Slokdarmcarcinoom

Slokdarmcarcinoom staat op de zesde plek van meest voorkomende kankers wereldwijd. In Nederland zit de incidentie rond 7-8:100.000 per jaar. Slokdarmkanker komt het meest voor in de leeftijdsgroep vijftig- tot tachtigjarigen. Verder is er een predominantie voor het ontwikkelen van een slokdarmcarcinoom bij mannen ten opzichte van vrouwen, met een verhouding van 3.5:1. 
De incidentie van oesofaguscarcinoom is de laatste jaren fors toegenomen. In Nederland werd in 1989 bij 684 mensen de diagnose oesofaguscarcinoom gesteld, terwijl dit in 2009 bij 1.900 mensen was. Tegenwoordig krijgen in Nederland ongeveer 2000 mensen per jaar de diagnose slokdarmkanker. De meeste patiënten zijn tussen de 50 en 70 jaar. Bij mannen vormt het 2.7% van het totaal aantal maligniteiten, bij vrouwen is dat 1.1%. De man-vrouw ratio in Nederland is 3.5. Patiënten zijn vaak ouder dan 60 jaar ten tijde van de diagnose, slechts 4% is jonger dan 45 jaar.
Belangrijk is onderscheid te maken tussen twee verschillende soorten slokdarmcarcinomen, het plaveiselcelcarcinoom en het adenocarcinoom. Het plaveiselcelcarcinoom is gelokaliseerd in het bovenste 2/3 gedeelte van de slokdarm en ontstaat vanuit plaveiselepitheel.  Het plaveiselcelcarcinoom is goed voor 55% van de slokdarmkankers. Het adenocarcinoom is gelokaliseerd in het onderste 1/3 gedeelte van de slokdarm en kan uitbreiden naar de cardia van de maag. Het adenocarcinoom ontstaat vanuit kolomepitheel en is goed voor 45% van de slokdarmkankers. 

Etiologie
Plaveiselcelcarcinoom

  • Roken
  • Alcoholgebruik
  • Achalasie
  • Corrosief letsel in de slokdarm
  • Radiotherapie bij mammacarcinoom

Adenocarcinoom

  • Roken
  • Refluxklachten
  • Barrett-oesophagus
  • Obesitas
  • Radiotherapie bij mammacarcinoom

 

Anamnese en lichamelijk onderzoek
Verschillende klachten kunnen ervoor zorgen dat slokdarmkanker in de differentiaal diagnose komt te staan. De belangrijkste zijn:

  • Slik- en passage stoornissen/dysfagie
  • Retrosternale pijn (tijdens het eten)
  • Haematemese
  • Ongewild gewichtsverlies in korte tijd (>10% in 6 maanden)
  • Anorexie
  • Koorts zonder focus
  • Vermoeidheid of verminderde fitheid
  • Pijn op de borst retrosternaal

Wanneer de tumor hoger zit, kunnen er klachten van heesheid, hoesten of dysfagie op de voorgrond staan. De klachten zijn vaak progressief. Een voorbeeld hiervan is de dysfagie, zo begint het vaak met problemen van het eten van vast voedsel, gevolgd door dysfagie van vloeibaar voedsel. Naast deze klachten kan een patiënt ook anemisch worden door het hebben van slokdarmkanker. Bij het lichamelijk onderzoek moet er aandacht zijn voor het palperen van de lymfeklieren, omdat er, ten gevolge van metastasering, lymfadenopathie kan ontstaan. Daarnaast kan, in zeer uitzonderlijke ofwel gevorderde gevallen, een tumor ‘gepalpeerd’ worden.

Differentiaal diagnose

  • Maagcarcinoom
  • Achalasie
  • Oesofageaal leimyoom
  • Oesofageale strictuur/web
  • Oesofagitis

 

Aanvullend onderzoek
Qua aanvullend onderzoek staat beeldvorming centraal, zowel voor de diagnostisering als stadiëring van slokdarmkanker. Een endoscopie met biopt wordt gedaan om de diagnose histologisch te bevestigen. Vervolgens kan een CT-scan, PET-scan, of echografie (ook endoscopisch) ingezet worden om de ziekte te stadiëren. De stadiëring van slokdarmkanker wordt gedaan door middel van de TNM-classificatie. Ongeveer 70% van de patienten presenteren zich met stadium 3 ziekte. Het slokdarmcarcinoom metastaseert meestal naar de lever en lymfeklieren bij de truncus coeliacus.

 

Behandeling
Helaas zijn overlevingskansen vaak slecht, met en zonder behandeling. In de behandeling is het belangrijk om onderscheid te maken tussen curatie en een palliatief beleid. 

Curatief

  • Endomucosale resectie (als de tumor zich tot de mucosa beperkt)
  • Oesophagusresectie (in combinatie met neoadjuvante chemoradiatie)
  • Enkel chemoradiatie

Chirurgische resectie van de tumor geeft de beste kans op curatie, echter dit kan alleen gedaan worden als de tumor niet de buitenkant van de oesophagus wand heeft geïnfiltreerd. Minder dan 40% van de patiënten, ten tijde van presentatie, vallen binnen deze groep. 

Palliatief

  • Chemotherapie/radiotherapie/brachytherapie
  • Stentplaatsing bij passagestoornis

De follow-up is voornamelijk gericht op de kwaliteit van leven, waarbij aanvullend onderzoek gedaan kan worden op geleide van klachten. 

 

Prognose
De prognose voor slokdarmcarcinoom is slecht, met een gemiddelde 1-jaars overleving van 40% en een gemiddelde 5-jaars overleving van 15%. Hoewel de 5-jaars overleving van patiënten met oesofaguscarcinoom slecht is, nam het de afgelopen jaren wel toe: van 8% in 1988-1992 tot 15% in 2003-2007. De prognose is erg afhankelijk van de patiëntkarakteristieken (bv. leeftijd/algemene gezondheid) en de stadiëring van de kanker.  De gemiddelde 5-jaars overleving van stadium 1 (T1/T2, N0, M0) is 80%, stadium 2 is 30%, stadium 3 is 18% en stadium 4 is 4%.

 

Bronnenlijst

  1. Clark M, Kumar P. Kumar & Clark clinical medicine. Edinburgh: Elsevier Saunders; 2016.

  2. Romée Snijders, Veerle Smit. Compendium Geneeskunde. Synopsis BV, vijfde druk, 2017.

  3. Richtlijn oesofaguscarcinoom, beschikbaar via: https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/oesofaguscarcinoom/oesofaguscarcinoom_-_startpagina.html, geraadpleegd 27/03/2021

  4. Huisarts en wetenschap. Oesofaguscarcinoom. [Internet]. Available from: https://www.henw.org/artikelen/oesofaguscarcinoom. [Accessed 1st April 2021].  

  5. Richtlijnendatabase. Oesofaguscarcinoom. [Internet}. Available from: https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/oesofaguscarcinoom/behandeling/neoadjuvante_behandelingen/neoadjuvante_chemotherapie.html. [Accessed 1st April 2021].

  6. Uptodate. Clinical manifestations, diagnosis, and staging of esophageal cancer. [Internet]. Available from: https://www-uptodate-com.proxy-ub.rug.nl/contents/clinical-manifestations-diagnosis-and-staging-of-esophageal-cancer?search=oesofaguscarcinoom&source=search_result&selectedTitle=1~150&usage_type=default&display_rank=1#H1254708276. [Accessed 1st April 2021].

  7. Surgery Assistant. Oesofaguscarcinoom. [Internet]. Available from: http://www.surgeryassistant.nl/artikel.php?actie=18&Anumberid=123&language=EN. [Accessed 1st April 2021].