Brandwond

De huid is het grootste orgaan en heeft 7 functies: 

  • Temperatuurregulatie 
  • Zintuigelijke functie
  • Immuunrespons
  • Bescherming tegen bacteriële invasie
  • Regulatie vochtverlies
  • Metabole functie 
  • Psycho-sociale functie.

Deze functies vallen weg bij verbranding van de huid. 

Epidemiologie
Incidentie brandwonden bij de huisartsenpraktijk ligt op
 5 patiënten per 1000 patiënten per jaar. Hiervan heeft 90% een oppervlakkige (eerstegraagds of oppervlakkige tweedegraads) verbranding. De SEH ziet ongeveer 12.000 patiënten per jaar. De incidentie is het hoogst bij kinderen tot 4 jaar, met een piek rond 14 maanden (leren net lopen).

Etiologie
Een brandwond is beschadiging van een of meer huidlagen. Er zijn verschillende ontstaansmechanismen:

  • Thermische verbranding (contact met hete vloeistof/ heet voorwerp)
  • Vuur- of vlamverbranding (risico inhalatieletsel)
  • Steekvlamverbranding of flash burn (kortdurend zeer hoge temperatuur)
  • Stralingsverbranding (door zonexpositie)
  • Chemische verbranding (zuur of loog)
  • Elektrisch letsel (zowel laag voltage <1000 volt als hoog voltage >1000 volt)

Bij bepaalde leeftijdsgroepen komen bepaalde ontstaansmechanismen vaker voor:

  • Oorzaken 0-4 jaar: vooral hete vloeistoffen.
  • Oorzaken 5-17 jaar: meer vlamverbrandingen bij hete vloeistoffen. 
  • Oorzaken volwassenen: grootste gedeelte vlamverbranding.

 

Anamnese
Je kan veel info halen uit anamnese van hoe de brandwond is ontstaan:

  • Wat is het geweest (thee of olie)
  • Hoe heet is het geweest (kopje van 60° is anders dan pan van 100°)
  • Hoe lang was het contact (hoe langer hoe dieper de verbranding) 
  • Hoe veel vloeistof was het?
  • Welke maatregelen zijn genomen?

Wees alert voor mishandeling of verwaarlozing, specifiek bij:

  • Delay in presentatie
  • Vaag of inconsistent verhaal
  • Onduidelijke toedracht
  • Andere tekenen van letsel

 

Lichamelijk onderzoek
In eerste instantie gericht op klinische stabiliteit van de patiënt door middel van de ABCDE-protocol.Vervolgens bepaal je de oppervlak van de (2e of 3e graads) brandwond door middel van de handmethode of regel van 9. 

  • Handmethode bij geschat brandwondoppervlak <10% of brandwonden op verschillende lokalisaties op het lichaam. De hand van de patiënt zelf inclusief gesloten vingers is ongeveer 1% van het totale lichaamsoppervlak (overschatting bij vrouwen of obesitas, onderschatting bij kinderen ≥ 5 jaar).
  • Regel van 9 (figuur 1) bij geschat brandwondoppervlak >10%

Tel bij beide methoden het erytheem niet mee.

Figuur 1: de telling van de oppervlak middels de regel van 9.

Bron: Draijer LW, Opstelten W. Brondwonden. NHG-behandelrichtlijn (2016). Beschikbaar via: Brandwonden | NHG-Richtlijnen


Daarbij voer je een inspectie van de bovenste luchtwegen uit bij het vermoeden van inhalatie van hete gassen of dampen. 
Bij vermoeden van inhalatie van giftige gassen: 

  • Let op de ademhaling: dyspneu, ophoesten sputum met roet, expiratoir piepen, tekenen van respiratoir falen.
  • Let op het bewustzijn: een verlaagd bewustzijn is CO-intoxicatie tot het tegendeel is bewezen.

