Voor 23:59 besteld = binnen 24 uur verzonden*!

Home » Coschappen » Anesthesiologie » Pijnbestrijding

Pijnbestrijding

Pijn ontstaat door activatie van nociceptoren door fysische factoren (warmte, kou, rek, druk) en/of chemische factoren die vrijkomen bij weefselschade (ontstekingsmediatoren zoals o.a. prostaglandine, histamine, bradykinine, cytokinen en serotonine), wat dan wordt geleid en gemoduleerd naar de thalamus/cortex. Acute pijn ontstaat door directe weefselbeschadiging. Als de pijn langer aanhoudt dan verwacht, spreken we van chronische pijn en dit is dan multifactoieel van aard. Doorbraakpijn is pijn dat tijdelijk nóg erger is door negatieve factoren, zoals bijvoorbeeld druk of chemische reacties. Het is een bekende soort pijn bij maligniteiten. Acute pijn levert meestal direct een lichamelijke reactie op. Als je doorgaat met de pijnprikkel ervaren, kan dit leiden tot hyperalgesie: drempelverlaging van pijn en toename van pijn. Chronische pijn ontstaat meestal door centrale sensitisatie: de pijnprikkel is weg, maar je ervaart het nog steeds. Chronische pijn kan een grote invloed zijn op kwaliteit van leven: fysieke inactiveit, slaapproblemen en sociale isolatie.

 

Anamnese
Zoek naar de oorzaak van de pijn en behandel deze. Wees je ervan bewust dat pijn zeer subjectief is en wordt beïnvloed door karaktereigenschappen, cultuur en geslacht.

 

Behandeling

  1. Bespreek niet-medicamenteus beleid
    • Acute pijn: uitleg over oorzaak en behandeling, doorgaan met beweging (ook met pijn) en aanpassing van werkzaamheden bij teveel pijn.
    • Chronische pijn: uitleg dat chronische pijn zonder oorzaak geen waarchuwingssignaal is en verdere onderzoek niet nodig is, negatieve factoren en positieve factoren.
  2. Paracetamol
  3. NSAID en paracetamol
    • Spier-/gewrichtspijn: ibuprofen gel of diclofenac
    • Overige gevallen: diclofenac, ibuprofen of naproxen
  4. Zwakwerkende opioid en NSAID
    • Tramadol (oraal/rectaal)
  5. Sterkwerkende opioid en paracetamol of. NSAID
    • Acute pijn: morfine (oraal) en laxans (obstipatie)
      • Niet goed genoeg? Morfine (retard) of fentanyl (transdermaal)
      • Doorbraakpijn: morfine (oraal) of fentanyl (oromucosaal/intranasaal)
    • Slikproblemen of aanhoudende misselijkheid: fentanyl (transdermaal) of morfine (pararenteraal)
    • Nierfunctie <50 ml/min/1.73 m2 en/of dehydratatie: fentanyl (transdermaal), hydromorfon of oxycodon
    • Leverinsufficiëntie: fentanyl (transdermaal) of hydromorfon
  6. Sterkwerkende opioid subcutaan of intraveneus
    • Morfine (altijd met laxantia (obstipatie))
  7. Overweeg alternatief (tweedelijnszorg)
    • Epiduraal/intrathecale toediening van opioid of invasieve pijnbehandeling zoals zenuwblokkade

 

Bronnenlijst

  1. Farmacotherapeutischkompas.nl. 2020. Farmacotherapeutischkompas. [online] Available at: <https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/indicatieteksten/acute_en_chronische_nociceptieve_pijn> [Accessed 27 December 2020].

  2. Richtlijnen.nhg.org. 2021. Pijn. [online] Available at: <https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/pijn> [Accessed 12 August 2021].