Post-operatieve complicaties

Verschillende operaties hebben verschillende post-operatieve complicaties. De volgende complicaties zijn algemeen voorkomend.

Pyrexie (koorts)
Milde pyrexie in de eerste 48 uur is vaak het gevolg van atelectase (vereist snelle fysio, geen antibiotica), weefselschade / necrose, of zelfs door bloedtransfusies. Overweeg diagnose voor peritonitis, infecties, evenals mogelijke endocarditis, meningisme of DVT. Vraag bloedonderzoeek aan voor FBC, urea, elektrolytenbalans en een dipstick van de urine. Overweeg mogelijk een CXR of abdominale echografie/CT, afhankelijk van de klinische bevindingen.

 

Delier/delirium (verwarring)
Dit kan zich uiten in agitatie, desoriëntatie en pogingen om het ziekenhuis te verlaten (vooral 's nachts en patiënten >65 jaar). Stel de patiënt voorzichtig gerust in een goed verlichte omgeving. Veelvoorkomende oorzaken zijn:

  • Hypoxie (longontsteking, atelectase, LVF, PE)
  • Medicijnen (opiaten, kalmerende middelen en vele andere)
  • Urineretentie
  • MI of beroerte
  • Infectie
  • Alcoholonttrekking
  • Lever-/nierfalen.

Vaak is sedatie nodig om de patiënt te onderzoeken: overweeg lorazepam 1 mg (tegengif: flumazenil) of haloperidol 0,5-2 mg IM. Stel familieleden gerust dat verwarring na de operatie vaak voorkomt (±40%) en ook omkeerbaar is.

 

Dyspneu of hypoxie
Was er eerder sprake van een longziekte? Zit hierbij patiënt rechtop en geef O2, monitor perifere O2 saturatie door pulsoximetrie en onderzoek op bewijs van:

  • Longontsteking,
  • Pulmonale collaps of aspiratie
  • MI of vloeistofoverbelasting)
  • Longembolie
  • Pneumothorax

Vraag een labonderzoek aan naar full blood count, doe een arteriële bloedgas analyse, een chest X-ray en een ECG. Behandel vervolgens volgens bevindingen.

 

Hyper- of hypotensie

  • Hypotensie
    Als het ernstig is kan het bedhoofd naar beneden worden gekanteld en O2 gegeven. Controleer pols en bloeddruk en vervolgens vergelijk je het met pre-operatieve waarden. Postoperatieve hypotensie is vaak het gevolg van hypovolemie als gevolg van onvoldoende vloeistof toevoer/inname, dus controleer het vloeistofdiagram en geef suppletie indien nodig. Controleer daarbij ook de urineproductie (kan katheterisatie nodig hebben). Hypovolemie kan ook worden veroorzaakt door bloedingen, dus bekijk wonden, drains en buik. Pas op voor cardiogene en neurogene oorzaken en zoek naar aanwijzingen voor MI of embolisme. Overweeg sepsis en anafylaxie.
  • Hypertensie
    Dit kan het gevolg zijn van pijn, urineretentie, idiopathische hypertensie (gemiste medicatie) of inotrope geneesmiddelen.

 

Post-operatieve bloeding
Dit kan primair (continue bloeding sinds operatie), reactief (reactie op hypertensie rond wond) of secondair (door infectie). Behandel indien te hoge bloedverlies, beoordeel infectie en bekijk de wondgenezing.

 

Verminderde urineproductie (oligurie)
Streef naar een output van >30 ml/u bij volwassenen (of >0,5 ml/kg/u). Anurie kan een weerspiegeling zijn van een geblokkeerde of verkeerd gemaakte katheter in plaats van AKI. Hierbij kan je doorspoelen of overgaan naar vervangen van de katheter. Oligurie is meestal te wijten aan te weinig vloeistof toediening. Behandel door de vloeistof invoer te verhogen. Acuut nierletsel kan volgen op shock, medicijnen, transfusie, pancreatitis of trauma. Urineretentie komt ook vaak voor, dus onderzoek op een palpabele blaas. Als nierfalen wordt vermoed, stop dan met nefrotoxische geneesmiddelen (bijv. NSAID's, ACE-remmers) en
verwijs vroeg naar een nefroloog.

 

Misselijkheid & braken
Beoordeel mechanische obstructie, ileus of braakmiddelen (opiaten, digoxine, anesthetica)?. Overweeg abdominale X-ray en een anti-emeticum (niet metoclopramide vanwege zijn prokinetische eigenschap).

 

Hyponatriëmie
Vergelijk dit met pre-operatieve waarden en kan komen door te veel vloeistoffen. Behandel dit met zorg en langzaamaan. Sluit syndrome of inappropriate antidiuretic hormone secretion (SIADH) uit, wat leidt tot te hoge afgifte van ADH, waardoor er veel water retentie is. Dit gaat komen door pijn, opioids of een longinfectie.

 

Overig

  • Diep veneuze trombose
  • Opgezwollen benen (bilateraal mogelijk systemisch, unilateral mogelijk trauma of infectieus)
  • Neurovasculaire schade

 

Bronnenlijst

  1. Clark M, Kumar P. Kumar & Clark clinical medicine. Edinburgh: Elsevier Saunders; 2016.