Naast de classificatie in eerste-, tweede- en derdegraadsbrandwond hangt de ernst van een brandwond ook af van andere factoren: 

  • Patiënt: baby/ ouderen zijn kwetsbaarder
  • Diepte
  • Oppervlakte (TVLO)
  • Inhalatieletsel
  • Ander trauma

Diepte Wondaspect Duur tot genezing mits adequaatbehandeld
Eerstegraadsbrandwond/ erytheem Kleur: rood (als zonverbranding); Capillaire refill: normaal; Wond: blaren afwezig, soepel en droog, pijnlijk Enkele dagen, zonder littekens
Oppervlakkige tweedegraadsbrandwond Kleur: rozerood glanzend; Capillaire refill: normaal; Wond: enige blaarvorming, vochtig bij kapotte blaren, zeer pijnlijk, voelt soepel aan Binnen 2 weken, vaak zonder littekens
Diepe tweedegraadsbrandwond Kleur: vlekkerig rozerood en witte plekken; Capillaire refill: vertraagd tot afwezig (>2 sec); Wond: blaarvorming, verminderde pijnsensatie, voelt soepel tot stug aan Genezing duurt > 3 weken, vanuit epitheeleilandjes en wondranden, vaak met littekenvorming
Derdegraadsbrandwond Kleur: wit/geel/rood/bruin/ zwart; Capillaire refill: afwezig; Wond: blaren afwezig, geen pijnsensatie (huidzenuwen zijn beschadigd), voelt stug tot leerachtig aan (alleen bij vlamverbranding) Geen spontane genezing vanuit wondbodem, vaak chirurgische behandeling en zo nodig huidtransplantatie om littekenvorming te beperken en genezing te bespedigen

Tabel 1: kenmerken van eerste-, tweede- en derdegraads brandwonden.


Aanvullend onderzoek
Om een brandwond goed te kunnen beoordelen is het soms nodig om aanvullend onderzoek te doen met de Laser Doppler Imager. Hiermee wordt de diepte van de brandwond gemeten. 

 

Behandeling
Verwijs met spoed bij: 

  • Symptomen van inhalatieletsel (heesheid, stridor, dyspneu, verlaagd bewustzijn)
  • Chemisch letsel door een potentieel gevaarlijke of onbekende stof 
  • Blootstelling aan hoogspanning 
  • Verbrand oppervlak (niet-eerstegraads) ≥ 5% bij een kind of ≥ 10% bij een volwassene 

In alle andere gevallen, geef de volgende uitleg en adviezen:

  • Eerstegraadsbrandwonden genezen behoeven geen lokale behandeling, genezen binnen enkele dagen zonder littekenvorming. 
  • Oppervlakkige tweedegraadsbrandwonden genezen binnen 2 weken, vaak zonder littekenvorming. Blaren hoeven niet doorgeprikt te worden. Adviseer open wonden af te dekken met verbandmiddelen. Contact opnemen bij ontstekingsverschijnselen of als de wond na 2 weken niet is genezen. 
  • Bij diepe tweedegraadsbrandwonden duurt de genezing > 3 weken en ontstaan er vaak littekens. Adviseer de wond regelmatig te laten controleren. 
  • Derdegraadsbrandwonden worden door de chirurg behandeld om de genezing met eventuele huidtransplantatie te bespoedigen en littekenvorming te beperken. 
  • Wijs op het belang van pijnstilling: met name (oppervlakkige) tweedegraads brandwonden kunnen erg pijnlijk zijn -> adviseer paracetamol of NSAID’s.

Behandeling is gericht op:

  • Corrigeren systemische effecten
  • Voorkomen infecties
  • Genezen wonden met zo min mogelijk littekenvorming
  • Behoud van functie
  • Psychische begeleiding 
  • Sociale begeleiding

Chirurgische ingrepen

  • Escharotomie: chirurgische insnede door eschar (genecrotiseerde huid) om spanning door oedeem te verlagen. 
  • Excisie eschar: eschar weghalen, kan de patiënt namelijk heel ziek maken. 
  • Huidtransplantaties: huid nemen van gezond gebied, dan vergroten (mesh techniek (tot 2x) of meek wall techniek (tot 9x))
  • Reconstructies

 

Bronnenlijst

  1. Draijer LW, Opstelten W. Brondwonden. NHG-behandelrichtlijn (2016). Beschikbaar via: Brandwonden | NHG-Richtlijnen

  2. Brandwondenzorg Nederland: Behandeling. Beschikbaar via: Behandeling - Brandwondenzorg Nederland