Voor 23:59 besteld = binnen 24 uur verzonden*!

Home » Coschappen » Chirurgie » Plastische chirurgie » Trigger finger

Trigger finger

Een triggervinger of trigger thumb, ook wel een tendovaginitis stenosans genaamd is een gelokaliseerde tenosynovitis van de flexorpezen. Een tenosynovitis is een ontsteking van de schede die de pees omringt.  Het soepele glijden van de buigpees in de A1-pulley (eerste annulaire ligament) raakt belemmerd waardoor de vinger minder goed gestrekt of gebogen kan worden.

Epidemiologie
De aandoening komt vooral bij kinderen jonger dan 6 jaar voor en bij volwassenen in de leeftijdscategorie tussen de 40 en 70 jaar. Vrouwen zijn vaker aangedaan dan mannen. De lifetimeprevalentie bij volwassenen is ongeveer 2%.

Etiologie, pathogenese en pathofysiologie
De oorzaak is niet altijd duidelijk. Meestal is deze idiopathisch waarbij irritatie ontstaat die leidt tot zwelling van de flexorpees. De zwelling die door deze irritatie ontstaat wordt ook de nodus van Notta genoemd (figuur 1). De klachten komen ook vaak voor na zware inspanning of abnormaal gebruik van de hand. Daarnaast lijkt de trigger finger geassocieerd te zijn met diabetes mellitus, reumatoïde artritis, hypothyreoïdie, CTS, jicht en repetitief gebruik van de vingers.

Figuur 1: anatomie van de trigger finger. A: m. flexor digitorum profundus; B: m. flexor digitorum superficialis; C: peesschede; D: zwelling peesschede (nodus van Notta); E: triggering tijdens bewegen van pees door pulley heen vanwege zwelling peesschede; F: A1-pulley.

Bron: Compendium Geneeskunde 2.0. Deel 4: de essentie van 6 jaar geneeskunde, onderdeel plastische chirurgie. Synopsis B.V.

 

Anamnese
Bij een trigger finger is het belangrijkste symptoom pijn bij buigen en ‘hokken’ bij strekken van de vinger en/of zwelling van de buigpees. Hierbij zijn algemene aandachtspunten, het volgende:

  • Lokalisatie
  • Aanleiding (recent of oud trauma)
  • Aard
  • Ernst van de klacht
  • Tijdstip van optreden
  • Dagelijkse bezigheden

De klachten beginnen vaak met een vervelend of pijnlijk gevoel aan de basis van de vinger. Het normale en soepele glijden van de buigpees tijdens buigen en strekken van de vinger wordt hierdoor belemmerd, wat leidt tot pijn bij buigen en ‘’hokken’’ bij het strekken.

Differentiaal diagnose

  • Artrose PIP en/of DIP gewricht
    Hierbij staan op de voorgrond pijn, zwelling, stijfheid en/of bewegingsbeperking van deze gewrichten.
  • Mallet finger
    Hierbij is er sprake van een flexiestand van het DIP gewricht waarbij het actief strekken niet mogelijk is (figuur 2).
  • Morbus Dupuytren
    Hierbij vormen zich knobbels in de handpalm die kunnen uitgroeien tot strengen. Deze strengen kunnen zich uitbreiden naar de vingers waarbij vooral de pink en ringvinger dan vaak niet meer goed kunnen strekken (figuur 2).
  • Quervain tenosynovitis
    Dit is een overbelasting blessure van de strekpezen en peeskoker van de duim.

Figuur 2: kenmerken van een mallet finger (A) en morbus dupuytren (B).

Bron: Rehman, S., Goodacre, R., Day, P. J., Bayat, A., & Westerhoff, H. V. Dupuytren's: a systems biology disease. Arthritis research & therapy, 13(5), 2011.

 

Lichamelijk onderzoek
Aandachtspunten bij het lichamelijk onderzoek

  • Kleur
  • Doorbloeding
  • Huidtemperatuur
  • Zwelling of atrofie
  • Bewegingsbeperkingen of paresthesieën
  • Pijn bij bewegen, sensibiliteit en spierkracht

Voorkeurslocatie dig 3 en dig 4: hierbij kan een pijnlijke en verdikte A1-pulley aanwezig zijn.
De meebewegende nodus is te palperen. Palpatiepijn, slotklachten bij flexie en zichtbare triggering bij actieve of passieve extensie kunnen aanwezig zijn.

 

Aanvullend onderzoek
De diagnose trigger finger is vaak een klinische diagnose gebaseerd op de anamnese en het lichamelijk onderzoek. Aanvullend onderzoek kan eventueel gedaan worden in de vorm van echografie. Hierbij kan een verdikking in de peeskoker worden gezien.

 

Behandeling
Niet-medicamenteuze behandeling
Gericht op het voorlichten over het ontstaan en beloop van de aandoening. Bij geringe klachten wordt vaak gekozen voor een expectatief beleid.

Medicamenteuze behandeling

  • Corticosteroïdinjecties in peesschede, eventueel na 6 maanden herhalen.
    • Bij kinderen betreft het vrijwel altijd een congenitale triggerduim. Hierbij wordt het gebruik van corticosteroïdinjecties niet aanbevolen.
  • Operatief klieven van de A1-pulley (figuur 3). Dit wordt pas gedaan bij recidief of bij weinig effect van corticosteroïdinjecties.

Figuur 3: het vrijprepareren van de A1-Pulley.

Bron: Ilyas, A. & Xu, V., Trigger Finger Release. n.d. Retrieved from: https://jomi.com/article/206.2/trigger-finger-release

 

Prognose
De meeste patiënten reageren al goed op de corticosteroïdinjecties waarbij na 1 en 2 injecties bij respectievelijk 60 en 88% van de patiënten de symptomen verminderen. Er zijn een aantal factoren die een ongunstigere prognose hebben:

  • Hogere leeftijd
  • Vrouwelijk geslacht
  • Klachten die al langer dan 3 maanden bestaan

 

Bronnenlijst

  1. Peters-Veluthamaningal, C., Willems, W., Smeets, G. E., Van der Windt, D.A.W.M., Spies, M.N., Strackee, S. D., Vos, K & Geraets, X.R. NHG-Standaard Hand-en polsklachten. 2010.

  2. Compendium Geneeskunde 2.0. Deel 4: de essentie van 6 jaar geneeskunde, onderdeel plastische chirurgie. Synopsis B.V.

  3. Rehman, S., Goodacre, R., Day, P. J., Bayat, A., & Westerhoff, H. V. Dupuytren's: a systems biology disease. Arthritis research & therapy, 13(5), 2011.

  4. MUMC+. Mallet finger. n.d. Retrieved from: https://wiki.mumc.nl/handencentrum-mumc/aandoeningen/triggerfinger

  5. Ilyas, A. & Xu, V., Trigger Finger Release. n.d. Retrieved from: https://jomi.com/article/206.2/trigger-finger-release