beschrijf de laesie volgens PROVOKE:

  •    P: gelaat, symmetrisch 
  •    R: gegroepeerd, circumcript
  •    O: nummulair tot (kinder)handpalmgrootte
  •    V: rond/ovaal, soms met huidlijnen mee
  •    O: matig scherp begrensd
  •    K: rood/erythemateus
  •    E: teleangiëctatisch/papulopustuleus

Daarbij kan er inspectie van de ogen worden uitgevoerd.

 

Aanvullend onderzoek
Aangezien de diagnose rosacea gesteld wordt op basis van het klinische beeld wordt er enkel aanvullend onderzoek, zoals histologie, verricht wanneer een andere diagnose uitgesloten dient te worden. 

 

Behandeling
Rosacea heeft een chronisch beloop en de behandeling is met name symptomatisch. Er wordt gefocust op de verschillende fenotypische kenmerken, die elk apart worden behandeld. Voor de behandeling wordt het behandelalgoritme van de NVDV gevolgd (figuur 2).

 

Figuur 2: stroomdiagram in de behandeling van rosacea.

Bron: Dekker D. Samenvatting richtlijn Rosacea 2018 [Internet]. NVDV. 2021. Available from: https://nvdv.nl/professionals/richtlijnen-en-onderzoek/richtlijnen/richtlijn-rosacea

 

Prognose
Hoewel de klachten bij rosacea kunnen als belastend worden ervaren, kunnen deze vaak goed behandeld worden. De kans op recidiverende klachten is zeer hoog, maar neemt af in prevalentie in ernst na verloop van jaren.

 

Bronnenlijst

  1. Van der Linden M, Van Zuuren E. Rosacea [Internet]. Huidziekten.nl. 2020. Available from: https://www.huidziekten.nl/zakboek/dermatosen/rtxt/Rosacea.htm

  2. Dekker D. Samenvatting richtlijn Rosacea 2018 [Internet]. NVDV. 2021. Available from: https://nvdv.nl/professionals/richtlijnen-en-onderzoek/richtlijnen/richtlijn-rosacea

  3. Rosacea (patientenfolder) [Internet]. Huidziekten.nl. 2021. Available from: https://www.huidziekten.nl/folders/nederlands/rosacea.htm

  4. Macedo A, Sakai F, Vasconcelos R, Duarte A. Gnatophyma: a rare form of rosacea. Anais Brasileiros de Dermatologia. 2012;87(6):903-905.

  5. Snijders R, Smit V. Compendium geneeskunde deel 3. synopsis; 2016.

  6. Sillevis Smitt J, Everdingen J, Horst H, Starink M, Wintzen M, Lambert J. Dermatovenereologie voor de eerste lijn. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2017.