Always laugh when you can, it is cheap medicine.

Blaascarcinoom

Blaascarcinomen, of blaaskanker, is de 5e meest voorkomende kanker. De carcinomen die ontstaan zijn in >90% transitionele celcarcinomen (TCCS). De varianten adenocarcinomen en plaveiselcelcarcinomen zijn relatief zeldzaam.

Incidentie is ongeveer 1: 6000 patiënten/jaar waarbij het ongeveer 2 tot 3 keer vaker voorkomt bij mannen. Risicofactoren voor blaaskanker zijn roken, positieve familiegeschiedenis, eerdere bestralingstherapie, schistosomiasis (verhoogde risico op plaveiselcelcarcinoom), frequente blaasontstekingen en blootstelling aan bepaalde chemicaliën.

Figuur 1: anatomie van de blaas.

Bron: Cancer.org. 2022. What Is Bladder Cancer?. [online] Available at: <https://www.cancer.org/cancer/bladder-cancer/about/what-is-bladder-cancer.html> [Accessed 17 January 2022].


Anamnese en lichamelijk onderzoek

Bij hematurie dient altijd gedacht te worden aan een blaascarcinoom. Patiënten kunne verder aspecifiek presenteren met bijvoorbeeld:

  • Pijnloze hematurie
  • Terugkerende urineweginfecties
  • Irritatie bij het urineren
  • Incontinentie

Patiënten met gevorderde ziekte kunnen zich presenteren met bekken- of benige pijn, oedeem van de onderste ledematen door compressie van het iliacale vat of pijn in de flank door obstructie van de ureter.

Differentiaal diagnose

 

Aanvullend onderzoek

  • Cystoscopie met biopsie is diagnostisch de gouden standaard.
  • Urine: microscopie/cytologie (kankers kunnen steriele pyurie veroorzaken).
  • CT-urogram is zowel diagnostisch als het bieden van mogelijkheid tot stadiëring.
  • Bimanual EUA (examination under anesthesia) helpt de verspreiding te beoordelen.
  • MRI of lymfangiografie kunnen de betrokkenheid van bekkenklieren aantonen.

Stadiëring
De stadiëring (figuur 1) van de tumor wordt aangegeven op basis van hoe diep deze zit (T), of lymfeklieren zijn betrokken (N) en metastasering (M).

Figuur 1: stadiëring van blaascarcinoom.

Bron: van de Kamp M, de Reijke T. Blaascarcinoom. In: Ontwikkelingen in de oncologie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2014. p. 207–17. 

 

  • Tis: carcinoma in situ
  • Ta: tumor tot het epitheel/bindweefsel
  • T1: tumor in submucosa of lamina propria
  • T2: tumor in spier
  • T3: tumor in vet
  • T4: tumor voorbij het vet tot andere organen.

  • N0: geen lymfeklieren betrokken
  • N1-3: lymfeklieren betrokken

  • M0: geen metastase
  • M1: metastase

Metastase
Lokaal kan het verspreiden naar de bekkenstructuren, waarbij het lymfatisch naar iliacaal en para-aortale lymfeklieren kan verspreiden. Hematogeen kan het spreiden naar de lever en longen.

 

Behandeling

Geschiedt middels stadiëring van de tumor.

  • Tis, Ta of T1
    Betreft 80% van alle patiënten waarbij transurethrale resectie van een blaastumor (TURBT) wordt uitgevoerd. Overweeg een behandeling van intravesicaal BCG (dat een niet-specifieke immuunrespons stimuleert) voor meerdere kleine tumoren of goed gedifferentieerde tumoren. Alternatieve chemotherapeutische middelen zijn onder meer mitomycine, epirubicine en gemcitabine. De 5 jaar overlevingskans is 95%.
  • T2 en T3
    Radicale cystectomie is de 'gouden standaard'. Radiotherapie geeft slechtere 5 jaars overlevingskansen dan een operatie, maar spaart de blaas wel. 'Salvage' cystectomie kan worden uitgevoerd als radiotherapie mislukt, maar dit geeft wel slechtere resultaten dan primaire chirurgie. Postoperatieve chemotherapie is giftig maar effectief. Neoadjuvante chemotherapie kan de overlevingskansen verbeteren in vergelijking met cystectomie of radiotherapie alleen. Als de blaashals niet betrokken is, kan je mogelijk een orthotope reconstructie vormen in plaats van een urostoma, maar een adequate tumorklaring mag niet in gevaar worden gebracht.
  • T4
    Meestal palliatieve chemo- en radiotherapie. Chronische katheterisatie en urine-omleidingen kunnen helpen om pijn te verlichten.

Follow-up
Hierbij voer je onderzoek van de blaas uit en doe je regelmatig een cystoscopie:

  • Hoog-risico tumoren: elk 3 maanden gedurende 2 jaar, daarna elke 6 maanden.
  • Laag-risico tumoren: eerste vervolg cystoscopie na 9 maanden, daarna jaarlijks.


Prognose

Dit hangt af van de leeftijd bij de operatie. De 3-jarige overleving na cystectomie voor T2- en T3-tumoren is bijvoorbeeld 60% indien 65-75 jaar oud, en daalt tot 40% indien 75-82 jaar oud (operatieve mortaliteit is 4%). Met eenzijdige bekkenklieren betrokkenheid, slechts 6% van de patiënten overleven 5 jaar. De 3-jarige overleving met betrokkenheid van bilaterale of para-aortalymfeklieren is nihil.

Complicaties

  • Cystectomie kan leiden tot seksuele en urinaire storingen.
  • Enorme blaasbloeding

 

Bronnenlijst

  1. Clark M, Kumar P. Kumar & Clark clinical medicine. Edinburgh: Elsevier Saunders; 2016.
  2. Cancer.Net. 2020. Bladder Cancer - Statistics. [online] Available at: <https://www.cancer.net/cancer-types/bladder-cancer/statistics> [Accessed 20 December 2020].