Wondgenezing

Wonden zijn er in veel verschillende vormen en maten. Voorbeelden van wonden zijn brandwonden, scheur- of snijwonden, chronische wonden, decubitus en smetten. 

 

Brandwond
De huisarts ziet ongeveer 5 per 1000 patiënten per jaar met brandwonden, 90% van deze wonden is oppervlakkig (eerstegraads en oppervlakkig tweedegraads). Op de spoedeisende hulp melden zich jaarlijks ongeveer 12.000 patiënten met brandwonden. Brandwonden ontstaan door beschadiging van een of meer huidlagen als gevolg van:

  • Hete vloeistoffen of voorwerpen
  • Vuur of steekvlam
  • Ultraviolette straling of infraroodstraling
  • Radioactiviteit
  • Chemische middelen
  • Elektriciteit

De ernst van de brandwond wordt bepaald door het ontstaansmechanisme.

 

Scheur- of snijwonden
Jaarlijks worden 21,2 scheur- of snijwonden en 4,6 bijtwonden per 1000 persoonsjaren in de huisartsenpraktijk gezien. Scheur- of snijwonden zijn, naast urineweginfecties, de meest voorkomende reden voor contact met de huisartsenpost (3.6%). Deze type wonden komen vaker voor bij mannen (25.8 per 1000 persoonsjaren) dan bij vrouwen (16.6 per 1000 persoonsjaren). Het risico op een wondinfectie varieert van 2-5% en wordt meestal veroorzaakt door Staphylococcus aureus. Een wondinfectie is herkenbaar aan een enkele centimeters breed, pijnlijk en warm aanvoelend erytheem rond de wond. Andere kenmerken zijn purulent exsudaat, lymfangitis, lymfadenopathie of cellulitis. Risicofactoren voor een wondinfectie zijn (slecht ingestelde) diabetes mellitus, wond aan de onderste extremiteiten, vervuilde wonden, wonden >5 cm. Vrouwen worden iets vaker gebeten dan mannen (5.4 versus 3.9 per 1000 persoonsjaren). De incidentie van (bijt)wondinfecties in Nederland is niet bekend. Honden veroorzaken de meeste bijtwonden (90%), gevolgd door katten (5-20%), knaagdieren (2-3%) en de mens (2-3%). Jonge kinderen (<5 jr) worden het meest gebeten. Het risico op een bijtwondinfectie varieert van 3 tot 18%.
Infectie door bijtwonden wordt door verschillende soorten bacteriën uit de mondflora van het dier of mens veroorzaakt. Bij katten en honden spelen verschillende aerobe en anaerobe bacteriën (tegelijk) een rol. Daarnaast is er bij dierenbeten een risico op infectie met Clostridium tetani. Bij dierenbeten buiten Nederland en bij beten van vleermuizen (binnen en buiten Nederland) is er risico op rabiës. Bij mensenbeten veroorzaken onder andere de Staphylococcus aureus, Streptococcus pyogenes, Haemophilus influenzae en Eikenella corrodens infecties.

 

Decubitus
Decubitus, ook wel doorligwonden genoemd, komt vooral voor bij oudere patiënten en kan verklaard worden door factoren zoals verminderde mobiliteit, slechtere voedingstoestand en verminderde weefseltolerantie. De meeste decubitus komt voor op de stuit en de hielen. Decubitus kan worden ingedeeld in 4 categorieën (figuur 1).

Figuur 1: de indeling van decubitis.

Bron: Wiersma T. Decubitus [Internet]. Richtlijnen.nhg.org. 2015 [cited 11 January 2021]. Available from: https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/decubitus#volledige-tekst 

Centraal in de pathofysiologie van decubitus staat weefseldegeneratie door ischemie ten gevolge van occlusie van bloedvaten door vervorming van weefsel door druk en schuifkrachten. De incidentie bedraagt 1.9 per 1000 mannen en 2.7 per 1000 vrouwen per jaar. Vooral na het 75e levensjaar neemt de incidentie belangrijk toe tot 18 per 1000 mannen en 28 per 1000 vrouwen.

 

Pathogenese
Wondgenezing bestaat uit 4 fases:

  1. Hemostase fase: bloeden stoppen
  2. Defensieve fase/inflammatie: puin verwijderen en bacteriën vernietigen.
  3. Proliferatie fase: vullen en afdekken van de wond
    • Migratie
    • Fibroplasie 
  4. Remodeling: kracht en flexibiliteit